inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Marco Dekker


marco dekker
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 14 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leraar van het Jaar: ‘Deze prijs is ook van de kinderen’

11 oktober 2011

Geert Bors

Geplaatst in:

Het juryrapport prees hem om zijn tomeloze energie en de trots op zijn vak. Daarmee boekt Martin Bootsma op de A. Bekemaschool in Duivendrecht niet alleen resultaten met zijn leerlingen, maar weet hij ook te innoveren – zowel in de onderwijsvisie van zijn team als in het aanscherpen van zijn eigen dagelijkse praktijk. Volgens Bootsma, Leraar van het Jaar voor het basisonderwijs, gaat het om het individuele kind en zijn leerstijl: “Ik vind het heel belangrijk in een leerproces te vieren wat goed gaat.”

Foto: videostill Leraar24

Gefeliciteerd met je prijs. In een artikel in het Parool, nog voor je uitverkiezing, vertel je dat je wilt uitdragen “wat voor geweldig vak” het leraarschap is, en dat “je meer energie krijgt dan je erin stopt”. Waar kreeg je deze week energie van?
“Er is iedere dag wel iets. Het begint ermee dat wij als school werken met het concept leerstijlen van Dunn en Dunn. We houden er rekening mee dat ieder kind zijn eigen manier van leren heeft. Ik wil mijn leerlingen bewust maken van hoe ze leren en ze een eigen verantwoordelijkheid geven in de manier waarop ze iets tot zich nemen, in de keuzes die ze maken. Je ziet dat als kinderen eigen keuzes maken, de betrokkenheid en de zin om te leren toenemen. En als ik dan, zoals elke dag, op de fiets naar huis de schooldag doorneem, licht er altijd wel iets moois op.”

Deze week was een afwijkende, met de grote uitreiking, de media en zelfs een bezoek aan premier Rutte in het torentje. Maar wat lichtte er in de klas op?
“Ik haal vaak veel uit de ‘denkoefening’, een vast onderdeel dat ik vroeg op de dag doe. Dan laat ik de kinderen vrij denken over bijvoorbeeld de overeenkomsten tussen een tomaat en een fiets. Na die mentale oefening gaan we door met taal en rekenen. Maar wat nu in me opkomt, is een meisje dat zeven jaar op een andere school gezeten heeft en altijd te horen kreeg dat het vooral met lezen helemaal niks was. Bij de eerste keer ‘begrijpend lezen’ had ze moeite met een halve zin. Ik heb niks gezegd. De tweede keer ging ze verder. Er kwam een tweede zin en ze was met de derde bezig. Ik kwam even bij haar staan en zei alleen maar ‘fantastisch’. Ze draaide haar gezicht in opperste verbazing. Die blik: hè, iemand zegt dat ik iets kan? Dat had ze jaren niet gehoord. Ik vind het heel belangrijk in een leerproces te vieren wat goed gaat.’’

Voor iemand die zou overwegen leraar te worden: is die positieve energiebalans er vanaf je start als leraar geweest?
“Je hebt je ups en downs. Waar het om gaat, is het positieve dat je meemaakt te laten prevaleren. Te kijken naar wat lukt. Je blik moet gericht zijn op het grotere plaatje: dat van ontwikkeling, die van jou en die van je kinderen. In die zin neem ik mijn officiële nieuwe rol als ambassadeur voor het onderwijs ook serieus. Van de zomer zat ik in een trein tegenover twee jonge vrouwen met een juridische achtergrond. Ze vroegen wat ik deed. Ik begon te praten over mijn kinderen, haalde er foto’s bij van mijn klas en van het schoolkamp. Het werkte blijkbaar aanstekelijk. Twee weken geleden kreeg ik een mail van een van hen. Ze gaat de Pabo doen. Als iedere leraar nou aan één ander zou kunnen overbrengen waarom ons vak zo mooi is, hadden we geen lerarentekort meer.”

Zelf was je oorspronkelijk politicoloog. Heb jij ook een ontmoeting in de trein gehad?
“Ik ben 46 en sta nu zestien jaar voor de klas. Na mijn afstuderen heb ik archiefwerk gedaan en gepubliceerd. Ik wilde meer – leraar geschiedenis worden, maar dat mocht niet met politicologie als vooropleiding. Na een open avond op de Pabo was ik verkocht. Het is geweldig wat je kinderen aan het eind van hun basisschooltijd kunt meegeven, maar ook wat je van ze terugkrijgt.”

Afgezien van deze prijs, wanneer weet je nou dat je het goed doet?
“Dat heeft vooral te maken met hoe je praat met elkaar op school, elkaar constant evalueert; hoe je blijft leren, ook als team. Mijn leidinggevende komt bijvoorbeeld vaak in de klas even kijken. Ik houd mijn vakliteratuur bij. En de kinderen houden je scherp. Een verslaggever grapte: “Nu zul je wel stoppen, op je hoogtepunt?” Maar wanneer je denkt in termen van ontwikkeling, is er geen hoogtepunt. Je kunt altijd meer, verder, dieper.”

Foto: videostill Leraar24

Nu je de beste leraar van Nederland bent…
“…Wacht even, niet ‘de beste’. Het is geen wedstrijd. Ik ben ‘de Leraar van het Jaar’ en daarmee een ambassadeur. Ik zie me als een vertegenwoordiger van mijn school en de prijs als een waardering voor onze onderwijsvisie en hoe wij daar als team vorm aan geven. De prijs staat prominent in de klas, want hij is ook van de kinderen. Zonder leerlingen geen leraar. Het succes zit in wat we met elkaar tot stand brengen.”

 

Oké, niet de beste. Maar als die ambassadeur, die Leraar van het Jaar, waar haal je dan je inspiratie nog vandaan?
“Die fietstocht naar huis is belangrijk. Dan draaien ook de raderen in mijn hoofd. En ik lees veel, waarbij ik dan altijd denk: ‘Wat kan ik hiermee op school? Hoe kan het nog uitdagender, nog interessanter?’”

Heb je als leraar voorbeelden?
“Een aantal. Al voor ik dacht aan het onderwijs, was ik gegrepen door Theo Thijssen. Ik was onder de indruk van het scherpzinnige in zijn observaties. De zorg voor zijn kinderen. Hoe hij ieder kind in zijn klas zág en wist te bereiken. Ik las ergens dat de Theo Thijssenschool in Amsterdam geen leraren kon vinden. Op basis van de naam van de school heb ik gebeld of ik mocht komen. Ik ben negen jaar gebleven. Neil Postman, auteur van The End of Education, vind ik ook heel goed. Dat boek gaat erover dat een school of een leraar een visie nodig heeft over hoe je met kinderen omgaat. Zonder een expliciete visie heb je niets aan je computers, je boeken, je middelen. Zonder visie is onderwijs zielloos. Ik lees verder graag het werk van de cultuurfilosoof George Steiner.”

Valt jouw visie te vertalen in een one-liner of een motto, waarmee je dagelijks je groep tegemoet treedt?
“Ik geloof niet dat ik een motto heb. Op mijn desktop staat een citaat van George Steiner, ‘Modern onderwijs is georganiseerd geheugenverlies. Wie niets meer uit zijn hoofd leert, vernietigt het verleden’. Maar dat staat er niet, omdat ik het er zo mee eens ben, maar vooral omdat het prikkelt. Ik had eens een Japanse collega in de klas die zei: ‘Dunn and Dunn is fun’. Vond ik grappig. Misschien is dat een motto.”

Foto: videostill Leraar24

Wat wil je dat jouw kinderen meenemen, als ze weggaan uit groep 8?
“Natuurlijk hoop ik dat ze terugkijken op een tijd waarin ze veel plezier gehad hebben en veel geleerd hebben. Maar vooral ook dat ze ontdekt hebben hoe ze zelf het beste tot leren komen. En dat ze zelf verder kunnen op basis van vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘wat wil ik?’ Uit zelfkennis en vertrouwen in je eigen kunnen put je kracht.”

Wéét je ook dat dat gebeurt? Komen er wel eens oud-leerlingen terug?
“Het contact met mijn leerlingen is intensief: de jaren 7 en 8 zijn bij ons op school één groep. In die twee jaar ontstaat er veel vertrouwdheid met elkaar. Er zijn verbazend veel kinderen die in een latere fase, bijvoorbeeld op het hbo, met mij komen overleggen. Gewoon even levelen, kijken of we er hetzelfde over denken. En dan was er Kerst, een paar jaar terug: ik was toevallig bezig de tafels op school te dekken voor het kerstdiner, toen er twee oud-leerlingen binnenkwamen. Ze begonnen ongevraagd mee te helpen. Ja, dan denk ik: dat is geen toeval.”

Als je een religieus persoon was, zou je bijna denken dat een paar engelen je kwamen helpen.
“Nou, een klein wonder was het zeker.”

Een paar uur na het gesprek mailt Martin Bootsma: “Ik heb op de fiets nog eens nagedacht over die one-liner. De conclusie kan niet anders zijn dan dat ik blokkeerde, want een van mijn one-liners zit in het interview met het Parool. Een vriend haalde hem er meteen uit, aangezien wij beiden liefhebbers zijn van de grote Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Dit motto, dat jarenlang in mijn klas heeft gehangen, is even simpel als uitdagend: Wees meester en vormgever van jezelf.”

Tekst: Geert Bors, redacteur bij het NIVOZ (Nederlands Instituut voor Onderwijs- en Opvoedingszaken) en verbonden aan het platform hetkind.

Hetkind gaat Martin Bootsma dit jaar uitnodigen om als ambassadeur van het onderwijs te reflecteren op zijn praktijk en de zeven basisprincipes van hetkind.