inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Ninke bepaalt zelf het tempo. Niet haar ouders, geen gestandaardiseerde toets en niet ik’ hetkind.org/?p=55348

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Over het werk van Luc Stevens: ‘de behoefte aan relatie, competentie en autonomie’

25 november 2012

Rikie van Blijswijk

Geplaatst in: Legitimering

‘Over het werk’ is een serie portretten van onderwijswetenschappers, waarin de essentie en de legitimatie van goede onderwijspraktijk wordt geschetst via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk. In deze aflevering Luc Stevens over de psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en relatie, ontleend aan de Self Determination Theory van Edward Deci en Richard Ryan. Dít artikel biedt een beknopt overzicht van de drie kernbegrippen. Voor een uitgebreidere beschrijving van deze theorie, inclusief recente verwijzingen naar andere artikelen, kun je dit achtergrondartikel op het NIVOZ Forum lezen.

Dit is  een aflevering in een serie  portretten van wetenschappers die Rikie van Blijswijk heeft gemaakt. Eerder verschenen er  afleveringen ‘Over het werk’ van:

Otto Scharmer: Theorie U
Deci en Ryan: Motivatie
Ferre Laevers: Perspectief van de ander innemen
Marianne Riksen-Walraven: Verbondenheid/gehechtheid
Jos Kessels: De morele en organisatorische werkelijkheid
Geert Kelchtermans: Professionele biografie
Weiner en Dweck: Attributietheorie

Stevens: Psychologische basisbehoeften

Ieder mens  is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan relatie, autonomie en competentie

Als in voldoende mate is voldaan aan de behoefte aan relatie (anderen waarderen mij en willen met mij omgaan’), aan de behoefte aan autonomie (‘ ik kan het zelf, hoewel niet altijd alleen’) en aan de behoefte aan competentie (‘ik geloof en heb plezier in mijn eigen kunnen’) is er welbevinden, motivatie, inzet en zin in leren. Wordt hier door opvoeders (ook leraren!) tekort gedaan, dan ontstaan voorspelbaar taakhoudings- en motivatieproblemen op school.

Relatie

Kinderen hebben behoefte aan relatie, zowel met hun leerkrachten als met andere kinderen. Ze willen het gevoel hebben erbij te horen, deel uit te maken van een gemeenschap. Hoewel in een gemeenschap conflicten zijn en men rekening moet houden met elkaar, voelt men zich er in principe veilig. Kinderen en volwassenen voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor een goede sfeer en als het lastig is, kan de leerling rekenen op de steun van zijn leraar. In scholen hebben volwassenen veel invloed op de kwaliteit van de relaties. Niet door op de voorgrond te treden, maar juist door vanaf de zijlijn beschikbaar te zijn. Luisteren, vertrouwen bieden, optreden als het echt nodig is, uitnodigende omstandigheden creëren, het goede voorbeeld zijn, uitdagen en ondersteunen zijn belangrijke pedagogische voorwaarden voor het ontstaan van goede relaties.

Competentie

Kinderen willen laten zien wat zij kunnen en zichzelf als effectief ervaren. Dat vraagt uitdaging. Dat kan alleen als het onderwijs is afgestemd op de mogelijkheden en (basis) behoeften van de leerling. Niet opletten, niet meedoen, onderpresteren, niet durven, het zijn vaak tekenen van afstemmingsproblemen. Een leerkracht die de ontwikkeling van haar leerlingen serieus neemt, biedt de leerling ruimte om passende leerdoelen voor zichzelf te formuleren en voor hem haalbare resultaten te boeken. Een combinatie van hoge (en reële) verwachtingen en beschikbaarheid voor hulp en ondersteuning, zijn een goede basis voor het ontwikkelen van een gevoel van competentie.

