inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Adrie Groot


Adrie Groot
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Passend Onderwijs, bestuurlijke drukte en de dagelijkse realiteit: ‘Het kind staat niet of nauwelijks op de agenda’

26 februari 2015

Adrie Groot

Geplaatst in: Verantwoordelijkheid,

Het is lastig om als bestuurder – vanuit de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs voor elk kind –  zoveel tijd te moeten stoppen in het herstellen van grove weeffouten in de invoering en uitvoering van Passend Onderwijs. Volgens Adrie de Groot – werkzaam bij stichting Flore – vraagt de dagelijkse onderwijspraktijk, leerlingen en leerkrachten om iets anders. Zijn gedachten dwalen tijdens een studiedag over Toezicht op Passend Onderwijs af naar de realiteit binnen zijn organisatie. En zijn zorgen nemen toe. Er wordt  heel veel – teveel – tijd, energie en geld uitgegeven aan randvoorwaarden. En het allerergste: het kind staat niet of nauwelijks op de agenda. Zijn blog.

passss

SKOFW & Ontwerp MarijeBoon.nl

‘Er waren heel wat voors en tegens in de discussie hoe Passend Onderwijs georganiseerd moest worden. Uiteindelijk is gekozen voor een rechtspersoon en een bestuurlijk model volgens de Code Goed Bestuur (Governance). Dus een functionele splitsing tussen bestuur en toezicht.

Met een bijna hoorbare zucht confronteerde de dagvoorzitter ons op onze studiedag Toezicht op Passend Onderwijs in ons samenwerkingsverband met deze overwegingen. Ongemakkelijk zit ik op mijn stoel heen en weer te schuiven. Mijn gedachten dwalen af naar de praktijk van Passend Onderwijs binnen onze organisatie.

  • We zijn al enkele jaren samen met de ouders bezig om deze jongen, die nu in groep 8 zit, voor te bereiden op een vervolg op het OPDC. De leerkrachten, intern begeleider en ouders hebben daar keihard aan gewerkt. Er ligt een goed en gedegen dossier. We zijn in gesprek geweest met het voortgezet onderwijs en op het OPDC geweest en iedereen ziet een vervolg daar zitten. Helaas zijn we nu al drie maanden bezig om dit af te ronden en we komen geen stap verder. Het OPDC is gevestigd in een ander samenwerkingsverband en ons verband weigert om daar aan mee te werken. Frustratie!
  • Een leerkracht op een andere school loopt vast met haar groep 4. Met enorm veel inzet en ondersteuning van de Intern begeleider probeert zij een goede sfeer en werkhouding in haar klas te realiseren. Een aantal kinderen blijft structureel ontsporen. De situatie vraagt om een directe interventie. Vanuit het samenwerkingsverband komt iemand langs en die stelt voor om een plan voor coaching van de leerkracht uit te gaan werken.
  • Een leerling in groep 5 gaat niet goed. Leerkracht en intern begeleider hebben van alles geprobeerd en ook externe ondersteuning ingevoerd. De nood is hoog en het nieuwe samenwerkingsverband wordt gebeld. Zonder aandacht voor de problematiek wordt aangegeven dat de school eerst het ‘ groeidocument’ moet hebben ingevuld, voordat verder gesproken kan worden.

De bedoelingen zullen ongetwijfeld goed zijn, maar leerkrachten geven aan dat de ‘ oude’ bureaucratie van Weer Samen Naar School (WSNS) nu vervangen lijkt te zijn door de ‘ nieuwe’ bureaucratie van Passend Onderwijs. Handelingsgericht werken lijkt een prachtig streven, maar vraagt een omslag in denken en handelen van leerkrachten. En duidelijk zal zijn dat die omslag, die professionalisering, niet begint met ‘groeidocumenten’ en protocollen, maar begint bij de leerling en leerkracht in de klas.

Het is goed om even stil te staan bij de invoering van de Lumpsum-bekostiging in 2006 (meer financiële bestedingsvrijheid bij scholen en schoolbesturen) en de aanbevelingen uit het rapport Dijsselbloem “Tijd voor Onderwijs” uit 2008. Daarin wordt specifiek aan de overheid gevraagd om het ‘wat’ en ‘hoe’ toch echt aan het onderwijsveld over te laten. Vanuit deze majeure signalen is het acceptabel dat de overheid (financiële) kaders stelt t.a.v. onderwijskwaliteit en met name die kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Opmerkelijk is het vervolgens dat de overheid, ondanks de genoemde signalen, voorschrijft op welke manier schoolbesturen en scholen verplicht moeten samenwerken. Dit specifieke element in het onderwijs, waarvan maar ongeveer 5% van de leerlingen gebruik zal maken, mag zich verheugen in een gigantisch web van wet- en regelgeving. Regelgeving die bestaande structuren dwarsboomt, die niet past, of onuitvoerbaar is.

Het is lastig om als bestuurder, vanuit de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs voor elk kind, zoveel tijd te moeten stoppen in het herstellen van grove weeffouten in de invoering en uitvoering van Passend Onderwijs. De dagelijkse onderwijspraktijk, leerlingen en leerkrachten vragen om een andere inzet. Mijn conclusie lijkt op dit moment gerechtvaardigd: Passend Onderwijs past nog lang niet en zal – met de huidige kaders – ook niet gaat passen. En dat er heel veel – teveel – tijd, energie en geld uitgegeven wordt of moet worden aan randvoorwaarden.

En het allerergste: het kind staat niet of nauwelijks op de agenda.

Adrie Groot is voorzitter van het College van bestuur bij stichting Flore in Heerhugowaard.