inspiratie, legitimatie en verbinding
Sarina Hoogendam werkt op het Educatief Centrum in Rotterdam en heeft daar veel te maken met ‘schooluitvallers’, jongeren die voor langere tijd niet naar school zijn geweest. Het rapport van de OECD trok daarom haar aandacht. ‘Uit onderzoek in ongeveer veertig landen blijkt dat schooluitval een indicator is voor de kwaliteit van het geleverde onderwijs. Hoe meer schooluitval, hoe minder het schoolsysteem het beste uit een leerling naar boven haalt.’ Zij vat het belangwekkende rapport samen en licht er opmerkelijke zaken uit.
Schooluitval als indicator voor de kwaliteit van het geleverde onderwijs. Het onderzoek van de OECD is duidelijk. Hoe meer schooluitval, hoe minder het schoolsysteem het beste uit iedere leerling naar boven haalt. En dit is vooral voelbaar voor jongeren uit achterstandsmilieus.
De implicaties zijn groot. Behalve dat het niet bevorderlijk is voor het sociale welbevinden van de leerlingen zelf, heeft het ook impact op de gehele samenleving. Jongeren en volwassenen met een laag zelfbeeld die weinig succeservaringen hebben gehad maken meer gebruik van maatschappelijke hulpverlening en gezondheidszorg. Ze kunnen onstabiele burgers worden die veel onrust in de maatschappij veroorzaken. Economisch gezien betalen investeringen in onderwijs zich dus op lange termijn meer dan dubbel terug.
Jammer genoeg is er tot nog toe weinig aandacht geweest voor dit belanghebbende onderzoek van de OECD. Daarom deze samenvatting en aanbevelingen.
Voor de duidelijkheid, de OECD – The Organisation for Economic Co-operation and Development – is vooral bekend vanwege de PISA (Programme for International Student Assessment) waarin de vaardigheden van 15-jarigen wordt gemeten op het gebied van lezen, rekenen en wetenschap. Daarnaast voeren ze veel onderzoek uit in aangesloten landen en landen die partner zijn. Daardoor kunnen ze wereldwijd de effecten meten van economische, sociale en educatieve systemen.
Binnen de landen van de OECD behaalt één op de vijf studenten niet het minimum niveau van vaardigheden. Daarbij hebben studenten afkomstig uit achterstandsmilieus twee keer zo veel kans onderpresteerder te zijn. Gebrek aan rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid in het onderwijs kan leiden tot een mislukte schoolloopbaan en dat betekent dat gemiddeld twintig procent van de jongvolwassenen een schoolverlater is voordat de middelbare school is afgerond.
De best presterende schoolsystemen binnen de OECD combineren zowel kwaliteit als gelijkwaardigheid
Schooluitval verminderen draagt bij aan economische groei en maatschappelijke ontwikkeling. Gelijkwaardigheid in scholing betekent dat persoonlijke sociale omstandigheden zoals geslacht, etniciteit of familieomstandigheden geen obstakels zijn om het maximale uit jezelf te halen en dat ieder individu een minimum niveau aan vaardigheden bereikt om te kunnen functioneren in de samenleving.
Het aantal jongeren dat vroegtijdig uitvalt, zegt iets over het gebrek aan integratie
Het aantal jongeren dat vroegtijdig uitvalt, zegt iets over het gebrek aan integratie. Als er sprake is van ongelijke kansen zal schoolverlaten daar het meest zichtbare gevolg van zijn. Jongeren uit achterstandsmilieus hebben twee keer zoveel kans om onder hun niveau te presteren. Hieruit blijkt dat sociale en persoonlijke omstandigheden obstakels zijn in het behalen van het maximale leerpotentieel. Als jongeren geen aansluiting meer hebben in het onderwijs en er geen sprake is van rechtvaardigheid is zal schooluitval het onvermijdelijke gevolg zijn.
Gelijkheid verbeteren en schooluitval verminderen loont
De economische en sociale kosten van schoolverlaten zijn hoog. Het succesvol afronden van de middelbare school geeft betere kansen op de arbeidsmarkt en vooruitzichten op een gezondere levensloop. Daarnaast dragen geschoolde mensen bij aan een meer democratische samenleving en een duurzame economie, zijn ze minder afhankelijk van maatschappelijke bijstand en minder kwetsbaar voor economische recessies.
