inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Wilma van Esch


Wilma van Esch
Bekijk mijn profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 16 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Onuitwisbare sporen in het onderwijslandschap

24 januari 2012

Wilma van Esch

Geplaatst in: Legitimering

Wat begon als een project met kleuters in België, groeide uit in Nederland en de wereld. Groeide uit naar voorschool, basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs justitie en welzijn. In 20 jaar trok het ErvaringsGericht Onderwijs (E.G.O) onuitwisbare sporen in het onderwijslandschap.

De start van het project ErvaringsGericht Onderwijs (E.G.O.) moet gesitueerd worden in het voorjaar van 1975. Toen werd, na een lezing door professor Ferre Laevers op een studiedag in Limburg, een kerngroep van twaalf kleuterleidsters gevormd. Deze kerngroep concentreerde zich aanvankelijk op twee punten:

(1) Zoeken naar een omgangsvorm die een beter contact met kinderen opleverde: de ErvaringsGerichte dialoog.
(2) Vrijheid: Kinderen ruimte geven om, gedreven door hun drang tot exploreren en initiatieven te nemen.

Het vertrouwen op de mogelijkheden van kinderen werd aangevuld met het inzicht dat tussenkomsten van volwassenen onontbeerlijk zijn. Grenzen moesten ervoor zorgen dat elke leerling in de beste omstandigheden kon leven. Behoudens deze vroege koerscorrectie is het vrij initiatief een krachtige pijler gebleven. Het is één van de verdiensten van het E.G.O. te hebben aangetoond dat het haalbaar is, een klas van 25 of meer kinderen een belangrijk deel van de dag te laten beslissen over de aard, de duur en de frequentie van hun activiteiten. Het vrij initiatief op zich heeft geen zin als het aanbod schraal is. Zinvolle activiteit is een resultante van twee factoren: vrijheid en een rijk milieu. Die zijn als de twee polen die een lamp laten branden. Dus werd er gewerkt aan het milieu. De leerkracht werd ‘aanbrenger’ en begeleider van activiteiten. Echte ontwikkeling (creatieve processen) kreeg prioriteit en vervreemding moest worden voorkomen (bevrijdingsprocessen). Het gaf aan dat initiatief een belangrijk principe is, maar niet zonder milieuverrijking en de ErvaringsGerichte dialoog. Het maakte duidelijk dat het einddoel de geëmancipeerde mens is. Het sprak zich ook uit over de instelling van de volwassene: Een ErvaringsGerichte basishouding; een bewuste oriëntatie op wat zich in de
ervaringsstroom van kinderen afspeelt.

Betrokkenheid
De inzichten rond het fenomeen ‘betrokkenheid’ brachten het project in een stroomversnelling. Is er betrokkenheid, dan weet men immers dat een leerkracht een hele reeks factoren goed weet te hanteren. Het betrokkenheidscriterium geeft de leerkracht bovendien directe feedback: hier en nu, tijdens de uitvoering in de praktijk komt men te weten of men bijdraagt aan ontwikkeling of niet. ‘Leren’ wordt binnen het E.G.O. niet opgevat als het verplicht aanleren van vastliggende kennis en vaardigheden, die volgens vaste methoden worden onderwezen. ‘Leren’ wordt gezien als een proces dat zich in mensen afspeelt, gestuurd door hun eigen wil. Of iemand leert en ontwikkelt, is te zien aan de mate van betrokkenheid waarmee hij bezig is. Kennis en vaardigheden die een mens zich met een hoge betrokkenheid eigen maakt, betekenen fundamentele stappen in zijn ontwikkeling, inzichten die zijn greep op zichzelf en de wereld blijvend vergroten. Dat geldt voor de kinderen die hun ontwikkeling in samenspraak met de leerkracht, de aanwezige materialen en hun klasgenoten ter hand nemen. Maar het geldt evenzeer voor de leerkracht die blijft leren van de unieke vormen die ontwikkeling bij kinderen kan aannemen.

Welbevinden
Je moet het durven om je, zonder schroom,  open te stellen voor wat er op je afkomt. Je moet het zelfvertrouwen hebben om zó te handelen als jou het beste lijkt. Je moet durven loslaten, je inzichten durven bijstellen, je plannen durven wijzigen op basis van wat je waarneemt. Je moet niet bang
hoeven zijn voor moraliserende of veroordelende uitspraken van degenen met wie je je doen en denken deelt. En natuurlijk moet je ook samen kunnen lachen (en huilen als dat nodig is). Dat geldt allemaal opnieuw evenzeer voor de kinderen als voor de leerkracht. Bij beiden kunnen hun fundamentele menselijke behoeften onder druk staan. Betrokkenheid kon en kan niet zonder welbevinden. Je optimaal ontwikkelen is niet mogelijk als je welbevinden steeds op de proef wordt gesteld.

Verbondenheid
Het concept ‘verbondenheid’ is misschien wel de sluitsteen van het E.G.O. Lees verder

Door Wilma van Esch en Marcel van Herpen. Dit artikel verscheen eerder in EGOscoop, februari 2010.