inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Merlijn Wentzel


Merlijn Wentzel
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Klassikaal onderwijs! Omdat het altijd zo is geweest of vanuit een bewuste, pedagogische keuze en visie?’ hetkind.org/?p=55579

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De Hoge Weerdschool in Epe: ‘Kind leert minder als iets uit handen wordt genomen’

26 mei 2010

Merlijn Wentzel

Geplaatst in: Legitimering

De Hoge Weerdschool – een openbare basisschool in het Veluwse Epe – hanteert de ‘vrije inloop’. Als de school begint, kunnen kinderen direct aan de slag met een activiteit waarvoor ze zelf kiezen. Een leerkracht: “Vertrouwen in de ontwikkeldrang van kinderen is belangrijk. Het schept ruimte om los te laten en aan te sluiten bij de behoefte van het individuele kind.” Een portret van een bijzondere school door Jantine van der Weegh.

Het is maandagochtend tien voor half negen; de vrije inloop is begonnen. De kleuters druppelen één voor één hun lokaal binnen. Anna begroet haar juf, vertelt wat ze gedaan heeft in het weekend en loopt vervolgens naar het keuzebord, waarop alle activiteiten staan. Ze mag kiezen. “Waar heb je zin in vanochtend?” vraagt de juf. Anna’s intense blik glijdt langs de foto’s van de activiteiten. Er hangen er zeker twintig, met bezigheden die uiteenlopen van tekenen, schilderen, een puzzel of een timmerwerkje maken tot spelen in de poppenhoek en lezen. Dan verschijnt er een grote lach op haar gezicht: “Schilderen, dat lijkt me leuk.” Routineus pakt Anna haar naambordje, hangt het onder de schilderactiviteit en trekt alvast een schort aan.

Alle dagdelen op de Hoge Weerdschool beginnen met de vrije inloop. De groepen kleuters maken dan hun keuze voor een activiteit door gebruik te maken van het keuzebord. Ze gaan spelen of een keuzewerkje doen. Vanafgroep 3 bepaalt het aanbod van de school de inhoud van de vrije inloop. De vrije inloop is ontworpen omdat de school naar mogelijkheden zocht om beter aan te sluiten bij het kind. Het keuzemoment aan het begin van de dag maakt dat de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden, eigenschappen en behoeftes van ieder kind meer gehonoreerd worden. Het welbevinden van de leerlingen en het plezier in het leren staan hoog in het vaandel.

Gesteund door theorie
Midden jaren negentig participeerde de Hoge Weerdschool in het project Adaptief onderwijs in een lerende organisatie van APS, waarbij gestreefd werd naar het afstemmen van het onderwijs op de pedagogische en didactische behoeften van kinderen. De leerkracht en ib’er van de onderbouw vertelt: “Ik keek naar ons onderwijs en vroeg me dingen af als: wat hebben kleuters eraan om in een kring te zitten? Gechargeerd gesteld moeten ze ruim een uur op een stoel zitten en naar een verhaal luisteren. Van autonomie is geen sprake. Van competentie en relatie moet je het maar afwachten. Het klopte niet.”

In de jaren daarna ontwikkelde de school een andere visie op onderwijs en kinderen. Als uitgangspunt werd de theorie van de basisvoorwaarden voor een actieve, gemotiveerde leerhouding gekozen. Deze theorie stelt dat kinderen streven naar competentie (ik kan het), relatie (ik ben de moeite waard) en autonomie (ik kan het zélf) (Stevens, 2004). Het team vond in die drie-eenheid veel herkenning en gebruikten het model om hun dagelijks onderwijs vorm te geven. Wat hielp was een bezoek aan een school met overeenkomstige uitgangspunten, die al verder was met de ontwikkelingen.

“Kinderen willen zich betrokken voelen”
De vrije inloop is een van de belangrijke uitvloeiselen van de theorie rondom de drie basisbehoeften. Het idee dat kinderen veel zelf kunnen, wordt vanaf groep 1 in de praktijk gebracht door hen de gelegenheid te bieden om speelhoeken en materialen te kiezen. Spelenderwijs en op hun eigen ontwikkelingsniveau doen kinderen ervaringen op die bijdragen aan het aanleren van een goede werkhouding, het inschatten van de eigen mogelijkheden en het plannen van werk (verantwoordelijkheid dragen). Alle kleuters die daar al aan toe zijn, kunnen bovendien leren lezen of rekenen. “Die wens moet wel uit de kinderen zelf komen; het wordt de kinderen niet opgelegd”, vertelt een leerkracht. “Kinderen willen zich immers betrokken voelen en die betrokkenheid ebt weg, zodra je kinderen dingen al te zeer gaat opdringen.”

Vertrouwen, loslaten en er zíjn
Onderwijs begint waar leerprocessen worden uitgelokt en telkens het passende antwoord wordt gegeven op de behoeften van kinderen, volgens de Hoge Weerdschool. Het gaat erom dat kinderen zich prettig, op hun gemak en veilig voelen. Als een leerling alleen maar timmerwerkjes doet, elke ochtend en elke week, dan laten de leraren hem zijn gang gaan. “Je kan natuurlijk denken dat hij ook andere dingen moet leren, maar dat komt vanzelf”, vertelt een leerkracht. “Vertrouwen in de ontwikkeldrang van leerlingen is belangrijk. De leerling krijgt na verloop van tijd wel interesse voor andere activiteiten. Zijn behoeftes veranderen.” Het is niet zo dat je daarmee alles op zijn beloop laat – je moet als leerkracht alles opmerken – maar het is ook niet nodig om verkrampt te reageren, wanneer een kind ergens wat langer stilstaat, wat sneller of langzamer gaat dan de anderen in de groep. Dat is een cruciaal inzicht, meent de leerkracht: “Vertrouwen schept ruimte. Het maakt het makkelijker om los te laten en ook om aan te sluiten op hetgeen het kind nodig heeft op het moment dat hij met een vraag komt.”