In tijden van economische recessie is het nog meer noodzakelijk gelijkheid binnen het schoolsysteem te bevorderen en schooluitval terug te dringen. Immers, investeren nu levert later veel economisch voordeel op en minstens zo belangrijk, een stabiele samenleving. Jongeren en volwassenen zonder afgeronde opleiding hebben moeite met het vinden en behouden van een baan, genereren minder belastinginkomsten, neigen vaker in het criminele circuit terecht te komen, hebben meer last van psychische stoornissen en maken veel meer gebruik van voorzieningen binnen de gezondheidszorg.
Politiek beleid moet erop gericht zijn vroeg te investeren in kinderen en dit te blijven doen tot de middelbare school is afgerond
Onderwijs is een centraal element geworden in het beleid om economische groei te stimuleren. Investeringen gericht op passend en goed onderwijs voor elke leerling zijn het meest effectief op lange termijn. Vooral investeringen die beginnen bij jonge kinderen en doorgezet worden tot de middelbare school is afgerond.
Om te voorkomen dat leerlingen vroegtijdig schoolverlaten is een tweeledige benadering noodzakelijk
Allereerst moeten niveauverschillen binnen het onderwijs weggewerkt worden en geïnvesteerd worden in hulp aan achtergestelde laagpresterende scholen. Daarnaast moet er aandacht zijn voor het verbeteren van huisvesting en sociale voorzieningen in achterstandsgebieden.
Verminder factoren binnen het onderwijs die leiden tot falend onderwijs en schooluitval
De manier waarop schoolssystemen zijn ingericht kunnen ongelijkheid verergeren en een negatief effect hebben op de motivatie en leerhouding van studenten, en uiteindelijk tot schooluitval leiden. Door niveauverschillen en leerachterstanden ontstaat ongelijkheid. Maatregelen om deze achterstanden weg te werken hebben een positief effect op achtergestelde leerlingen zonder het leerproces van andere leerlingen te hinderen.
De volgende vijf aanbevelingen kunnen bijdragen aan het voorkomen van schooluitval en het succesvol afronden van de middelbare school bewerkstelligen.
1. Elimineer zittenblijven.
Het opnieuw doorlopen van een schooljaar is niet effectief voor leeropbrengsten en zorgt ervoor dat leerlingen een negatieve houding ten aanzien van leren ontwikkelen. Bovendien kost zittenblijven veel geld, een leerling blijft immers een jaar langer in het onderwijssysteem en begint later op de arbeidsmarkt, waardoor belastinginkomsten worden gederfd. Veel beter is het vroegtijdig (h)erkennen van leerproblemen en gerichte hulp op leerachterstanden bieden.
2. Voorkom vroegtijdige selectie.
Begin selectie pas halverwege het voortgezet onderwijs. Blijf tot die tijd een brede basiseducatie leveren. Schoolsystemen waar vroegtijdige selectie plaatsvindt maar die de mogelijkheid bieden makkelijk over te stappen binnen schoolrichtingen dringen de negatieve gevolgen van vroegtijdige selectie vaak wel iets terug.
3. Begeleid schoolkeuze.
Laat de schoolkeuze niet alleen afhangen van de ouders en de sociale omgeving. Vooral leerlingen uit een achterstandsmilieu hebben baat bij schoolkeuzeprogramma’s. Daarnaast kunnen financiële prikkels ervoor zorgen dat kwalitatief goede scholen meer leerlingen uit achterstandsmilieus opnemen, waardoor meer rechtvaardigheid in het schoolsysteem ontstaat.
4. Zorg ervoor dat financiële hulpmiddelen tegemoet komen aan de behoeften van leerlingen en scholen.
Beschikbare gelden en de manier waarop deze ingezet worden zijn van invloed op de leerlingen en hun kansen. Om gelijkheid en kwaliteit te verzekeren binnen schoolsystemen zouden financiële maatregelen ingezet moeten worden die:
5. Ontwerp verschillende educatieve routes in de tweede helft van het voortgezet onderwijs.
Terwijl de tweede helft van het voortgezet onderwijs strategisch erg belangrijk is maakt tien tot dertig procent van studenten dit niveau niet af. Maatregelen om de inrichting en kwaliteit van de hogere leerjaren te verbeteren kunnen ervoor zorgen dat studenten de middelbare school afronden. Verschillende beleidsmaatregelen zijn mogelijk:
Help achtergestelde scholen en studenten te verbeteren

De volgende vijf maatregelen zijn noodzakelijk om achtergestelde scholen te helpen verbeteren.
