profiel

Sarina Hoogendam


Sarina Hoogendam
Bekijk mijn profiel

twitter

Moderne didactiek: alternatieven voor frontaal lesgeven hetkind.org/?p=64313

Gisteren op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Als je wint, heb je vrienden: over mijn klas vol hechtingsproblematiek

22 maart 2018

Sarina Hoogendam

Sarina Hoogendam denkt terug aan haar klas jongeren, die als enige overeenkomst hadden dat ze niet meer welkom waren in het reguliere onderwijs. Ze verblikt niet als Rochelle een schaar onder haar kin zet. Ze laat het passeren dat Angelo limonadesiroop over tafel uitschenkt. Intussen neemt Sarina haar kinderen serieus en wil ze de volwassene zijn die er wél voor ze is. Luisterend naar de psychologen Jan Derksen en Paul Verhaeghe, weet Sarina wat haar te doen staat in een kille, neoliberale wereld waar ‘succes een keuze’ is.

Sarina Hoogendam in gesprek met Jan Derksen

Als je wint, heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden,
Als je wint, nooit meer eenzaam, zolang je wint.
         – Henny Vrienten en Herman Brood

Psycholoog en psychotherapeut Jan Derksen stelt dat het onderwijs het kind beter niet ‘centraal’ kan stellen in een tijd waarin hechting en identiteitsvorming niet meer vanzelfsprekend zijn. Gehechtheid en narcistische processen vormen in de vroege kinderjaren de identiteit. Ouders, school en de cultuur waarin het kind opgroeit beïnvloeden deze ontwikkeling.

Het valt Jan Derksen op dat veel jongvolwassenen kampen met een burn-out, en niet goed kunnen omgaan met tegenslag en frustratie. Sterker nog, een groot deel van hen is gelabeld met een psychopathologische stoornis. Ze kampen met dyslexie, ADHD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, NLD, borderline of andere stoornissen. Hoe komt het dat jongeren steeds vaker hun toevlucht zoeken tot psychologen en psychiaters? Heeft dit te maken met onthechting in de vroege jeugd, het wegvallen van zuilen? Of levert het onderwijs onvoldoende bijdrage aan de preventie van dit soort stoornissen?

‘Rochelle, leg die schaar neer en begin aan je werk’

Als ik dit in mijn voorbereiding op de Onderwijsavond van Jan Derksen lees, gaan mijn gedachten terug naar mijn klas van een paar jaar geleden. En naar Rochelle:

Ze plaatst de schaar onder mijn kin en kijkt me aan. Ik weet dat ze verwacht dat ik haar terecht ga wijzen, misschien word ik wel boos of bang? Dus vraag ik haar rustig om de schaar weg te leggen en te starten met haar werk. Deze keer luistert ze, hoewel de schaar natuurlijk niet wordt neergelegd maar door het lokaal vliegt.

Volgens het dossier is ze mishandeld als kind. Uit huis geplaatst toen ze zeven was, nadat een buurvrouw haar en haar zusje had gevonden, alleen in het ouderlijk huis. Moeder was gearresteerd in het buitenland vanwege drugssmokkel en op een dag niet meer thuis gekomen. Ze is nu, zeven jaar later, nergens te handhaven. Ze is gediagnosticeerd met een hechtingsstoornis.

Moeder is na al die jaren weer in beeld en eist de voogdij op. Rochelle wil graag terug naar moeder, naar mijn idee omdat moeder weinig grenzen stelt. Vorige week had ik moeder nog aan de telefoon omdat het niet goed was gegaan met Rochelle. Ze beet me toe dat ik totaal ongeschikt was om les te geven want ik hield geen rekening met de hechtingsstoornis van haar dochter. Ze ging me aanklagen, ik kon maar beter een advocaat bellen.

Neoliberale idealen: de leerling als ondernemer met marktwaarde

De Vlaamse hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe, die gespecialiseerd is in psychoanalyse en al eens gast was bij het NIVOZ, zag de afgelopen decennia ook steeds meer jongeren met stoornissen en depressies in zijn praktijk komen. Vanuit de wetenschap dat stoornissen een afspiegeling zijn van de maatschappij waarin ze ontstaan startte hij een onderzoek, waarbij hij zich onder andere verdiepte in het gedachtegoed van de Britse socioloog Richard Wilkinson. Zijn onderzoek heeft aangetoond dat de inkomensongelijkheid, mentale stoornissen, tienerzwangerschappen, criminaliteit en drugsgebruik toenemen naarmate het beleid neoliberaler wordt.

Hoewel het neoliberalisme is ontstaan vanuit het liberalisme, waarin de vrijheid en autonomie van het individu centraal staan, kenmerkt het zich door efficiëntiestreven, uitgedrukt in cijfers, targets, processen, output en protocollen. Neoliberalisme werkt competitie in de hand en is dodelijk voor de sociale verhoudingen. De onderliggende boodschap: je bent als individu verantwoordelijk voor je eigen succes, en daarmee ook voor je eigen falen. Er zijn binnen het systeem winnaars en verliezers. Kinderen weten dat al vanaf jonge leeftijd, het scheldwoord ‘loser’ getuigt daarvan.

