inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob Bekker


Rob Bekker
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

De kern van sportspel: Vreedzaam pesten! Zomaar een gedachtengang of een visie met pedagogische betekenis? hetkind.org/?p=56248

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
In mijn nieuwe mentorklas: ‘Minder zaken glanzen, meer zaken wrijven’

2 oktober 2013

Rob Bekker

‘Toen ik vorig jaar met het schrijven van columns begon,’ schrijft leraar Rob Bekker, ‘was het februari. De groep staat dan al stevig door het voorwerk in september en oktober.’ Maar op dit moment zit ik midden in de stormfase. Dat leidt tot andere tekst. Minder zaken glanzen, meer zaken wrijven. We weten dat dit onderdelen van hetzelfde proces zijn, maar in de teksten die ik nu noteer voel ik mij nog niet de expert van vorig jaar. Misschien hebben meelezende collega’s hier wel meer aan dan die voorbeelden van good practice? En het completeert mij als mens, dat je me kan zien zwoegen.’ Bekker is 27 jaar docent Nederlands op de ISK-Schakelklassen in Utrecht. Zijn bijdrage: ‘Op zoek naar balans.’

mentorDinsdagochtend 24 september

Van de vijftien leerlingen van mijn mentorklas zijn er elf op tijd binnen in het lokaal waar ik gisteren een bovenraampje open liet. Het is fris. Om 8.45 uur heeft een leerling een afspraak bij de schoolarts, een ander heeft zich middels een WhatsApp ziek gemeld bij mijn co-mentor, die voor het startgesprek onze technische leerling komt ophalen. Een van mijn AZC-bewoners gaf mij voor de start van het leeskwartier al een brief in handen. De jongen wordt voor een hernieuwde asielprocedure opgeroepen en dient om 1 en 4 oktober in Zevenaar te verschijnen; dit zal in totaal acht dagen in beslag nemen. Met ongewis resultaat.

De twee sniffende leerlingen [“verkouden is niet ziek”] hebben hun jas nog /weer aan. Ze liggen beiden voorover op hun tafel, terwijl de andere leerlingen nog steeds lezen. Ik draai het raampje bij het bureau dicht. Gaan de jassen misschien alsnog uit. De gordijnen hangen weer mooi recht na een mailtje aan de conciërges. Tien leerlingen van klas RO hebben inmiddels een laptop, de meesten hebben die ook elke dag bij zich.

DISK_tcm155-344111Belangrijk…

Om kwart over negen wijs ik op de tijd en ze stoppen met lezen. Dat is al routine. Nu komt het moeilijkste: de nieuwe digitale taalmethode, het nieuwe netwerk. ‘We gaan met DISK werken. Doe wat je kan doen, als er een vraag is, dan hoor ik het van je. Wie geen laptop heeft, werkt aan Woordenschat of Nieuwsbegrip.’

Ik mail met mijn collega op de administratie over de gelden die het Centraal Orgaan Asielzoekers aan de ISK zal overmaken. Dat is een rand-voorwaarden-afspraak, op hoger niveau gemaakt. Hopelijk kunnen twee armlastige leerlingen van mijn klas dan ook aan de laptop. Een van hen doet DISK nu op zijn telefoon?  Ik mail met de collega die veel goed werk verzet voor de stages over een tweede leerling. Deze leerling kiest de ‘Beveiligingstage’ bij JOU als maatschappelijke stage.

De collega is tien minuten  later al in het lokaal. De leerling moppert buitenlands tegen klasgenoten dat hij nu verkouden is en om half twee vandaag moet gaan stage lopen.

Bezigheid, activiteit, beweging, vele vragen; er wordt gedaan en gedacht. Maar wat staat er eigenlijk op mijn rooster, op hun rooster? Na het lezen zouden we toch DISK gaan doen? Hoeveel laptops zijn er nu? Hoeveel kunnen er het internet op zonder kabeltje? Hoeveel kabeltjes zijn er in het lokaal? De leerling die ik niet zie werken, mist ‘of zijn laptop of zijn kabel of zijn wachtwoord.

Wat ik doe met hun vragen is kaderen, herformuleren, doorvragen, teruggeven en regelen. Dat is wat ik doe. Is dat ook mijn kernwerk?

Wat ik hier nu ben, is NT2-docent. Waar merk ik dat zelf aan? – vraag ik me in de pauze met de handen voor mijn gezicht af. ‘Is dit bij jou anders dan bij de collega’s,’ vraagt mijn gesprekpartner. Nee, het is hetzelfde maar ik kan het nu even niet hebben, want de veerkracht wordt thuis al totaal aangesproken; daar heb ik ook een pedagogische klus van formaat.

Op school in mijn lokaal ben louter bezig met regeldingen en heb ik geen zicht op wat, waarom, hoe lang nog fout gaat. Ik voel me heel erg klein, ik vind het gênant dat ik mijn leerlingen op deze manier onder ogen kom en dat ik er enkel verbaal een draai aan kan geven. Wat te doen als je niks kan doen?

De oude chinees prijst dan niet-doen aan. Daar word ik op dit moment niet gelukkig van. Ik heb nu helpers nodig en goede vragen die de leerlingen nu aan de helpers gaan stellen. Dat zou de genoeglijke modus weer terug brengen. Ik wacht waar geen halte is. Snik.

‘Ga je dan richten op wat wel werkt en waar je goed in bent. Kan ik helpen?’  zegt mijn gesprekpartner, de luisteraar. Dat heb je net gedaan door dit even helder voor me te schetsen. Ik ga me focussen op de inhoud van DISK.

Een half uur later…

Wat een leuk materiaal. Daar ga ik in de les na de volgende pauze klassikaal mee werken. Nu herinner ik me ook dat ik dat al aan de koffietafel in onze galmkamer hoorde. Toen ging die suggestie (als een goede actie, om de regie als leraar weer in handen te nemen) mijn ene oor in en mijn andere oor uit. De blokkade in mijn hoofd was: de methode stuur ik niet centraal aan.

Maar waarom eigenlijk niet, op dit moment?

Ook blijken er helpers in de school rond te lopen. Ik hoef niet eens op zoek, ze zitten in de gang waar ik onderweg naar de printer loop. De helpers – deels leerlingen van een andere klas – zullen direct naar mijn leerlingen gaan die nu les hebben van een collega. Met kabeltjes en wat handelingen kunnen zij ervoor zorgen dat er straks geen kabeltjes meer nodig zijn.

Ik hoef het niet alleen te doe. Ik zal ‘dank je’ zeggen; dat hoeven mijn leerlingen niet te doen voor iets waar ze recht op hebben. Het zal tijd worden – dat er meer goed gaat dan mislukt.

SV103812Een dag eerder…

Gisteren bij Leren 2 was men voor het pauzetje erg afhankelijk van mij. Er is geen bushalte in het lokaal-bij-het-bord ‘Weg-Van-Mijzelf’, maar wat werd er gewacht!

De leerlingen doen impliciet een enorm beroep op je, maar ze hebben geen vragen. Ik zie het als een van mijn opdrachten om ze verantwoordelijkheid te geven, verantwoordelijkheid te leren kennen. Daartoe loop ik zo min mogelijk in de weg. Als ik ze op hun lip zit, kunnen ze zich niet ontwikkelen. Dan blijven ze even ingewikkeld als toen ze bij me binnenkwamen.

‘Verantwoordelijkheid’ klinkt bij mij altijd als response ability. De mogelijkheid hebben om respons te geven; soms betekent dat dat je een antwoord geeft, soms betekent het dat je een vraag geeft. De verantwoordelijke kan een antwoord geven en kan een vraag geven. Dat kunnen mijn taalgezellen op dit moment nauwelijks. Als het dan tegenzit, gaan ze hangen, wachtjongeren.

Gisteren was het tijdens het 5e en 6e lesuurtje onprettig in het lokaal, allerlei werkblokkadetjes lagen er al of werden door leerlingen opgeworpen. Ik zeg niet dat ze dat met opzet doen. Ik zie als enige de  hindernisjes – in hun overbodigheid- wel allemaal liggen. Die observatie geef ik terug, voor wie luistert en kan kijken. Een deel van mijn observatie gaat nog langs ze heen. Ze worden er niet direct actief van. Want ze zien niet wat en dat ze kunnen doen.

Mijn vraag vlak voor het pauzetje had dan ook niet het gewenste effect. Ik vroeg: “Wat gaat er nu goed?”  Men antwoordde met wat er zoal ontbrak. Niet één respons waarvan ik uit de put kwam.

SV107931Na het pauzetje bleek er toch iets tot ze doorgedrongen. Ik was opeens minder eenzaam in het lokaal dan daarvoor. Op de fotootjes die ik in het 7e uur maakte en in het 8e uur aan ze toonde, ziet men dat de leerlingen in tweetallen aan het werk zijn (of ik kreeg ze er alsnog door aan het werk).

Als ik richting geef en een tempo formuleer dan gebeurt er altijd wat. Heb ik vorig jaar goede ervaringen mee opgedaan: Ruimte, Tijd, Criteria. Maar door alle technische logistiek en de verwarring daardoor was het even bij me uit beeld geraakt. Daarom moet er meer goed gaan dan ik in de implementatiefase van DISK heb kunnen ervaren.

‘Goed’  kan men enkel stapelen met ‘goed’.

‘Goed’ stapelen met ‘slecht’ valt om.

Rob H. Bekker is 27 jaar docent Nederlands op de Internationale Schakel Klassen in Utrecht.