inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Micha de Winter


Micha-de-Winter
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Documentaire Vergeet mij niet: ‘Het ritueel van de groep om het uitgeprocedeerde kind dat weg is, te blijven h hetkind.org/?p=54872

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De Winter duidt: ‘Het gaat mis als opvoeders elkaars gezag ondermijnen’

8 augustus 2014

Geert Bors

Haren, Eindhoven, de dood van een grensrechter. Als het de laatste tijd gaat over geweldsincidenten, wordt de verklaring vaak gezocht in een gebrek aan opvoeding. Toen Minister Plasterk vorige week stelde dat ‘ouders beter moeten opvoeden’, kreeg hij half Nederland over zich heen. Wat valt er te zeggen over de relatie tussen de opvoeding thuis, gedrag in de publieke ruimte en onze verantwoordelijkheid als samenleving? Geert Bors sprak met professor Micha de Winter voor een diepere duiding.

Toen er op 17 januari een overheidsrapport verscheen over geweld tegen overheidsdienaren in publieke functies, stelde Minister Plasterk dat ‘er onvoldoende besef in de samenleving is dat geweld niet acceptabel is’ en dat ‘de basis van je gedrag ligt bij wat je thuis meekrijgt.’ De opvoeding dus. Het kwam hem op bijval, maar vooral een hoop kritiek te staan. Was zijn oproep legitiem?
Micha de Winter: ‘Er spelen twee dingen. Ten eerste: wat heeft hij precies gezegd? En ten tweede: wat heeft ons bereikt via de publiciteit? In kranten stond: “Plasterk begint fatsoensoffensief” en het leek erop dat hij de schuld eenzijdig bij de ouders legde. Maar ik heb ook een videofragment gezien, waarin hij iets heel anders zei. Iets veel zinvollers.’

Laten we dan beginnen bij de uitspraken zoals ze in de media kwamen.
‘Ja. Net als iedereen, moet ik het doen met de berichtgeving. En daarin was de teneur: ‘Ouders moeten beter opvoeden. Daar begint het.’ Stel dat dat de enige boodschap was, dan was dat niet terecht. Want het is te simpel, om een één-op-één koppeling te maken tussen misdragingen in het publieke domein en de opvoeding door ouders. Daar zit veel meer tussen: je kunt kinderen heel goed opvoeden, zodat ze prima weten wat goed en slecht is. Maar dat betekent niet per se dat ze zich ook altijd moreel gedragen. Neem de beelden vorige week van de mishandeling in Eindhoven. Wat je daar ziet is immoreel gedrag, maar dat hoeft helemaal niet te zeggen over de thuissituatie van die jongens. De sportschoolhouder waar de vermoedelijke daders trainden, was verbijsterd. Hij kende hen als keurige jongens, die netjes opruimen en nooit agressief waren. Als zij thuis daadwerkelijk geen opvoeding zouden krijgen of een asociaal voorbeeld, dan zou je dat op de sportschool heus wel een keer gemerkt hebben. Ik wil dus voorzichtig zijn met het leggen van eenduidige oorzakelijke verbanden.’

Maar Plasterk zei meer, iets veel zinvollers. Wat was dat?
‘Ja, in het videofragment stelde hij dat als je zoon of dochter straf krijgt op school, je toch ook niet als ouder de docent gaat uitschelden? Hij ging niet verder, maar bedoelde: dan ga je overleggen enzovoorts. Dat vind ik een opmerking die in de roos is. Omdat ik denk dat opvoeding zich manifesteert als een sociaal fenomeen. Er hangen heel veel mensen om een kind heen en die houden zich allemaal met de opvoeding bezig. Als die tegen elkaar inwerken, de poten onder elkaars bijdrage gaan wegzagen, dan gaat het fout.’

Iets soortgelijks zei Plasterk in het RTL-journaal. Hij stelde dat een opgestoken middelvinger van een vader naar een scheidsrechter – in het bijzijn van zijn kind – er tien jaar later toe kan leiden dat dat kind een conducteur, die vraagt of hij zijn schoenen van de bank wil halen, met diezelfde middelvinger antwoordt.
‘Dat gaat inderdaad over hetzelfde. Toen ik gevraagd werd te reageren op de mishandeling en dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, heb ik wél gezegd dat het om een opvoedingsprobleem ging. Ik bedoelde niet ‘deze ouders hebben hun kinderen niet goed opgevoed’. Want dat weet ik niet. Maar ik weet wel dat op dit soort plekken volwassenen elkaars gezag ondermijnen. Ouders langs de kant die hardop ‘de scheids’ een ‘teringlijer’ noemen. Of een coach die het niet eens is met een beslissing en dan wild tekeer gaat. Allemaal in het bijzijn van jongeren. Dan ben je verkeerd bezig, want gezag en opvoeding zijn sterk gerelateerd – zeker voor kinderen. Dat is, vermoed ik, wat Plasterk ook bedoelt.’

U raakte eerder de afstand tussen de opvoeding thuis en het publieke domein even aan. Kunt u daar iets meer over zeggen?
‘Als er iets mis gaat met jongeren in het publieke domein, wordt er vaak individueel geredeneerd: “Deze jongere is ook nog niet volwassen en moet gecoacht worden”. Maar er ligt een grote, structurele kloof tussen de gezinsopvoeding en dat grote, anonieme publieke domein, waar van alles te halen en te doen is – zuipen, drugs etcetera. Wie stuurt dat? In het openbare leven is niet zoveel toezicht te houden. En niet iedere jongere is even goed in zelfsturing. Als samenleving zijn we vooral bezig met symptoombestrijding: we hangen camera’s op en noemen dat ‘toezicht houden’. Maar camera’s zijn vooral handig voor de bewijsvoering achteraf. Je voorkomt er niet zo veel mee. We hebben veel meer mensen nodig die op onze jonge mensen letten. Ik denk dan niet alleen aan politie. In het uitgaansleven zouden om 3:00 uur ’s nachts bijvoorbeeld welzijnswerkers kunnen rondlopen. Om de leegheid en het gevoel van anonimiteit in het publieke domein te doorbreken.’

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde vorige week een rapport, waarin het ging over ouderbetrokkenheid en waarin gesteld werd dat ouders graag hebben dat de school stevige regels stelt voor hun kinderen, maar dat ze die stevige lijn veel minder ondersteunen als het om hun eigen kind gaat. Dat lijkt te passen in uw pleidooi over de relatie tussen opvoeden en gezag.
‘Ik ken dat rapport nog niet, maar in Trouw stond iets vergelijkbaars: “De school hoeft zich niet met mijn kinderen te bemoeien, maar wel met de kinderen van anderen”. SCP-voorman Schnabel heeft al wel het een en ander over ouderbetrokkenheid gezegd op een OCW-conferentie. Een educatief partnerschap is een heel wenselijk beeld. De praktijk werkt momenteel de andere kant op: mensen worden eerder elkaars tegenstanders. Door toenemende marktwerking zijn wij allemaal in de rol van ‘kritische consument’ terecht gekomen. Scholen worden daarmee leveranciers waarvan wij als consument afnemen. Dat beeld past niet in een pedagogische relatie, waar het juist gaat om samenwerken en met elkaar spreken. Een open communicatie tussen ouders en school is ongelooflijk belangrijk, ook voor de opbrengsten van het onderwijs.’

Komen we dan ook bij de ‘pedagogische civil society’, die vorige week centraal stond bij uw afscheid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)?
‘Dat gaat voorbij de relatie tussen ouders en school. Het gaat over een grotere groep van burgers die met elkaar samenwerken. In een wereld die individualistischer en afgebakender wordt, is het goed het idee van een civil society te versterken en allerlei mensen uit het sociale netwerk rond een kind te betrekken. Het begrip ‘civil society’ gaat over de participatie van burgers, de verhouding van burgers met de overheid. Met het woord ‘pedagogisch’ brengen wij ook de kinderen en hun belangen in het verhaal. Voor een belangrijk deel maak je samen uit hoe je kinderen opvoedt.’

Wie mogen er zoal deel gaan uitmaken van zo’n pedagogische civil society?
‘Dat kan ik niet definiëren. Het gaat om sociale netwerken die mensen zelf vormen. Voor de een zijn dat familie en mensen in de straat. Voor een ander horen daar ook de vanzelfsprekende professionals bij, zoals de leidster van het kinderdagverblijf. Ik ben zelf niet heel strikt in de leer, maar er zijn civil society experts, die vinden dat professionals en familie niet tot de civil society horen, omdat het per definitie zou gaan om vrijwillige verbanden.’

De negatieve incidenten – Haren, de grensrechter, Eindhoven – halen de voorpagina’s. Heeft u tot slot een positief voorbeeld van het opstaan van zo’n betrokken verband van mensen?
‘Opvoeden vraagt een grote constructieve inspanning van velen. Zoals ik al zei tijdens mijn Open Avond: “Wie opvoedt, is per definitie idealistisch”. Maar kijk bijvoorbeeld eens naar een project als ‘de vreedzame wijk’. Mooie voorbeelden te over.’

Geert Bors
Redactie hetkind  

  • Deze maand publiceerden Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld bij de RMO een essay getiteld “De gewoonste zaak van de wereld – Radicaal kiezen voor de pedagogische civil society”. Het boekwerk (80 pagina’s) is te downloaden.
  • Meer over Micha de Winter en dit thema vind je in de boekenkast van hetkind