Dit neoliberale denken is zo verweven in onze maatschappij dat het onderdeel is geworden van onze persoonlijke en collectieve identiteit, met het onderwijs als uitvoerend orgaan. In vele visiedocumenten en missieplannen sijpelt het economisch jargon door: leerlingen moeten ondernemers zijn van zichzelf en competenties en vaardigheden ontwikkelen die hun marktwaarde verhogen. Succes is maakbaar. Je hebt het volledig in eigen hand. Lukt het je niet, tja, dan heb je kennelijk verkeerde keuzes gemaakt. Een stoornis of een label kan dan uitkomst bieden, want daar heb je in elk geval niet voor gekozen.

Verhaeghe zegt vaak als eye-opener tegen zijn studenten: ‘De eerste belangrijke keuze die je moet maken in je leven is die van je ouders. Als je daar verkeerd kiest heb je een probleem’. Er zijn veel dingen die je niet kiest. Zoals je omgeving en je afkomst. En maar al te vaak zijn juist die factoren bepalend voor succes in je verdere leven.

‘Juf, snap jij dat nou?’, zegt de dwarse Angelo bedachtzaam

Rochelle zat in een klas met jongeren die niet meer welkom waren in het reguliere onderwijssysteem. Ze hadden de hoop om te winnen al lang geleden opgegeven en hun identiteit daarop afgestemd. Angelo was een van mijn andere leerlingen:

Hij staat op en pakt de fles limonadesiroop die ik altijd klaar heb staan voor dorstige leerlingen. Hij giet een laagje in het bekertje. Terwijl hij me strak aankijkt, draait hij langzaam het bekertje om. Een kleverige vlek verspreidt zich over de tafel. ‘Zou je dat alsjeblieft op willen ruimen?’, vraag ik hem op neutrale toon. ‘Waarom?’, antwoordt hij, ‘Ik heb dat niet gedaan.’ Ik pak wat papieren doekjes en begin de tafel schoon te maken. ‘Ik denk dat ik oud word’, zeg ik tegen de klas: ‘Ik kan mijn ogen niet meer vertrouwen want ze zien dingen die eigenlijk niet gebeuren.’ 

Angelo is gediagnosticeerd met CD (Conduct Disorder) Een anti-sociale gedragsstoornis waarbij het kind opstandig is en dwars, en ongewenst gedrag als stelen, vernielingen en vechten vertoont.

Als op een dag in mijn klas een discussie ontstaat over een meisje dat is aangerand, waarbij de daders hun acties filmden en daarna het filmpje online zetten, is de heersende mening dat ze er zelf om gevraagd heeft. Vanwege het korte rokje. De volgende morgen staat Angelo vroeg in mijn klas, voordat zijn klasgenoten komen. Hij start de computer, zoekt het betreffende filmpje en bekijkt de aanranding keer op keer aandachtig. Uiteindelijk zegt hij: ‘Snap jij dat, juf: dat je durft te denken dat je een meisje mag pakken omdat ze een kort rokje heeft? En het dan ook nog filmt en online zet?’

Het kind centraal?

Als gehechtheid en identiteitsvorming in de jonge jaren van een kind niet vanzelfsprekend is zouden scholen dit alsnog kunnen ombuigen. Maar niet als ze (onbewust) uitvoerder zijn van het anti-sociale neoliberale denken. ‘Het kind centraal’ betekent dan dat het kind alleen zichzelf verantwoordelijk kan houden voor succes of falen, waarbij een label met een stoornis een welkome uitkomst biedt als het succes uitblijft.

Kan het onderwijs bijdragen aan het voorkomen van psychische stoornissen? Ja, hoor ik zowel Jan Derksen als Paul Verhaeghe zeggen. Door meer ruimte te geven aan Bildung. Vorm jongeren breed en geef ze een ruime culturele bagage. Leraren moeten behulpzaam zijn en kinderen de weg wijzen. Ze moeten rolmodellen zijn en inspirators. Pas dan krijgt ‘het kind centraal’ zijn ware betekenis, namelijk ‘het potentieel van ieder kind zien en het daarin bemoedigen’.

Sarina Hoogendam

Sarina is een manusje van alles in het Rotterdamse onderwijs: op alle niveaus van basisschool tot hbo is ze leraar geweest. Sarina ontleent de Leitmotiven van haar onderwijs onder anderen aan Luc Stevens, Toshiro Kanamori (‘Children full of life’), John Hattie en Beate Letschert (‘Bemoediging’). Momenteel is Sarina leerkracht op basisschool Eduard van Beinum. Dit blog schreef ze voorafgaand aan de Onderwijsavond met Jan Derksen. 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie