profiel

Renske Valk


Renske Valk
Bekijk mijn profiel

twitter

Moderne didactiek: alternatieven voor frontaal lesgeven hetkind.org/?p=64313

Gisteren op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Niet het schoolplan, maar de mensen vormen de school

15 april 2018

Renske Valk

Om het schoolplan 2015-2020 te realiseren, wijkt het Liemers College af van de traditionele aanpak. Het ontwikkelproces is een open proces geworden, waarbij centrale directie, medewerkers, leerlingen en ouders met elkaar in dialoog gaan. Zo kan iedereen een bijdrage leveren en worden de juiste vervolgstappen genomen. Harald Wiggers en Wiep van der Pal, samen de centrale directie van het Liemers College, werden hierbij geïnspireerd door Frank Weijers, auteur van het boek Ruimte. Hoe ziet die inspiratie eruit? Van Twaalf tot Achttien sprak, in de persoon van Rianne van Dreumel, met Frank, Harald en Wiep, en hetkind herplaatst dit artikel met toestemming.

Door Rianne van Dreumel

 Weijers: ‘Wat ik bij het Liemers College erg mooi vind, is dat goed is gekeken naar wat de bedoeling van hun onderwijs moet zijn. De kern is natuurlijk: het best denkbare onderwijs maken voor je leerlingen. Maar wat betekent dat voor deze school? Daartoe is veel werk verzet. Waar ik blij van word, is dat het niet gedaan is door een managementteam dat twee dagen de hei op is gegaan en met mooie taal terugkwam, maar dat het duidelijk wortels heeft in de omgeving van de school. De zeven beloftes op het Liemers Lijstje zijn eigenlijk de principes waarlangs de school die bedoeling wil waarmaken. Dus praktische antwoorden op de vraag: ‘Wij willen het best denkbare onderwijs voor onze leerlingen, hoe doen we dat?’ Die beloftes zijn geschreven in normale taal. Geen managementtaal, maar gewoon prettige taal die aanspreekt, waar je enthousiast van wordt als je het leest. Dit gaat over het leren in de klas door leerlingen, maar ook over mensen in de schoolorganisatie die met elkaar leren en werken.’

Andersom organiseren
Directeur Wiggers: ‘We hebben gekozen voor een andere route. Onze bedoeling is vastgelegd in het schoolplan. Dat was een mooi proces, van buiten naar binnen, met inbreng van ouders, leerlingen, onderwijs, ondernemers en overheden. We willen onze school niet inrichten vanuit het schoolplan. We zeggen juist: ‘Ga er mee aan de slag en dan passen we de school daarop aan’. Vanaf het begin keken we hoe we het eigenaarschap vanuit die bedoeling bij de mensen krijgen. Bij medewerkers, ouders en leerlingen.’ Van der Pal vult aan: ‘Wij geloven in het ‘andersom organiseren’ zoals we dat hier noemen. Die term hebben we geleend van ROC A12. We hebben stappen gezet om medewerkers meer te betrekken: een regiegroep schreef een advies over het schoolplan en verkennersgroepen keken bij andere scholen hoe we kunnen werken met leerdoelen, in domeinen en met coaches. Die adviezen worden gedragen door zo’n 60 mensen, maar daarmee hebben we 300 medewerkers niet bereikt. Het is nog niet gelukt om iedereen zich eigenaar te laten voelen van de bedoeling en de leidende principes. Hoe gaan wij daar als centrale directie en sector- en locatieleiders goed op sturen? Doen we de juiste dingen? Doen we het in het juiste tempo? Met de juiste maatvoering? Dat zijn de vraagstukken waar we nu voor staan.’

Weijers: ‘We zouden graag willen dat iedereen eigenaar is van de bedoeling en de manieren waarop je die graag waar wil maken, dus wat er op het Liemers Lijstje staat. Als het van mij is, kom ik ervoor in beweging. Niet als iemand vertelt dat het zo is, maar als ik denk: ‘Ja, dit vind ik zinvol, hier ben ik het mee eens, hier heb ik zin in.’ Dus het gaat over zin in twee betekenissen van het woord: ik heb er zin in en ik vind het zinvol. Die slag moet hier nog gemaakt worden.’

Stop met onzin, doe wat de bedoeling is
‘Hoe kunnen wij als team bijdragen aan het realiseren van de bedoeling van de school én de manieren waarop we die idealiter willen waarmaken?’ Dat is de vraag waarmee je volgens Weijers als team de dialoog met elkaar aan kunt gaan. Weijers gebruikt hierbij de cirkels van het richten en het verrichten. Aan de ene kant brengt het team de wenselijkheid (het richten, ofwel de bedoeling en de principes) in beeld, aan de andere kant de werkelijkheid (het verrichten, dat wat je werkelijk doet). Waar beide cirkels elkaar overlappen staat ‘We doen wat onze bedoeling is op manieren die bij ons passen´. Door zulke gebeurtenissen met het hele team in kaart te brengen, wordt duidelijk wat iedereen met elkaar de bedoeling vindt en is het mogelijk om dit te vergelijken met wat van buitenaf geformuleerd is.

Van der Pal: ‘Het pluspunt van deze aanpak is dat je iedereen mee kunt nemen in wat er al ligt. Je kunt het blijven gebruiken. In de jaarlijkse sectiegesprekken bespreken we het lopende onderwijs, de onderwijsontwikkeling en de -vernieuwingen. Daar kun je ook zeggen: ‘Wat is de stand van zaken? Klopt dat met de bedoeling en de leidende principes? Wat heb je nodig om het wel te laten kloppen?’’ Wiggers: ‘Daarnaast is het instrument waardevol op persoonlijk niveau. Je kunt in kaart brengen wat ieders individuele bijdrage aan de collectieve bedoeling is. En daar het gesprek over aangaan. ’Wat moet je oppakken, waar moet je mee stoppen en wat moet je vooral blijven doen?’ Dit zou bovendien een manier kunnen zijn om de werkdruk in kaart te brengen en dan ook meteen interventies daarop te plegen. Dat kan de leidinggevende doen, maar de collega zelf ook. We zitten beiden aan het roer. Dat spreekt me heel erg aan.’

Spelen met ruimte
Weijers: ‘Scholen zijn complexe systemen. Vaak willen we toch een zekere mate van beheersbaarheid, om ongelukken te voorkomen. Het is van belang dat we ons altijd afvragen ‘In hoeverre helpt de inrichting om de bedoeling waar te maken?’ Ik vind het indrukwekkend om te zien waar het Liemers College op dit moment in het proces zit. De bedoeling en principes zijn zo geformuleerd dat ze speelruimte geven, terwijl ze niet vrijblijvend zijn. Professioneel gedrag timmer je niet dicht. Een van de principes is ‘We zien wie je bent en je merkt dat we in je geloven’. Ik vind het dan interessant om aan een docent te vragen: ‘Hoe doe jij dat? Hoe laat jij zien wie je bent? Hoe merk jij dat er in je geloofd wordt? Hoe geef jij leerlingen de kans om te laten zien wie ze zijn? Hoe laat jij zien dat je in ze gelooft?’ Dat zijn de goede gesprekken, over hoe we het samen beter maken. Mensen voelen zich gewaardeerd voor wat ze doen, het gaat echt over hen. Dat gesprek moet je voeren. Leg die zeven principes van het Liemers Lijstje maar op tafel. Kijk met elkaar of je dit doet, op alle niveaus. Dan gaat het leven, dan wordt het echt van iedereen.’

Rianne van Dreumel is medewerker Communicatie & PR bij het Liemers College.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie