inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob van der Poel


robvanderpoel
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 14 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Booms’ verhaal na studiereis in relatie tot Finland Phenomenon

13 november 2011

robvanderpoel

Geplaatst in:

Ed Booms bezocht onlangs Finland voor een studiereis. Booms heeft zitting in de adviesraad van de ALPO (Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs) en is als clusterdirecteur verbonden aan de stichting Robijn in Ijsselstein. Hij deelde zijn ervaringen op 9 november met docenten en schoolleiders uit NIVOZ-trajecten Pedagogische Tact en Pedagogisch Leiderschap. Zij hadden eerder naar de documentaire The Finland Phenomenon gekeken.

Ik probeer wat nuances aan te brengen. Wat mij namelijk opviel tijdens mijn reis was…

Een Finse studente die dacht wij haar in de maling namen en die zei: weet je wat je collega zegt: dat jullie in Nederland voor ieder geloof een andere school hebben. Ik zeg dat klopt, maar ik zeg: we hebben ze ook nog voor autisten, voor blinden, gehandicapten… Ze zegt: dat meen je niet? Hoeveel scholen hebben jullie dan wel niet?
Heel veel, maar dat kennen ze dus in Finland niet.

De nuance is toen wij daar kwamen voor inclusief onderwijs, want daar staan ze om bekend, dat het merendeel van de mensen die we erover spraken, ging lachen. Dat zeggen ze bij de National Board of Education , maar ik heb het weinig gezien,  differentiatie heb ik weinig gezien.

Het allerbelangrijkste is… vertrouwen. Ik sprak al die directeuren van die basisscholen, want daar ben ik er ook ooit één van geweest, en die zeiden van: maar het is toch zeker niet zo dat jij wilt weten wat er in al die klassen gebeurd? Ik zeg jawel, want dat wil de inspectie en de overheid… Maar in Finland dus niet. ‘‘We hebben geen inspectie.

Grote verschil is daar natuurlijk wel: iedere leerkracht wordt vijf jaar universitair opgeleid. Bij ons maken we ons zorgen over 80 % van de instroom  van de MBO opgeleide onderwijsassistenten. Zij doen de opleiding niet om de beste onderwijsassistente van Nederland te worden, maar om de makkelijkste ingang  voor de PABO te krijgen. En daar strandt 80% van de eerstejaars op de taaltoetsen en rekenen.

Op het moment dat je ze academisch opleidt, dan kun je ook wat verwachten. Finland heeft 20 universiteiten, voor nog geen 6 miljoen inwoners. Wij komen niet eens tot de helft aan Universiteiten. Als opleidingsschool, de Trainee Teacherschool ben je automatisch gekoppeld aan de Universiteit. Die school zit IN de Universiteit. De trainees lopen alleen daar stage.  De rest van Finland heeft dus geen studenten.

Men maakt zich in Finland zorgen bijvoorbeeld over allochtonen. Een allochtoon daar is een West-Europeaan. Blank. Dat is bij ons niet. Ze krijgen nu langzaam immigratie, want Finland heeft een immigratietekort. Daar kunnen ze bij ons in de PVV wat van gaan leren. Zij krijgen dus te maken met import, waarvan ze nog niet weten of ze dat kunnen handelen, want de maatschappij is er anders.

Finland is echt: ‘een kind is belangrijk’. Daar kan Nederland  wat van leren.
Finland heeft gigantisch veel over voor het onderwijs. Free of charge. Het vervoer, waar dan ook in Finland, want de universiteiten zitten ook boven de poolcirkel, de maaltijden iedere dag…  Al het onderwijs van basis tot universiteit is allemaal gratis. Als je als buitenlander daar gaat studeren, is dat dus gratis. Want ze hebben maar twee dingen: mensen en bomen. En in die twee dingen moet je investeren. Bomen dat gaat wel. Dus je investeert in mensen en daarin investeren ze heel veel in.

Wat me opviel is weinig differentiatie. Kinderen krijgen veel van hetzelfde aangeboden. Weinig ict. Ze hebben een smartboard, heel af en toe. Ik denk dat er in Nederland per gemiddeld kind meer smartboards zijn dan in Finland. Aan de andere kant, ze hebben het waarschijnlijk niet of minder nodig.

Wat belangrijk is bij het opleiden van studenten is, ze doen het tenminste in tweetallen. Feedback is daar een logisch iets. Iets automatisch. Je wordt opgeleid, je hebt het er met elkaar over.

Wat me aan de andere kant opviel: je begint op zijn vroegst in het tweede jaar met stage lopen. Als je er dan achterkomt dat het niet jouw ding is, dan ben je een jaar verder en heb je al een jaar verloren of heb je een ervaring opgedaan.

Wat belangrijk is: de student-leerkracht staat heel hoog aangeschreven. De leerkracht staat in de top 3 beroepen in Finland. Advocaat, dokter, meester of juf… Als je op een verjaardag in Nederland vertelt dat je in het onderwijs zit, moet je naar die dokter. Daar zit wel een groot verschil. Je moet in Finland solliciteren om op de opleiding te komen. Dat assessment duurt over het algemeen vier dagen. Negentig procent valt af. Bij ons, als je je naam kan schrijven, dan krijg je een inschrijfformulieren en zit je op de opleiding. Dus daar ligt een heel groot verschil. Bij binnenkomst heb je de top of the bill, je hebt ze al afgeroomd en dan leid je ze vijf jaar universitair op.

En wat ik heel belangrijk vind: er zit in Finland onderzoek aan vast. De directe correlatie met de universiteit is ontzettend belangrijk, zij hebben ontzettend veel onderzoek. Wat gaat er goed en waarom gaat het goed? Wat gaat er niet goed en waarom gaat het niet goed?

Finland heeft een heel dun curriculum. Het wordt wel dikker. Ze hebben een nationaal curriculum , dat is dun. Dan heb je de lokale overheid, die mag nog iets vinden. Maar vooral de school , de school bepaalt wat is goed voor kinderen. En als je daar vertrouwen in hebt en het blijkt dat het in de praktijk werkt…

Wat ik belangrijk vind is het welbevinden van kinderen. Dat is naar verhouding in Finland laag. Op al die scholen waar we waren: waar maak je je zorgen over? Nou, onze kinderen vinden over het algemeen het onderwijs niet zo leuk. Onderzoek van de Universitet van Twente zegt dat Nederlandse kinderen de meest gelukkige van de heel wereld zijn. En daar moeten we nou een combinatie van zien te maken: van goed opleiden en goed welbevinden, dan zijn we een stuk verder.

Wat ook van belang is: hoe kijk je daarnaar? Finland profileert zich als een land dat zich qua maatschappij vergelijkt met Japan. En Japan, met name aan ‘hoe je op kijkt tegen volwassenen’. Wij kwamen daar in sommige klassen en daar gingen ze staan. Ik schrok daarvan, vond het niet echt meer van deze tijd. Maar je  doet wat een volwassene vraagt van je.

Men maakt zich zorgen over depressiviteit bij studenten. En aan de andere kant leveren ze de beste studenten van de wereld af. Daar zit ergens nog een frictie.

Dus ja, het is een fantastisch systeem gebaseerd op vertrouwen, kennis, de hoge opleiding van studenten die je binnenhaalt en de kwaliteit van de leerkrachten. Maar ook de waardering van die leerkrachten, want ze verdienen helemaal niks meer dan in Nederland. Ze verdienen ongeveer hetzelfde, 23-2400 euro in eerste instantie. Leerkrachten maken zich wel zorgen over het hele hoge percentage belasting wat ze moeten betalen. Want dat ging toch wel richting de 30 procent. Nou, ik teken ervoor.

Deze film toont in eerste instantie een prachtig verhaal en er zitten heel veel elementen in, maar er zijn mijns inziens ook nog wat aandachtspunten waarvan we zeggen: nou, daar kunnen we in Finland ook nog wel wat van Nederland leren..

Nawoord Marcel van Herpen: Dank je wel Ed. Als dank krijg je drie publicaties uit onze NIVOZ-bibliotheek. Je hebt ze natuurlijk allemaal gelezen, maar dan kun je andere mensen . Wij vonden het heel prettig dat jullie de film konden zien en een verhaal uit de praktijk waarin de nuance zit. Sommigen hebben Kanamori gezien . Daar kennen we ook de tweestrijd van systemen, wat aan de ene kant fantastisch is en aan de andere kant moeizaam gaat., wat zijn tol eist. We zijn bezig om dit als voorbeeld te durven zien en daar ons  eigen systeem van te maken,  onze eigen weg in te gaan. Als het goed is komt volgend jaar Kanamori zelf, vandaag hebben we het met Ed Booms gedaan.

Het waarom van de reis:

Ed Booms:Ik heb als clusterdirecteur van de stichting ROBIJN (regionaal Openbaar Basisonderwijs IJsselstein Nieuwegein) zitting in de adviesraad van de ALPO (Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs). In de adviesraad zijn de universiteit, de Hogeschool en het veld vertegenwoordigd. Van deze drie groepen zijn mensen gevraagd voor de reis.  De ALPO is een nieuwe opleiding waarbij een student twee opleidingen tegelijk doen: de PABO bij de Hogeschool Utrecht en de bachelor Onderwijskunde bij de Universiteit Utrecht. Deze opleiding gaat aan het einde van dit cursusjaar de eerste studenten afleveren. De eerste lichting loopt nu hun LIO-stage op de  basisscholen.

We hebben het al jaren in Nederland over het feit dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog moet (grote aandacht voor taal en rekenen. Nederland wil tot de top 5 van kenniseconomieën behoren. Iedereen realiseert zich (gelukkig) dat dit vooral via de leerkracht moet. Finland is al jaren in staat om hoge opbrengsten te genereren (eerste plaats PISA). Gezien het feit dat zij alle studenten universitair scholen was de wens om te gaan kijken.

Wat doen zij in Finland precies?
Hoe geven zij het onderwijs vorm?
Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen?

En vooral wat kunnen wij leren en invoeren om ons onderwijs op een hoger plan te brengen?

Daarnaast wilden we ook weten hoe zij ‘inclusief onderwijs’ vormgeven in het kader van de invoering van Passend Onderwijs in Nederland en hoe zij onderzoek vormgeven in de basisschool.

www.stichtingrobijn.nl
www.educatie-en-school.infonu.nl/diversen/61330-academischeuniversitaire-pabo-alpo.html