1. Verbeter en ondersteun schoolleiderschap
Schoolleiders zijn van belang bij het in gang zetten van veranderingen op slecht presterende scholen. Vaak zijn ze echter niet goed voorbereid op hun taak en worden ze niet structureel ondersteund door de overheid. Het opzetten van trainingsprogramma’s voor aanstaande schoolleiders en het creëren van netwerken met coaches en mentoren is een bewezen effectieve maatregel. Daarnaast moeten schoolleiders op achterstandsscholen gefaciliteerd worden om goed te kunnen functioneren.
Waar nodig moeten scholen die zich herstructureren ondersteuning krijgen. Laag presterende scholen kunnen opgedeeld worden, kleine scholen fuseren en onder bepaalde omstandigheden dienen slecht presterende scholen die zich niet verbeteren gesloten te worden.
2. Stimuleer een ondersteunend schoolklimaat en uitdagende leeromgeving.
Laag presterende en kansarme scholen hebben een verhoogd risico op problemen in de leeromgeving. Het beleid op deze scholen moet nog meer dan op gewone scholen gericht zijn op de volgende zaken:

4. Zorg voor effectieve leerstrategieën binnen de klas.
Vaak is er sprake van lage verwachtingen als het gaat om leeropbrengsten van kansarme scholen en jongeren, terwijl vastgesteld is dat bepaalde pedagogische strategieën wel degelijk verschil maken voor laag presterende leerlingen. Om ervoor te zorgen dat het leren in de klas verbetert moet instructie meer toegespitst zijn op de individuele leerling, evenals leerstof en toetsing. Scholen en leraren moeten diagnostische middelen gebruiken om vast te stellen of de leerstof echt is begrepen door de leerling, en waar nodig gericht ondersteunen. Heel relevant hierin is dat er een schoolklimaat wordt bewerkstelligd waarin hoge verwachtingen en succeservaringen centraal staan.
5. Zorg voor betere ouderbetrokkenheid en betrek de omgeving bij school.
Kansarme ouders hebben de neiging minder betrokken te zijn bij de scholing van hun kinderen vanwege economische en sociale omstandigheden. Maatregelen voor kansarme scholen moeten vooral gericht zijn op het versterken van ouderbetrokkenheid waardoor ouders en school dezelfde doelen nastreven. Samenwerkingsverbanden met bedrijven en sociale instellingen in de omgeving hebben ook een positief effect op kansarme scholen en leerlingen.
De aanbevelingen van dit rapport zijn duidelijk. Het is niet alleen van maatschappelijk belang te investeren in onderwijs, maar juist ook economisch. Ik hoop dat er binnen het onderwijs en de politiek meer aandacht komt voor dit onderzoek en de aanbevelingen die zijn gedaan.
Bezuinigen op passend onderwijs is op lange termijn duurder dan investeren in onderwijs waarin iedere leerling de kans krijgt de beste versie van zichzelf te worden!
Sarina Hoogendam
Het nieuwe onderwijsrapport van OECD – Connected Minds geheten – vat Linda Hawns op eigen wijze samen . ‘Frankly, it’s not about the technology, but it’s all about connectedness. Maar wat bedoelt ze met ‘Connectedness’? Het is de mogelijkheid om voordeel te hebben van het verbonden zijn met anderen. De voordelen kunnen op persoonlijk, sociaal, werk of economisch vlak liggen. Het gaat er dus om welk de connecties te zien en de mogelijkheden (h)erkennen en te gebruiken.
Wat hebben docenten in huis die goed onderwijs bieden aan zowel jongens als meisjes? Wat is kenmerkend voor hun handelingsrepertoire? De onderzoeksvraag van het ministerie van OCW aan APS past binnen de ontwikkeling van passend onderwijs. Daarbij gaat het om een goede onderwijsplek voor leerlingen, met ondersteuning die bij de leerling past. Het past tevens goed bij de ontwikkeling van opbrengstgericht werken. Hierbij ligt de focus op hoe je het ‘leren leren’ van leerlingen bevordert.
Wat wil dit kabinet eigenlijk met ons onderwijs? Jelmer Evers spreekt zijn zorgen uit, nadat hij het regeerakkoord nog eens nader heeft bestudeerd. ‘Gaan we straks ons hele onderwijs inrichten naar de PISA-toets? Dan scoren we prima, maar is dat wat we willen voor onze kinderen? Juist deze utilitaire visie op onderwijs zal leiden tot verdere verschraling. Ik zit in het onderwijs om mijn leerlingen te helpen het beste uit zichzelf te halen.’ Zijn verontruste blog, inclusief smeekbede.