inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hans Koppies


Hans Koppies
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De mythe voorgoed doorgeprikt: ‘IQ-test ontneemt het zicht op groeimogelijkheden, juist van kinderen’

29 januari 2014

Hans Koppies

Biologen hebben geen universele definitie van intelligentie voor dieren. Maar – anders dan IQ-tests willen doen geloven – mensen ook niet. Is intelligentie dat wat het IQ meet? In de aanloop naar de Nationale IQ-test – vanavond op BBN televisie – blogt pedagoog Hans Koppies over de de mythe van de Intelligentie Quotiënt en de obsessies van de mens. ‘Intelligentie wordt gevormd door de omgeving. Deze opvatting wordt in orthopedagogiek, psychologie en kinderpsychiatrie breed gedragen; in de praktijk – ook in het onderwijs – wordt hier helaas minder zorgvuldig mee omgegaan.’

orca-family De mens heeft een hardnekkige neiging zichzelf op een voetstuk te plaatsen als enige intelligente levensvorm. Maar als er een verband is tussen intelligentie en een gelukkig leven dan zijn dolfijnen een bron van inspiratie. Dolfijnen zijn zo goed toegerust voor hun leven in de oceaan dat ze met slechts enkele uren per dag ‘werken’ kunnen volstaan om in hun levensonderhoud te voorzien, zodat zij de rest van de dag kunnen ‘socializen’. Uit onderzoek is gebleken dat dolfijnen erg goed zijn in wat mensen ook het meest blij maakt: ‘endless play’ (1).

Het meten van de menselijke intelligentie houdt de gemoederen al meer dan een eeuw bezig. In het jaar dat de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht ter illustratie de volgende anekdote: tijdens de mobilisatie voor WO I werden alle Amerikaanse rekruten psychologisch getest. De reden hiervoor was dat de Harvard-psycholoog Yerkes zijn vak als precies en kwantitatief wilde etaleren. De gemiddelde blanke Amerikaan bleek een IQ van 81 te hebben, met een daaraan gekoppelde mentale leeftijd van dertien jaar. Het optimisme waarmee de oorlog tegemoet werd gezien, werd hierdoor flink getemperd. Desondanks keerde in 1918 de rust weer in de wereld.

Dat er bij de mens sprake zou zijn van een universele intelligentie – die bovendien zichtbaar gemaakt kan worden via een IQ-meting – komt meer tegemoet komt aan het verlangen van mensen in het algemeen (en psychometrisch georiënteerde psychologen in het bijzonder) om de wereld overzichtelijk in te kunnen delen, dan dat het recht doet aan zoiets complex als het menselijk denkvermogen. Ter geruststelling: de scores op intelligentietests worden al jaren steeds hoger – het Flynn-effect – maar over de herkomst van dit verschijnsel tasten de deskundigen nog in het duister. Duidelijk is wel dat de mens zijn biologische hoogtepunt heeft bereikt: ‘zolang er geen verband is tussen intelligentie en het aantal kinderen dat mensen krijgen, zal de menselijke hersenomvang blijven zoals hij vandaag de dag is,’ aldus de Nederlandse primatoloog Frans de Waal (2).

Voornaamste inspiratiebron leerkracht
Binnen het onderwijs leeft een sterke voorkeur voor intelligentie als indelingscriterium. En dus zijn basisscholen en masse overgestapt op de NIO-eindtoets, een vermomde intelligentietest die uitsluitsel moet geven over het vervolgonderwijs. Inmiddels is de basisschool van mijn zoon (10 jaar) ertoe overgegaan in groep 4 en 6 de NSCCT (Niet-schoolse Cognitieve Capaciteiten Test) af te nemen, om tussentijds een beeld te kunnen vormen van de ‘algemene capaciteiten’ – lees: intelligentie – van de leerling. Alsof de basisschool in acht jaar tijd niet allang een voldoende betrouwbaar zicht heeft ontwikkeld op de capaciteiten van het kind.

Er schuilt een groot gevaar in het blinde vertrouwen in het IQ. Onderzoek heeft aangetoond dat de voornaamste inspiratiebron van de leerkracht een eigen, impliciete theorie van de leerling is waarbinnen de toegedichte begaafdheid een voorname rol speelt. Dat maakt onzorgvuldig gebruik van IQ-getallen voor het kind ronduit schadelijk. Er worden grenzen aangegeven aan wat van het kind verwacht kan worden op basis van tests die deze pretentie niet kunnen waarmaken. Zo wordt het zicht ontnomen op de groeimogelijkheden van het kind. Bovendien werkt het stellen van (te) lage doelen belemmerend voor de ontwikkeling.

Het IQ biedt een schijnzekerheid. Intelligentie bevat een aanlegfactor, maar ze wordt gevormd door de omgeving (nature/nurture). Het resultaat op een IQ-test is niet meer dan een grove afspiegeling van dit proces, een momentopname  die zeer aan schommelingen onderhevig kan zijn. Het idee dat er sprake is van een constante factor die zich laat uitdrukken in een IQ is een mythe. In theorie wordt deze opvatting in orthopedagogiek, psychologie en kinderpsychiatrie breed gedragen; in de praktijk wordt hier helaas minder zorgvuldig mee omgegaan.

IQ test m 10.39Gebrek aan beroepsethiek?
Onlangs sprak ik een psychologe die haar medewerking aan de NIO (Nederlandse Intelligentietest voor het Onderwijsniveau) heeft geweigerd. Werkzaam bij een psychologisch onderzoeksbureau werd zij geacht de resultaten van deze in groep 8 klassikaal af te nemen intelligentietest te verwerken achter de computer – zonder het kind gezien te hebben, zonder de resultaten te kunnen vergelijken met de leerontwikkeling – en te voorzien van een IQ-maat en haar handtekening als gedragswetenschapper. Dit op bestelling ondertekenen van een computeruitdraai druisde in tegen haar beroepsethiek. Verbazingwekkend dat niet meer van haar collega’s hier last van hebben.

‘Scholen moeten met steeds minder geld zien rond te komen en om die reden wordt van het onderzoeksbureau niet langer een uitgebreid verslag verlangd waarin testresultaten en leerontwikkeling in samenhang worden beoordeeld,’ aldus deze psychologe die om begrijpelijke redenen anoniem wenst te blijven. Een computeruitdraai van de test volstaat. En met het heilige geloof in testresultaten in het onderwijs is dit zorgwekkend. Als diagnostisch geschoolde gedragswetenschapper ben ik op de hoogte van de zin en onzin van testen, relativerende kennis die grotendeels ontbreekt op scholen. En met het typisch Nederlandse vroegkeuzemoment – midden in hun ontwikkeling worden kinderen op twaalfjarige leeftijd verdeeld over de verschillende onderwijsniveaus – is een zorgvuldige afgewogen keuze van het grootste belang.

Een voorbeeld uit eigen huiselijke kring. Mijn dochter van dertien haalde in groep zeven en acht schijnbaar moeiteloos prima resultaten – in andere woorden: ze ervaarde weinig uitdaging. Haar lage score op de schaal ‘leermotivatie’ op de PMT-K (Prestatie Motivatie Test voor Kinderen) – die vorig jaar in groep 8 aan de NIO werd gekoppeld – was voor mij verklaarbaar. In de eindrapportage werd de lage score op leermotivatie echter als een kindkenmerk gepresenteerd. Het ergste was dat deze 3 voor ‘leermotivatie’ mijn dochter zelf deed twijfelen aan haar leermotivatie. ‘Gelukkig’ volgde in de brugklas onlangs opnieuw een PMT-K; mijn dochter heeft haar draai en uitdaging gevonden, dus dit keer was de leermotivatie opeens prima in orde.

De mythe doorgeprikt
De mythe van het IQ is definitief doorgeprikt. Na het uitvoeren van het grootste online intelligentieonderzoek in de geschiedenis – meer dan 100.000 deelnemers deden mee – heeft een onderzoeksteam van de Western University in London (Ontario,Canada) eind 2012 geconcludeerd dat het concept van het meten van iemands IQ door een singuliere, gestandaardiseerde test zeer misleidend is: intelligentie is niet uit te drukken in een alleenstaande component of IQ. En dus zijn er nieuwe concepten vereist die meer recht doen aan opgroeiende kinderen, verscheidenheid in interesses, kwaliteiten en leermotivatie. Van alle primaten zorgt de mens het langst voor zijn nageslacht. Maar waar onze naaste familie de chimpansees en bonobo’s niet zullen verdwalen in bespiegelingen over individuele leerstijl, studiehuis of realistisch rekenen is het grote probleem voor onze kinderen dat er discussie mogelijk is over de te leren vaardigheden en aan te leren kennis.

In alle verwarring klinken de woorden van Jean Piaget bijzonder helder:

‘Intelligence is knowing what to do, when you don’t know what to do.’

Hans Koppies studeerde aan de ALO Amsterdam, stilde zijn honger naar kennis met een studie Pedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Sindsdien heeft hij als docent lichamelijke opvoeding, maar vooral als orthopedagoog in de keuken kunnen kijken van diverse instellingen op het gebied van opvoeding, (speciaal) onderwijs en hulpverlening. Hij schrijft op zijn eigen website Pedagoogle.

Noten (en leestips!)

(1) Casper Henderson,  The Book of Barely Imagined Beings. (2012)

(2) Frans de Waal, De aap in ons. (2005)

Lees verder