inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Sarina Hoogendam


Sarina Hoogendam
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Wanneer zien we in dat kinderen veel meer oppikken dan wij denken?’ hetkind.org/?p=55597

Ongeveer 15 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Alle scholen een predicaat: ‘Als je namelijk al excellent bént, kun je alleen nog maar beter’

4 oktober 2014

Sarina Hoogendam

De toekenning van het predicaat ‘Excellente school 2014’ aan 76 onderwijsorganisaties wekte nieuwsgierigheid op bij Sarina Hoogendam. Hoe wordt ‘excellentie’ gedefinieerd en wie bepaalt nou of een school excellent is? Na enig onderzoek begint ze zich als docente – werkzaam met jongeren die buiten het systeem dreigen te vallen –  pas echt zorgen te maken. Haar idee: geef alle scholen in Nederland het predicaat ‘Excellent’ en laat ze van elkaar leren. Immers, als je al excellent bént, kun je alleen nog maar verbeteren en vanuit zelfkennis en vertrouwen steeds de beste versie van jezelf worden!’

excllenteScholen kunnen zichzelf opgeven om in aanmerking te komen voor het predicaat en een jury beoordeelt of ze het ook echt verdienen.  Een bezoekje aan de website van excellente scholen geeft mij een beetje meer inzicht:

‘Een excellente school kijkt verder dan het verplichte curriculum. De jury kijkt nadrukkelijk naar resultaten in de breedte. In 2013 geven heel veel scholen aan dat ze goede resultaten hebben geboekt op terreinen als burgerschap, sociaal-emotionele vorming, culturele vorming, redzaamheid, internationale oriëntatie.’

Dat lijkt op het eerste gezicht een goede werkwijze. Maar waar zit dan de excellentie? ‘Burgerschap’ zit al jaren in het verplichte curriculum en iedere school besteedt aandacht aan sociaal-emotionele vorming en zelfredzaamheid. Dat is inherent aan het werken met kinderen. Waar wordt dan naar gekeken? Is een school die veel leerlingen met gedragsproblemen heeft, maar alle kinderen wel aan boord houdt, minder excellent dan een school die leerlingen met gedragsproblemen verwijdert of zelfs wegstuurt. En dus op het eerste oog ‘veiliger’ is?

Bovendien hoe ‘weet’ en ‘meet’ je of er sprake is van goed burgerschap, zelfredzaamheid of internationale oriëntatie? Wordt er geturfd of leerlingen vaker een concert bezoeken dan de jaren ervoor? Of bijgehouden of ze geen graffiti spuiten op een bushokje? Of nagetrokken hoe internationaal ze communiceren? Het blijft een lastige taak om de daadwerkelijke effecten bij leerlingen zichtbaar te maken. Ben je een goede burger geworden dankzij de excellentie van je school of was je toch al niet zo’n relschopper?

Verder lees ik:

‘Het punt bij een excellente school is dat zo een school niet alleen hele goede resultaten in brede zin haalt, maar vooral ook weet welke factoren van belang zijn om bepaalde resultaten te behalen. Een excellente school is dus niet alleen zeer goed, maar weet zeer goed waarom ze zo goed is. Een excellente school heeft geen excellente leerlingen nodig om excellent te zijn’.

excellenteeeEen excellente school weet dus volgens de jury waar ze mee bezig is. Dus er zijn ook scholen die niet weten waar ze mee bezig zijn? En men vindt dus ook  dat de leerlingen niet excellent hoeven te zijn, als de school het maar is? Zijn er niet-excellente kinderen dan? Dit is mijn grootste kanttekening bij het hele predicaat. Als je een school of een leerling de titel excellent geeft, is er dus een andere groep scholen of leerlingen die per definitie niet-excellent is. Zo creëer je een Pygmalion effect: Word je eenmaal ingedeeld in een mindere groep, dan kom je daar maar moeizaam uit. Je gaat je gedragen naar het stigma dat je opgeplakt hebt gekregen.

Vervolgens wordt gesteld:

Een school voldoet aan een samenhangend geheel van criteria die samen het oordeel excellent uitmaken. Het is dus geen wedstrijd.’

Als het geen wedstrijd is, wat is het dan? Scholen worden beoordeeld op een schaal van niet-goed genoeg, bijna goed genoeg, wel goed genoeg… Dan is er toch vanzelf sprake van wedijveren? Wie is het beste volgens de regels die we vaststellen. Als je nog niet goed genoeg bent, moet je vooral oefenen. Wie weet lukt het je de volgende keer.

En dan komen we bij de juryleden zelf. Wie zijn dan degenen die bepalen of een school al dan niet excellent is?

