profiel

Femmy Wolthuis


Femmy Wolthuis
Bekijk mijn profiel

twitter

Moderne didactiek: alternatieven voor frontaal lesgeven hetkind.org/?p=64313

Gisteren op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Femmy vraagt: ‘Wat kun je als ouder doen, als je kind zich niet gezien voelt op school?’

18 maart 2018

Femmy Wolthuis

De dochter van Femmy Wolthuis zit net een half jaar op het vo. Voor een schrijfopdracht, waaraan ze vurig en ijverig werkte, kreeg ze een 7. Een tegenvaller. En nee, een uitleg heeft ze niet gevraagd. Femmy ziet haar dochter de laatste tijd veranderen in een strategische gemiddelden-berekenaar. Dat zal niet de bedoeling van haar docenten zijn. Het roept de onderzoeker in Femmy wakker: zal ze het gesprek op school aangaan? Hoe dan? En met wie? Praat mee!

“Weet je nog, mam, dat verhaal dat ik voor Nederlands moest schrijven?”, vraagt mijn dochter, die dit jaar in de eerste klas van de middelbare school is begonnen. Ja, dat verhaal kan ik me goed herinneren. Het ging over een meisje dat ontvoerd werd en uiteindelijk toch weer werd gevonden door haar familie. We kijken thuis graag naar detectives.

‘Ik had er een 7 voor’, zegt ze met teleurstelling in haar stem. ‘Ohhh…’, breng ik uit. ‘Ja, en dat terwijl ik echt veel woorden heb gebruikt, de schrijfopdracht extra moeilijk heb gemaakt en er op tijd aan ben begonnen.’

Mijn moederhart krimpt ineen. Hier voelt iemand zich niet gezien. ‘Heb je de docent gevraagd wat maakt dat je een 7 hebt gekregen?’ Ik probeer nog ruimte te maken voor het idee dat de docente andere criteria heeft om de kwaliteit van een verhaal te bepalen: ‘Weet je waar zij op let? Misschien vindt zij andere dingen belangrijk dan jij.’ Dat is een brug te ver voor mijn twaalfjarige dochter. Ze had een 7 en geen 8.

Het voorval raakt me. Het zal de bedoeling van de docente niet zijn om mijn dochter niet te zien in haar inzet. En toch gebeurt het. Waarom op deze manier beoordelen en belonen? Want dat is een cijfer inmiddels geworden; een 10 is ‘goed gedaan’ en een 4 is ‘je hebt gefaald’. En dat heeft nogal wat consequenties.

Nog maar een paar maanden op het voortgezet onderwijs, en nu al is mijn dochter bezig met welk cijfer ze haalt en hoe hoog ze gemiddeld staat. Leren als een strategisch spel, in plaats van het hebben van plezier in jezelf ontwikkelen en leren. Daarnaast is de kans groot dat mijn dochter de volgende keer minder haar best zal doen, terwijl ze eigenlijk met veel plezier schrijft.

Het roept allemaal vragen bij me op: hoe kunnen we jongeren op school op een andere manier stimuleren te doen wat ze leuk vinden en ze uitdagen iedere keer een beetje beter te worden in wat ze kunnen? Hoe kunnen we ook oog hebben voor de inzet en betrokkenheid die blijkt uit het werk dat ze doen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen echt worden gezien? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de intrinsieke motivatie van deze jongeren keer op keer aangeboord wordt? En achter al deze vragen ligt de vraag: hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn dochter op deze school wordt gezien en op een positieve manier wordt gestimuleerd om te leren?

Femmy Wolthuis

Hoe zou jij Femmy’s vragen beantwoorden? Wanneer ben je terughoudend en laat je de leraar-leerling-relatie een pedagogische werkelijkheid op zichzelf zijn? Wanneer ga je het gesprek aan en hoe bouw je aan de driehoek ‘ouder-leraar-kind’? Op haar blog, dat ze op 8 februari postte op LinkedIn, kreeg Femmy al verschillende reacties.

Bar Linders, auteur van ‘Lesgeven vanuit je hart’, begint haar antwoord op Femmy’s slotvragen met: ‘Door je dochter te laten voelen dat ze best zelf wat ruimte in mag nemen, als ze het gevoel krijgt dat ze die niet genoeg krijgt van een docent. Dat kan ze doen door open vragen te stellen waarin ze in feite haar behoefte kenbaar maakt. Ik weet dat er genoeg docenten zijn die leerlingen wel ruimte willen geven, maar soms weten ze niet welke behoeften leerlingen hebben.’

Jacqueline Blaak, changemaker@broedplaats010, spoort Femmy aan in gesprek te gaan en schrijft dat de inbreng van een ouder ‘een positieve verandering teweeg kan brengen’: ‘Scholen hebben deze externe omgevingsfeedback nodig om kwalitatief effectief onderwijs te kunnen geven. Vaak is er wel sprake van interne feedback, maar ligt het gevaar in ‘blinde vlekken’ (…) binnen de organisatiecultuur. Men heeft ouders en leerlingen nodig die een spiegel voor houden.

NIVOZ-platform hetkind is momenteel bezig met het aanmaken van verschillende dossiers rondom deze thematiek, bijvoorbeeld over motivatie, toetsing en lesgeven zonder cijfers. Alvast een paar doorleestips:

  • Formatief beoordelen. Promotieonderzoek Diana Baas, over evalueren óm te leren, in plaats van ván het leren: ‘Om je competent te voelen, is het goed dat je vergeleken wordt met jezelf en leert zien waar je nog kan groeien’
  • Lesgeven zonder cijfers: in dit artikel laat economieleraar Anton Nanninga zien wat een jaarlang lesgeven zonder cijfers met hem en zijn leerlingen deed.
  • Motivatieonderzoek: een artikel over het werk van motivatie-auteur Daniel Pink
  • Ouderbetrokkenheid: Ouderbetrokkenheidsexpert Marja Klaver over hoe te bouwen aan goede relaties in de driehoek ‘ouder-school-kind’

Femmy Wolthuis is adviseur en coach voor schoolleiders in het basisonderwijs en loopbaancoach voor jongvolwassenen in het hoger onderwijs. Vanuit haar bedrijf EduWijs biedt ze ondersteuning bij het creëren van partnerschap tussen school en ouders.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie