profiel

admin HetKind


admin

Meer weten over deze pagina of dit onderwerp? Stuur een e-mail naar: redactie@hetkind.org

twitter
facebook
‘We geloven dat verandering de enige constante is, ook in het onderwijs’

2 april 2018

admin

Geplaatst in:

Door de redactie van Van Twaalf tot Achttien wordt iedere maand een uitspraak uit de SVW-kalender Bildung 2018 van een onderwijscollega geselecteerd en gepubliceerd. Aan deze collega wordt gevraagd om zijn of haar meest gewaardeerde bijdrage uit die maand te selecteren en de keuze toe te lichten. Deze maand is het woord aan Lisa Westerveld, sinds 2017 Tweede Kamerlid voor Groen Links. Deze bijdrage is met toestemming herplaatst. 


‘Leven, dat is doen in plaats van ademen, dat is gebruikmaken van onze organen, zintuigen, vermogens, van alles wat we in ons hebben en wat ons doet voelen dat we bestaan. Niet hij die de meeste jaren telt heeft het meest geleefd, maar hij die het leven het meest heeft geproefd. Menigeen heeft als honderdjarige het graf bereikt, terwijl hij als zuigeling al was gestorven. Beter ware hij als jongeling begraven, als hij tenminste die korte tijd maar had geleefd.’
– Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)

In Émile of Over de opvoeding schrijft Rousseau over de menselijke natuur. En vanuit zijn visie daarop beschrijft hij hoe de opvoeding van kinderen het beste kan gebeuren. In plaats van allerlei verboden op te leggen stelde Rousseau dat jonge kinderen moeten ontdekken en daarom juist vrij gelaten moeten worden. Dat ging lijnrecht in tegen de ideeën over opvoeding en onderwijs van die tijd. Rousseau vond namelijk dat de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen gestimuleerd moest worden om uiteindelijk vrije burgers te worden. Daartegenover stelt hij dat de regels van de maatschappij werken als een dwangbuis. In Émile of Over de opvoeding neemt Rousseau een denkbeeldig kind onder zijn hoede en voedt hem op. Émile groeide op met veel vrijheid en mocht zich vooral niet laten meeslepen door de gangbare opinies en regels.

Het boek leert ons dat leven en zelf het leven ontdekken waardevoller zijn dan het simpelweg volgen van regels. Het daagt ons uit vraagtekens te zetten bij alle regels en geboden die wij onszelf hebben opgelegd en waar we leerlingen over onderwijzen. Doen we dat wel op de juiste manier? Of is ons onderwijs enkel gebaseerd op wat we zelf hebben geleerd? En geven we dat door aan volgende generaties omdat we niet beter weten?


‘Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is, bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is.’ – Augustinus (354-430), Bisschop van Hippo, theoloog, filosoof en kerkvader

Lisa Westerveld kiest voor de uitspraak van Augustinus en de toelichting daarop door Harry van der Molen in de Bildungkalender 2018. Zij beschrijft ook wat haar in de bijdrage van Harry van der Molen aanspreekt. Harry van der Molen is lid Tweede Kamer, lid van de vaste commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voor het CDA woordvoerder voor mbo, hoger onderwijs en wetenschapsbeleid.

Boeken zijn er volgeschreven over onderwijsvernieuwingen. We geloven dat verandering de enige constante is, ook in het onderwijs. Waar de 21st century skills pretenderen een eeuw mee te gaan, zullen we vast over enige tijd van mening zijn dat het toch over een andere boeg moet worden gegooid. Daarbij worden kinderen vaak met het badwater weggegooid.

Onze wereld verandert razendsnel waardoor kennis snel verouderd is. Als we onderwijs alleen opvatten als overdracht van kennis, dan is bijstelling al snel aan de orde. Gelukkig is onderwijs meer. Vormend voor personen. Het ontsteekt nieuwsgierigheid. Het besef dat we niet in een platte werkelijkheid leven, maar dat we ethische opvattingen hebben. Over wat goed en kwaad is. Van die wijsheid, die meer is dan kennis, heb je een leven lang plezier.

In de christelijke traditie is wijsheid een van de zeven deugden. Daar heet ze prudentia. Wat ook omschreven kan worden als voorzichtigheid en verstandigheid. Wijsheid vraagt dus voorzichtigheid. Onderwijsvernieuwing ook. Niet opgejaagd worden door telkens veranderende inzichten, maar door de vraag: waarom deden we dit ook al weer? Dat zaken ‘niet meer van deze tijd’ zouden zijn is geen voldoende argument. Augustinus zegt dat wij ‘de tijden’ zijn. Daarom is het verstandig om verandering ook van tijd tot tijd goed te relativeren.

Lisa Westerveld over de bijdrage van Harry van der Molen:

Sommige uitspraken lijken een eeuwige houdbaarheid te hebben, daar is deze tekst van Augustinus een prachtig voorbeeld van. De kerkvader beschrijft het onderscheid tussen kennis en wijsheid, waarbij meteen zichtbaar wordt wat de verschillen zijn tussen doorgronden met het intellect en rationeel begrijpen. Deze verschillen, maar ook het verband, worden in de uitleg van Harry van der Molen vertaald naar het onderwijs waar de discussie wordt gevoerd over wat jonge mensen leren en welke vaardigheden nodig zijn voor het leven na hun schoolperiode. Tegenwoordig hebben we het daarom vaak over ‘kennen en kunnen’. Kennisoverdracht is relevant, maar echte waarde wordt toegevoegd op het moment dat kennis ook toepasbaar is in de praktijk. Veel discussies over de inrichting van het onderwijs gaan daarover.

De uitspraak is onderdeel van de theologie van Augustinus, waarin hij probeert geloof en rede met elkaar te verbinden. Het verstand beschouwde Augustinus als aangeboren. Belangrijk is zijn notie dat we niet in staat zijn om alles puur rationeel te verklaren. Daarom is het geloof nodig, namelijk als noodzakelijke aanvulling op de menselijke rede.

In zijn bijdrage stelt Harry van der Molen dat onderwijs meer is dan enkel de overdracht van kennis. Onderwijs vormt mensen, ontsteekt nieuwsgierigheid en helpt in het besef dat de werkelijkheid niet plat is, maar dat ethische opvattingen, zoals over goed en kwaad, nodig zijn. Vervolgens stelt hij dat onderwijsvernieuwing vraagt om voorzichtigheid.

Geïnspireerd door Augustinus zou ik willen toevoegen dat juist in het denken over onderwijs een controversiële benadering nodig is. In een goede discussie over vernieuwing zorgen radicale ideeën juist voor een zorgvuldige uitkomst. De zoektocht naar wat de beste manier is wordt geholpen wanneer we beseffen dat de waarde van kennis veelal door het tijdelijke wordt bepaald. Wat we leren is vaak vooral voor dit moment relevant, maar sluit niet per se aan bij wat toekomstige generaties nodig hebben. In het denken over onderwijsvernieuwing is het essentieel dat we niet blijven hangen bij wat tijdelijk van waarde is.

Tegelijkertijd zou de vraag: waarom doen we dit of waarom willen we verandering? altijd centraal zou moeten staan. Deze discussie zou een permanent onderdeel van het onderwijs moeten zijn. Want voorwaarde voor het zoeken naar wijsheid en verbetering, is intrinsieke motivatie, nieuwsgierigheid, maar ook kennis van het tijdelijke. Zodat we in dat besef ons richten op de ontwikkeling van het intellect voor het doorgronden van het eeuwige.

Lisa Westerveld is sinds maart 2017 woordvoerder primair en voortgezet onderwijs, jeugdzorg, kinderopvang media en sport in de Tweede Kamer voor GroenLinks. Daarvoor werkte ze bij de Algemene Onderwijsbond, was gemeenteraadslid in Nijmegen en voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Lisa studeerde filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en is afgestudeerd op de politieke ideeën van Karl Popper zoals beschreven in het boek The Open Society and Its Enemies (1945). In de Tweede Kamer zet Lisa zich in voor kwetsbare jongeren, kansengelijkheid in het onderwijs en de positie van leraren.

De uitspraken zijn afkomstig uit de ISVW-kalender Bildung 2018. Deze uitgave staat vol met prachtige uitspraken over het onderwijs en toelichtingen daarop (www.isvw.nl). De uitgave is samengesteld door 365 onderwijscollega’s uit PO, SO, VO, MBO, HBO en WO i.s.m. Henk Sissing.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie