inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Waaraan herken je een goede leerkracht?

19 augustus 2014

Ellen Emonds

Goede leerkrachten herken je niet aan hun leeftijd, niet aan hun uiterlijk, niet aan hun opleiding. Je herkent hen aan hun zíjn. Ze zijn tot in hun kern verbonden met hun klas, handelen uit liefde en zorgzaamheid, hebben altijd het beste met hun leerlingen voor en (her)kennen nog steeds het kind in zichzelf. Ellen Emonds ontmoet juf Wendy in Amsterdam en haar leerlingen. 

Maandagochtend, half negen.
De leerlingen van een basisschool in Amsterdam Zuidoost komen de school binnen. Buiten is het spekglad en meer dan één van hen komt hinkend binnen. Gevallen. Anderen rennen de grote trap midden in de school op om naar hun klas te gaan. Ik zie kinderen, ouders en leerkrachten. Twee juffen staan bovenaan de trap en kijken letterlijk op de kinderen neer. Sommigen worden van bovenaf gecorrigeerd: “Wij lopen hier! Niet rennen!”

Eén juf valt me op. Ze staat als enige onderaan de trap met een kop thee in haar hand. Met haar ander hand schudt ze die van de grote jongens en meiden die de school binnenkomen. Ze lachen naar haar, ik zie dat ze een praatje met ze maakt. Sommige kinderen pakt ze even vast, het zal geen toeval zijn dat dat de kinderen zijn die onrustig de school binnen komen. Maar ik hoor haar niet, ze verheft haar stem niet, ze kijkt niet boos, glimlacht juist. De kinderen kalmeren en met haar klas loopt ze de trap op en ze verdwijnen in hun lokaal.

Om twaalf uur zie ik haar opnieuw. Dit keer begeleidt ze haar leerlingen weer, nu de school uit. Bij een jongen zo groot als zij, trekt ze snel zijn kraag van zijn jas omhoog tegen de kou, een ander spreekt ze nog even toe. Een grapje, een lach, even zwaaien.

Dit is juf Wendy, een pittige meid van een jaar of dertig. Ze is de juffrouw van groep 8. Aan het eind van de middag filmen en interviewen we haar. Ze heeft Sharon meegenomen, een meisje uit haar klas. Als we Wendy vragen hoe ze omgaat met conflicten in haar groep, antwoordt ze: “Ik praat veel met kinderen. Ze zijn niet allemaal even makkelijk, sommigen van hen hebben serieuze gedragsproblemen. Ik wil ze koste wat kost het gevoel geven dat ze er mogen zijn, helemaal, met alles wat ze meebrengen, ook al is dat lastig voor míj. Dat is ooit moeilijk, soms kwetst het me als kinderen over me oordelen en zeggen dat ik altijd dezelfde moet hebben. Dat raakt me dan echt, omdat het niet zo is. Daar moet ik mee om leren gaan, ze zeggen het omdat ze boos zijn op de situatie.”

Wendy heeft een groep van 29 kinderen, die vorig jaar nog verdeeld zaten over twee groepen. Binnen een half jaar heeft ze er één groep van weten te maken, tenminste, dat zeggen de kinderen zelf. Sharon (12): “We zijn als broers en zussen. We gaan liefdevol met elkaar om, maar we hebben ook ooit ruzie. Dat hoort erbij en kunnen we oplossen.” Voor Wendy is het duidelijk wanneer ze succes heeft. “Als ik kinderen heb geleerd met elkaar te kunnen praten, dat is mijn succes.” Om dat te kunnen bereiken, moet ze met opgeladen batterij in de klas zijn. Dus veel slapen, ontspannen en na school niets: geen huiswerk nakijken, geen e-mail, niets. “Ik moet fit zijn in de klas, dat is echt belangrijk, anders houd ik het niet vol.”

Waar Sharon eerder sprak over haar klasgenoten als broers en zussen, heeft ze het over haar juffrouw als een moeder. “Ze maakt grapjes, lacht met ons, helpt en legt goed uit, wil ons begrijpen en ze voelt hoe ík me voel. Als ik ruzie heb met mijn moeder, dan praat juf Wendy met haar zodat mijn moeder mij ook begrijpt en we het op kunnen lossen. Ze zorgt voor ons zoals onze moeders voor ons zorgen. Hoe ik dat weet? Dat voel ik gewoon.”

Wendy’s overtuiging om juf te worden is op z’n minst opmerkelijk te noemen. “Ik heb eigenlijk niks met kinderen. Ik heb er zelf geen en als er zo’n kleintje aan je been komt hangen, kan ik daar niet zo veel mee. Ik heb nooit geroepen dat ik altijd al juf heb willen worden. De leerlingen van mijn klas, het zijn niet echt kinderen. Ze lijken op hoe ik ben. Of misschien ben ik dan gewoon nog steeds een kind, ik weet het niet. In ieder geval begrijp ik ze. Ik snap wat ze bedoelen.”

Goede leerkrachten herken je niet aan hun leeftijd, niet aan hun uiterlijk, niet aan hun opleiding. Je herkent hen aan hun zíjn. Ze zijn tot in hun kern verbonden met hun klas, handelen uit liefde en zorgzaamheid, hebben altijd het beste met hun leerlingen voor en (her)kennen nog steeds het kind in zichzelf.

Ellen Emonds