inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martijn Pont


Martijn Pont
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Niet werken aan ‘iedere dag beter’ is toelaten dat het iedere dag een beetje slechter gaat

18 december 2014

Martijn Pont

‘De werkpraktijk van vandaag vraagt een basishouding, die ervoor zorgt dat je voortdurend inspeelt op de behoeften van bijvoorbeeld klanten of collega’s. Als dit het adagium is voor een leven lang leren, dan kunnen docenten hierin het voorbeeld zijn.’ Martijn Pont schreef een brief aan Sander Dekker naar aanleiding van zijn initiatief  ‘Onderwijs 2032’. Zijn antwoord op de oproep van de staatssecretaris? Een goede samenwerking tussen leerling en leraar, waarbij de leraar zich kwetsbaar opstelt en een voorbeeld is voor zijn leerlingen in zijn ambitie om zich persoonlijk te ontwikkelen.

maxresdefaultGeachte Staatssecretaris, Beste Sander Dekker,

Wat een goed initiatief om het onderwijs in Nederland weer eens goed onder de loep te leggen. “De vermoeide bedrijfstak”, aldus Aleid Truijens in de Volkskrant. Wat mij zeer bevalt aan de wijze van aanvliegen is het feit dat je het gesprek zoekt met alle betrokkenen. In die zin onderscheidt “Den Haag” zich, door deze keer het resultaat van een gesprek met en in het werkveld als uitgangspunt van de verandering te nemen, in plaats van in vergaderzalen bedachte visies en strategieën.

Naar mijn mening zouden docenten en leerlingen veel baat hebben bij een duidelijk beeld van waar het werkelijk om gaat in het moderne onderwijs. Modern onderwijs bereidt mijn inziens een leerling voor op een leven lang leren, ontwikkelen en inspelen op voortdurende veranderingen.

Het vermogen om samen met anderen doelen te stellen, deze samen te bereiken, met gebruikmaking van ieders kwaliteiten en met instandhouding van het gevoel dat iedereen ook zijn persoonlijk doel heeft gehaald, zal de onderscheidende competentie van de toekomst zijn. In 2014,  in 2022 en in 2032. Wanneer leerlingen goed leren samenwerken, elkaars kwaliteiten leren zien en waarderen, elkaars voorkeuren qua leerstijl en samenwerking leren “lezen” dan zal dat ze de succesvolle co-workers van de toekomst maken.

Leerlingen hebben automatisch de verplichting om zich voortdurend te verbeteren zo lang ze op school zitten. Het idee was dat je klaar was, als je als leerling een diploma had behaald. De werkpraktijk van vandaag vraagt een basishouding, die ervoor zorgt dat je voortdurend inspeelt op de behoeften van je klanten en co-workers.

Als dit het adagium is voor een leven lang leren, dan kunnen docenten hierin het voorbeeld zijn. Zij hebben niet langer kennisoverdracht als belangrijkste taak. Ook zij zullen zich moeten blijven ontwikkelen op basis van terugkijken, vooruitkijken en leren. Hoe duidelijker ze deze manier van werken (of leven?) delen met de leerlingen, hoe beter geëquipeerd leerlingen straks de arbeidsmarkt zullen betreden. De nieuwe docent is dan de procesbegeleider in leren, in plaats van de houder van de kennis.

Goede cijfers leiden tot diplomering, maar de wijze waarop goede cijfers tot stand komen kan voor een deel worden voorspeld door de mate waarin een leerling zich gehoord, geïnspireerd en gesteund voelt door zijn docent en/of zijn mentoren en door zijn medeleerlingen. Dat zijn gezamenlijk door docent en leerling beïnvloedbare factoren die leiden tot het door beiden gewenste resultaat: een positieve eindscore. Door op dit vlak het gesprek te voeren komen docent/mentor en leerling samen aan het stuur, meer dan wanneer bij afrekening (rapport) wordt vastgesteld dat het resultaat onvoldoende is en dat het dus het volgens semester beter moet. Gesprekken kunnen gaan over het gevoel van veiligheid in de klas en in de school, de mate van waardering voor docenten en mentoren en de redenen daarvoor. En – niet onbelangrijk – de mate van plezier en het ervaren resultaat in de samenwerking met collega’s. Het doel van deze gesprekken zou kunnen zijn om het iedere dag beter te doen en samen te werken aan die continue verbetering.

Het feit dat een docent tegenwoordig minder goed opgeleid voor de klas staat (aldus Leo Prick in een interview door René Kneyber) hoeft minder een probleem te zijn als deze zich kwetsbaar opstelt en een voorbeeld is voor zijn leerlingen in zijn ambitie om zich persoonlijk te ontwikkelen.

De samenwerking van alle geledingen binnen de school leidt tot een doorlopend actuele dagelijkse tevredenheid, en beïnvloedt daarmee de resultaten optimaal. Omdat iedereen zich gehoord kan voelen, zullen betrokkenheid bij, en plezier in het werk belangrijk toenemen. Dat lijkt mij iets waar een “vermoeide bedrijfstak” veel baat bij kan hebben.

Niet werken aan “iedere dag beter” is toelaten dat het iedere dag een beetje slechter gaat omdat de omgeving voortdurend verandert. Daarom is het belangrijk dat in het onderwijs de basis wordt gelegd voor een gelukkig, productief en duurzaam leven: iedere dag beter.

In ieder geval tot 2032.

Martijn Pont is 54 jaar en zelfstandig Lean consultant.