inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Sarina Hoogendam


Sarina Hoogendam
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Over onderwijsfilm Maatschappijleer: ‘Met mijn film wil ik waardering uitspreken voor alle leraren’ hetkind.org/?p=54799

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
John Hattie: ‘Ik maak me zorgen over het feit dat jullie hoger onderwijs zo selectief is’

9 januari 2015

Sarina Hoogendam

‘Als een leraar een toets niet gebruikt om iets over zichzelf te leren zijn de meeste toetsen tijdverspilling’, aldus de bekende onderwijsonderzoeker John Hattie. Op 13 en 14 november 2014 was hij in Nederland voor het congres ‘Leren zichtbaar maken’. Sarina Hoogendam was erbij en mocht hem interviewen over meten, selectie en kansen in het onderwijs. ‘Het is verbazingwekkend dat jullie van twaalfjarige kinderen al willen weten wat ze gaan doen op hun dertigste.’

HattieToegegeven, ik begon met enige scepsis aan het tweedaagse congres.  Niet in de laatste plaats omdat John Hattie dé autoriteit is op het gebied van evidence-based onderwijs, en wij als leraren al jaren met deze term om de oren zijn geslagen. Er is een grote waardering voor het meetbare waardoor andere belangrijke factoren voor goed onderwijs die minder ‘meetbaar’ zijn opzij worden geschoven, was mijn idee.

Maar tijdens het congres en de masterclass had John Hattie mij eigenlijk al overtuigd van het nut van zijn onderzoek en de toepassing ervan. Mijn aanvankelijke twijfel was omgeslagen in enthousiasme en daarom was het des te leuker om met vervolgens met hem te mogen praten over zijn visie op onderwijs. Ik legde hem de volgende vragen voor:

Wordt de vraag naar het ‘waarom’ van onderwijs nog wel gesteld door de mensen die u adviseert?

Jawel, alleen is het antwoord dat ze geven op deze vraag meestal erg beperkt. Bijvoorbeeld het doel van veel landen is om in de top vijf van PISA te komen. Ik heb daar geen problemen mee, alleen is de vraag naar het waarom voor mij veel breder. Mijn goede vriend en collega Yong Zhao (lees hier een artikel van Sarina’s hand over Zhao) spreekt vaak over deze beperkte kijk op excellentie.

Waarom leiden we bijvoorbeeld jongeren op voor een baan? We weten dat veel afgestudeerde wetenschappers geen werk kunnen vinden. Ik maak me daar zorgen om. Het probleem is dat we nog steeds in een tijdperk leven waarin scholen als selectie-instrumenten worden gezien. Een ander aspect is dat bepaalde dingen beter te meten zijn dan andere en dus meer aandacht krijgen. Ik denk dat er heel veel manieren zijn waarin je als volwassene kunt uitblinken.

Als het gaat om jonge kinderen zou zeker de vraag naar het ‘waarom’ vaak gesteld moeten worden. We verlangen van kinderen dat ze zeker vijftien jaar doorbrengen op school. Dat is meer dan tijd dan je door moet brengen in de gevangenis voor moord. Dan moeten we juist die jaren toch uitdagend en levendig maken. Het moet een fijne tijd zijn waarin je leert respectvol om te gaan met jezelf en anderen.

Waarderen we wat we meten of meten we wat we waarderen?

Het is veel meer het eerste. Maar als een meetdeskundige zou ik willen zeggen, laten we het accepteren en beginnen met beter te gaan meten. Bijvoorbeeld op leerstrategieën, welbevinden, respect voor jezelf en anderen of gezondheid.

Zeggen dat je dingen niet wil meten is absurd in een tijdperk waarin iedereen verantwoording moet afleggen. Scholen moeten bevraagd kunnen worden op het welbevinden van hun leerlingen of het bijbrengen van respect. Welbevinden en respect zijn ook onderdelen van scholing en je kunt dit leren aan kinderen. Als je aan een econoom vraagt hoe het land ervoor staat bepaalt hij dat ook niet aan de hand van twee factoren. Er is een veelheid aan  aspecten die bepalen hoe succesvol een school is.  Neem die allemaal mee in de vergelijking.

Op welke manier, in positieve of negatieve zin, verschilt Nederland van andere landen?

Ik weet niet zo veel van Nederland, maar jullie doen het overduidelijk heel erg goed want jullie scoren altijd hoog op de PISA-statistieken. Maar aan de andere kant maak ik me wel zorgen over het feit dat jullie hoger onderwijs zo selectief is. Het is verbazingwekkend dat jullie van twaalfjarige kinderen al willen weten wat ze gaan doen op hun dertigste. Er zijn niet zoveel landen die zo vooruitlopen op de toekomst! En ik maak me zorgen over het verlies aan talent van jongeren die wat later beginnen te ontwikkelen, zo tussen hun veertiende en zeventiende jaar, omdat deze jongeren niet zo makkelijk meer kunnen  overstappen naar een ander profiel of andere opleiding.