‘De bezoeken werden afgelegd door duo’s van juryleden en externe experts, en verliepen omwille van de vergelijkbaarheid volgens een min of meer vast stramien.’ De acht juryleden werden in 2013 bijgestaan door 19 externe experts, onder wie vijf nieuwe mensen met kennis van het speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. De jury heeft het werk alleen maar kunnen doen dankzij de voortreffelijke bijstand van deze 19 oud-schoolleiders en oud-inspecteurs’.

Juryleden, externe experts, oud-schoolleiders en oud-inspecteurs. Voor het grootste gedeelte mensen die zelf geen onderwijs meer geven. Dat wil overigens niet zeggen dat ze niet in staat zijn een school te beoordelen, maar juist als collega’s bij elkaar kijken ontstaat een wisselwerking waarbij scholen van elkaar leren. Dan wordt gekeken op basis van gelijkheid, en niet op basis van ‘wij’ versus ‘zij’.  Bovendien lijkt het erop dat er wordt gekeken door een brilletje van de onderwijsinspectie. Het is zelfs zo dat vanaf volgend jaar de toekenning onder de onderwijsinspectie valt, dus de kleuring is duidelijk.

Meten is weten?

Het hele systeem van toekennen van ‘Excellentie’ is gebaseerd op het idee dat kwaliteit ‘meetbaar’ is. Scholen worden volgens vaste maatstaven beoordeeld, allemaal langs dezelfde meetlat gelegd. Dan kun je eigenlijk al niet meer excellent zijn, omdat je moet voldoen aan voorgeschreven curricula. Het toekennen van ‘Excellentie’ aan scholen is volgens de staatssecretaris een manier om van goed naar excellent onderwijs te gaan. Op de website valt te lezen:

‘Scholen met ambitie’ en ‘Excellente’ scholen worden via het traject ‘Scholen leren van elkaar’ in contact gebracht. Alle 76 Excellente Scholen 2013 zijn een voorbeeld voor andere scholen. De Excellente Scholen van 2012 hebben al veel scholen op bezoek gehad of hebben voorlichting gegeven over hun excellentiegebied. Ze functioneren inmiddels in netwerken en zijn een voorbeeld in hun wijk of regio.

globalHet is niet zo gek dat de staatsecretaris graag wil dat scholen van elkaar leren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat onderwijsverbetering inderdaad tot stand komt als dat gebeurt. (Hargreaves/ Shirley, the Global fourth way).  Docenten en scholen moeten hun deuren open zetten en bij elkaar op bezoek gaan, verbetergroepen opzetten en elkaar onderling beoordelen op kwaliteit.

En daar wringt het. Want het zijn niet de scholen en docenten die elkaar beoordelen, het is de overheid die bepaald wie excellent is. Op deze manier komt er helemaal geen onderwijsverbetering tot stand, omdat het maar de vraag is of de excellente scholen ook excellent zijn in de ogen van de andere scholen, buurtinstanties of de bewoners van hun wijk.

Bewezen is dat het hele onderwijs pas verbetert als excellente scholen de minst presterende scholen meetrekken, en niet de ‘bijna-excellente’ scholen. Als een grote groep scholen achter blijft en niet de kans krijgt ook excellent te worden, omdat de overheid de criteria bepaalt, ontstaat een ‘learning gap’ die steeds groter wordt. Michael Fullan, Canadees socioloog, zegt hierover: “Raise the bar and close the gap”. De lat moet voor alle leerlingen en scholen hoog gelegd worden, pas dan worden de verschillen onderling kleiner en de prestaties van het hele onderwijssysteem beter.

Gelukkig kunnen we iets leren van onze Finse buren, die mondiaal gezien al jarenlang de toon zetten op het gebied van onderwijsprestaties, misschien wel juist omdat ze geen onderwijsinspectie hebben. Ze vertrouwen erop dat scholen en leraren vanzelfsprekend het goede doen voor hun leerlingen. In Finland is iedere leerling excellent en wordt van hem of haar verwacht dat vanuit die excellentie groei ontstaat. Iedereen haalt het beste uit zichzelf!

Dus wat mij betreft is het veel effectiever alle scholen in Nederland het predicaat ‘Excellent’ te geven en ze van elkaar te laten leren. Als je al ‘Excellent’ bent, kun je namelijk alleen nog maar verbeteren en vanuit zelfkennis en vertrouwen steeds de beste versie van jezelf worden!

Sarina Hoogendam is docent Algemeen Vormend Onderwijs op het Educatief Centrum te Rotterdam.