Zeker vijf minuten staat één van de kleuters voor het keuzebord. Het jongetje heeft al twee verschillende activiteiten gedaan en mag van de juf nog één keer kiezen. “De ene keer is het heel makkelijk om te kiezen en de andere keer niet”, vertelt hij. “Ik wil nu met het kasteel bouwen, maar dat kan niet want er zijn al twee anderen bij. Dat is stom, dan moet ik wachten.” Hij kreukelt zijn gezicht in een ernstige frons en zucht een paar keer diep. Na enkele minuten kiest hij voor een andere activiteit.
Op het keuzebord is per activiteit aangegeven hoeveel kinderen er mee aan het werk mogen zijn op hetzelfde moment. Het kan voorkomen dat kinderen moeten wachten voordat ze kunnen deelnemen aan een activiteit die zij graag willen doen. Kinderen leren op deze manier onder andere omgaan met de notie dat niet al hun wensen meteen kunnen worden vervuld.

Plannen: “Ik krijg het toch wel af.”
De leerlingen uit groep 6 zijn verschillende dingen aan het doen tijdens de vrije inloop. Enkele jongens zitten achter de computer spelletjes te spelen, een paar meisjes zijn aan het tekenen en een aantal andere leerlingen is bezig met een taalwerkje uit de weektaak. “We hebben een weektaak en die moet je aan het eind van de week af hebben. Ik ben nu aan het tekenen, want ik heb nog geen zin om aan de weektaak te beginnen. Ik krijg het toch wel af dus ik kan nu wat leuks doen”, vertelt Sofie. Haar buurvrouw hanteert een andere strategie: “Ik ben nu al met de weektaak bezig, want dan kan ik vrijdag tekenen en andere leuke dingen doen.”
Ook voor de leerlingen van de bovenbouw is er ruimte om hun voorkeur te volgen, maar zij worden in vergelijking met de onderbouw meer aangesproken op hun planvaardigheid. “We laten de leerlingen zelf plannen, maar houden het goed in de gaten. Als de leerling niet uit dreigt te komen met zijn planning spreken we de leerling daar op aan. Hij moet het echter ook zélf ervaren. Je leert minder als het je uit handen wordt genomen”, vertelt een leerkracht.

Extra persoonlijke aandacht
Leerlingen die van een andere school komen, merken het verschil met hun oude school goed. Eén van de nieuwe kleuters vertelt: “Dit is wel fijner, want hier kan je kiezen wat je zelf echt wilt.” Een nieuwe bovenbouwer: “Wij moeten verschillende dingen af hebben aan het einde van de week. Je kan zelf kiezen waar je mee begint. Dat vind ik wel prima.” Een andere leerling zegt: “De weekbrief doe ik nu even niet. Ik had meer zin om te computeren. De computerspelletjes zijn voor de lol, maar je leert er ook wel wat van, eigenlijk. Je hebt dus lol en je leert – dat is grappig.”
Ook de leraren zijn tevreden met de vrije inloop. Door de kinderen dagelijks, gedurende
korte tijd zelfstandig te laten werken hebben zij tijd om extra aandacht te besteden aan leerlingen die dat nodig hebben. Ook geef het ruimte voor persoonlijke aandacht. “De kinderen komen niet allemaal tegelijkertijd de klas binnen, dus ze kunnen ook iets met je delen dat ze niet met de hele klas willen delen”, vertelt een leerkracht.

Tips voor andere scholen
De Hoge Weerdschool geeft aan dat je niet zomaar je onderwijs moet vernieuwen. Allereerst is een goede oriëntatie op uitgangspunten nodig. Dat begint met de vraag “Wat wil je bereiken met je onderwijs?” Het antwoord op die vraag moet helder en eenduidig zijn, en tot een visie van het hele team worden. Elke verandering moet je in verband kunnen brengen met je visie. Scholen die ook willen kiezen voor vrije inloop worden geadviseerd dit te doen op pedagogische gronden – niet op organisatorische. Ook wil de school andere scholen meegeven dat de leerkracht de spil is bij het realiseren onderwijs dat meer aansluit op behoeften van kinderen: het kind mag centraal staan, maar dat betekent dat er ook heel veel aandacht, inventiviteit en passie van de leerkracht gevraagd wordt. Bewustwording en analyse van het eigen leerkrachtgedrag zijn dan ook noodzakelijk, evenals het delen van elkaars werkconcept in teamverband. Vernieuwingen zijn immers geen individuele aangelegenheid, maar een zaak van het hele team.

Ten slotte wordt aangestipt dat je in bepaalde gevallen tijdelijk van je uitgangspunten moet mogen afwijken. Leerlingen die weinig autonoom zijn bijvoorbeeld, hebben behoefte aan meer structuur. Deze moet je bieden, ook al lijkt dit in eerste instantie tegenstrijdig aan je uitgangspunten. De eerste opdracht van de school is immers dat kinderen geborgenheid voelen. Vanuit die geborgenheid kunnen leerlingen zich ontwikkelen.

Tekst: Jantine van der Weegh
Dit verhaal maakt deel uit van een reeks reportages, gemaakt door het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ) over goede schoolvoorbeelden. Voor meer informatie zie: www.nivoz.nl

Meer informatie:
Stevens, L. (1997). Overdenken en doen. PMPO. Den Haag.
Stevens, L. (2002). Zin in leren. Garant: Leuven-Apeldoorn.
Stevens, L. (red.) (2004). Zin in school. CPS, Amersfoort.

Obs Hoge Weerdschool

Emailadres: hogeweerdschool@opo-epe.nl