Ik denk wel dat jullie in een opwindende tijd verkeren voor wat betreft de veranderingen van jullie inspectiekader. Het nieuwe systeem gaat scholen en leraren helpen bewust te zijn van hun impact en zichzelf te evalueren in plaats van slaafs inspectiekaders te volgen. Precies zoals we dat bij ‘Leren zichtbaar maken’ ook proberen te bewerkstelligen. En als dat nieuwe systeem gaat werken kan ik me voorstellen dat de prestaties van scholen nog meer omhoog gaan.

Wordt er door de overheid minder gekeken naar de effectiviteit van haar werknemers dan bijvoorbeeld in het bedrijfsleven?

Het is niet minder maar anders. Bij veel functies moet je verantwoording afleggen voor je acties, je beslissingen en de kwaliteit van het werk dat je levert. Die assessments helpen je om beter te worden. Maar op scholen hebben we een soort dubbele boodschap. De assessments worden ook gebruikt om leraren te controleren en de kinderen betalen de rekening want zij doen het werk.

En ik als deskundige op het gebied van assessments zeg: Laten we vooral kijken naar de kwaliteit van de interpretatie van toetsen. Als er geen kwaliteitsinterpretatie is, toets dan niet! Dan kunnen we heel veel toetsen en testen laten afvallen. Als een leraar een toets niet gebruikt om iets over zichzelf te leren zijn de meeste toetsen tijdverspilling. Leraren moeten ervan leren of ze goed of niet goed hebben lesgegeven, wat en hoeveel ze bereikt hebben en bij wie.

Laten we afstappen van het idee dat een toets alleen iets zegt over een leerling. Ik zou bovendien willen dat scholen leerlingen zelf verantwoordelijk maken voor de interpretatie van hun toetsen. Het gaat bij toetsen niet om de kwantiteit maar de kwaliteit.  We zouden verlost zijn van veel gangbare toetsen als leraren zich bij iedere toets zouden afvragen wat ze eruit kunnen halen over hun eigen functioneren.

Met deze wijze woorden eindigde het interview. Met dank aan John Hattie die mij op bijzondere wijze heeft geïnspireerd en mijn visie op evidence-based onderwijs voor altijd heeft veranderd.

Achtergrond: Hattie’s onderzoek

Voor degenen die niet zo bekend zijn met zijn werk, Hattie en zijn team hebben de resultaten van meer dan 50.000 onderzoeken naar onderwijs over de hele wereld met elkaar vergeleken en uitgezocht welke factoren daadwerkelijk effect hebben op leerprestaties. Evidence-based betekent dus in dit geval dat er duidelijke aanwijzingen zijn voor deze effecten, gebaseerd op de gegevens van minstens 240 miljoen leerlingen verdeeld over allerlei landen, culturen en schoolsystemen.

NaamloosOf het nu gaat om klassenverkleining, verlengde instructie, vakantieschool of werken in niveaugroepen, iedereen denkt te weten wat werkt en wat niet. En maar al te vaak worden citoscores aangevoerd als bewijs. Los van het feit of het wel wenselijk is toetsresultaten daarvoor te gebruiken is het ook nog eens een verkeerde gedachtegang dat  je op grond van behaalde resultaten kunt zeggen dat iets effectief is. Alles heeft namelijk effect als je meet vanaf een vast beginpunt. Er is altijd groei. De vraag is dus hoe groot het effect is en of het überhaupt is toe te schrijven aan die bepaalde aanpak.

Effectgroottes

Dat is de reden dat Hattie de resultaten van alle bekende onderwijsonderzoeken heeft omgezet naar effectgroottes waardoor je kunt vergelijken welke factoren een negatieve, gemiddelde of positieve invloed hebben op leerprestaties. Alles wat een effectgrootte heeft onder  0,40  heeft een benedengemiddeld effect en een verbetering van de leerprestaties treedt pas op boven de 0,40. Er zijn ook factoren die een negatief effect hebben, zoals vaak van school veranderen (-0,34) of zittenblijven (-0,13).  Ook klassenverkleining (0.21) of huiswerk (0.29) hebben lang niet zoveel effect als vaak wordt gedacht. Lees hier meer over Hattie’s lijst van effectgroottes.

Maar zoals Hattie zegt: ‘Het is niet belangrijk om te weten wat werkt, het gaat erom te weten wat het beste werkt’. Jezelf op voorhand een cijfer geven staat met stip op één (1.44). De verwachting die de leerling van zichzelf heeft is erg  belangrijk dus. Deze lijsten met effectgroottes zijn overal terug te vinden en zeer interessant om eens te bekijken.

John Hattie heeft het niet alleen gelaten bij zijn onderzoek, maar ook een programma ontwikkeld om scholen te helpen leren inzichtelijk te maken. Dat programma heet Visible learning. Want als leren voor leerlingen en leraren inzichtelijk is verbeteren de leerresultaten enorm. Er moet een  veilig klimaat zijn waarin  leraren en leerlingen kunnen reflecteren op leerprocessen en ook fouten durven te maken. De taak van schoolleiders is dit te faciliteren.

Sarina Hoogendam werkt op het Educatief Centrum te Rotterdam.