Autonomie

Autonomie verwijst naar het gevoel onafhankelijk te zijn. Kinderen willen het gevoel hebben de dingen zélf te kunnen doen. Zélf kunnen beslissen, zelf keuzes maken. Dat kan alleen in een omgeving waarin de eigenheid van het kind gerespecteerd wordt. Een kind is er voor zichzelf, niet voor zijn ouders of voor de school. Kinderen hebben al jong behoefte zich te onderscheiden, hun eigen keuzes te maken. Het pedagogische antwoord hierop is het bieden van veiligheid, ruimte, begeleiding en ondersteuning soms en het waarborgen van de verbondenheid met de ander. Individuele vrijheid is belangrijk en wordt gestimuleerd, maar altijd in  relatie met de ander en met behoud van diens vrijheid en jouw verantwoordelijkheid daarvoor. Autonomie verwijst altijd naar relatie.

Pedagogische Tact

Omgaan met leerlingen op school is een aaneenschakeling van ‘pedagogische ogenblikken’. Momenten waarin de leraar in een ‘split second’ een beslissing moet nemen. Zij moet onmiddellijk weten wat te doen of juist níet te doen. Ze kan het zich niet veroorloven al te lang stil te staan bij de afweging van de meest adequate reactie. Dat is een reactie die aansluit bij de situatiebeleving van de leerling en die tegelijkertijd de leerling in staat stelt om verder te gaan met zijn bezigheid. Een reactie die de leerling en de groep weer in rust, in evenwicht brengt. In de interactie tussen leerkrachten en leerlingen komt het daarop aan, op iets wezenlijks, iets bijzonders, iets dat zich bijna niet laat omschrijven. Een fenomeen waarin zichtbaar en voelbaar is dat de leerkracht op het goede moment de goede dingen doet en zegt, óók in de ogen van de kinderen. Dat fenomeen wordt ‘Pedagogische Tact’ genoemd, waarbij het niet gaat om de competenties van de leraar, maar vooral om wie hij is.

Aan de basis van Pedagogische Tact
In hun boek ‘Zin in school’ bieden prof. Luc Stevens en zijn medewerkers een fundering voor pedagogisch tactvol handelen. Zij formuleren pedagogische antwoorden op de drie psychologische basisbehoeften: de pedagogische grondfiguur.

Psychologische basisbehoeften: INTERACTIE Pedagogische antwoorden:
Relatie Aanbod van (gelegenheid tot) verbondenheid   door  beschikbaarheid, vertrouwen en responsiviteit; aanbod van   verantwoordelijkheid
Competentie Aanbod van uitdaging en ruimte; aanbod van   ondersteuning en grenzen
Autonomie Aanbod van respect voor het kind als actor; aanbod   van respect voor diens uniciteit; aanbod van het perspectief van de ander en   het andere
Proeve van een pedagogische grondfiguur     (L.M. Stevens, 2004)

Interactie
De basisbehoeften en de pedagogische antwoorden, worden in de figuur verbonden door het woord ‘interactie’. De kwaliteit van de interactie bepaalt, volgens Stevens (2004), de kwaliteit van het pedagogische klimaat. Een goed pedagogisch klimaat in een groep of in een school is niet te waarborgen door procedures, afspraken of regels. Afstemming van het handelen op de behoefte op dit moment is essentieel. De ene keer wacht je af, terwijl het de volgende keer nodig is om in te grijpen. Pedagogische Tact bepaalt de kwaliteit van de interactie en daarmee de kwaliteit van de school. Van groot belang is echter wel dat leraren zich bewust zijn van de waarden waarvoor zij staan: hun pedagogische uitgangspunten. In een school dient daarover wel overeenstemming te zijn, neergelegd in een schoolconcept dat ook praktijk wordt in die school.

Prof. dr. Luc Stevens is oprichter van Het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ), een onafhankelijk instituut dat onder meer nieuwe onderwijspraktijk legitimeert. Zij doet onderzoek, verzorgt de opleidingstrajecten ‘Pedagogische Tact’ en ‘Pedagogisch Leiderschap’ voor PO en VO, vervult een forumfunctie en heeft een bijzonder netwerk in het leven geroepen onder de naam hetkind

Bronnen:

L.Stevens (Red.) (2004). Zin in School. Amersfoort: CPS.

Teksten uit de workshop Pedagogische Tact tijdens de conferentie ‘Elk kind is een belofte’ (2011) door Marcel van Herpen, projectleider Duurzaam Opvoeden en Ontwikkelen, kerndocent Pedagogische Tact.