inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Natasja de Kroon


Natasja-de-Kroon
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Klassikaal onderwijs! Omdat het altijd zo is geweest of vanuit een bewuste, pedagogische keuze en visie?’ hetkind.org/?p=55579

Ongeveer 9 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Begin bij de kinderen: ‘Vraag ze wat er moet veranderen om een gelukkige klas te realiseren’

2 maart 2015

Natasja-de-Kroon

‘Bij het schrijven van het boek zijn we ons er van bewust dat we niet weten wat jij in jouw situatie, met jouw kinderen en jouw ouders, precies nodig hebt om een gelukkige klas te realiseren. We gaan er vanuit dat jij dat zelf het beste weet.’ Natasja de Kroon, Ingrid Nagtzaam en Merlijn Wentzel hebben hun ervaringen en verhalen gebundeld in een boek ‘De Gelukkige Klas begint bij de leerkracht’. Dat verschijnt na de zomer als inspiratieboek, in de hoop dat het leerkrachten helpt in hun onderwijspraktijk. ‘Het hebben van een goed uitgewerkt en in jezelf verankerd moreel kompas is het halve werk voor de gelukkige leerkracht. Maar dan ben je er natuurlijk nog niet! Want hoe ziet het er dan uit in de klas? Hoe moet dat? Hoe doe ik dat? Of doe doe ik dat?’

De gelukkige klas_Omslag 170x240mm.inddEen pedagogisch ideaal is prachtig, maar alleen als het zichtbaar wordt in het handelen, in het doen, in de dagelijkse interacties in de klas, worden leerlingen er beter van. De waartoe-vraag (waar het moreel kompas naar verwijst) is in onze ogen heel belangrijk om te stellen (en in het onderwijs misschien te weinig besproken). Maar het beantwoorden van de hoe-vraag brengt het pedagogisch kompas bij de leraar en de leerlingen.

Elke leerkracht weet dat werken in een klas betekent dat je dagelijks duizenden kleine en grote pedagogische beslissingen moet nemen. Het begint al als je ‘s ochtends bij de deur je kinderen staat op te wachten: een kind komt binnen met een donker gezicht, zeg je er meteen iets over of liever het kind zelf laten komen? Een jongen laat een jas van de kapstok vallen; meteen reageren of even afwachten of hij uit zichzelf gaat opruimen? Een meisje komt binnen met een trui die eerst van haar grote zus was. Zeg je; wauw, wat heb je een mooie nieuwe trui! Of peil je eerst hoe blij het kind met dit ‘tweedehandsje’ is? Je neemt je beslissingen op basis van jouw eigen overtuigingen, wat je belangrijk vindt en waar je naartoe wil met je klas, maar ook door na te denken over het perspectief van de leerling: wat heeft deze leerling op dit moment van mij nodig? Wat is voor dit kind het beste om te doen? Want wat voor het ene kind goed is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Tenslotte heb je nog te maken met jezelf: je kunt niet buiten jezelf handelen. Wie jij bent, wat je kan.

Als je de hele dag over al je beslissingen nadenkt, word je gek en kun je waarschijnlijk het beroep van leerkracht niet eens uitvoeren. Het meeste doe je spontaan en intuïtief, gelukkig maar. Maar om je te ontwikkelen is het behulpzaam om je af en toe bewust te worden van hoe jij de dingen doet om je vervolgens af te vragen; wil ik dit zo houden of kan het ook anders? In het volgende hoofdstuk zullen we een aantal elementen uit het dagelijks leven in de klas onder de loep nemen. Om je de mogelijkheid te geven je handelingsrepertoire uit te breiden.

Waar beginnen?

Om te weten wat jouw klas nodig heeft, begin je bij de kinderen. Vraag ze hoe de gelukkige klas er voor hen uitziet. En wat er moet veranderen om een gelukkige klas te realiseren. Spreek met elkaar af welke gelukkigheids-doelen jullie willen behalen en hoe jullie hieraan gaan werken. Als je bijvoorbeeld ziet dat de kinderen niet of nauwelijks samenwerken, maak je hier een leerdoel van en oefen je dit met de kinderen? Vergeet ook niet om jullie plannen met de ouders te communiceren zodat zij begrijpen waar jullie mee bezig zijn.

Misschien vind je het lastig om bij de kinderen te beginnen. Omdat je (nog) geen goede binding met je groep hebt. Omdat de kinderen jou (nog) niet echt kennen. Begin dan bij jezelf. Door zelf de keuze te maken om het vanaf vandaag anders te doen. Een voorbeeld uit een lezing van Marcel van Herpen:

“Op een dag besloot ze dat ze er niemand meer uit zou sturen. Haar directeur vroeg haar of ze het echt zeker wist. Uit haar ooghoeken zag ze een van de kinderen aankomen. Een kind dat ze al vaak uit de klas had gestuurd. Zijn pleegmoeder vertelde dat het weekend moeilijk was geweest. En dat hij niet naar school wilde. Ze vroeg hem wat hij wilde. Naar huis, zei hij. Ze realiseerde zich dat ze niet de goede vraag had gesteld. En vroeg hem wat hij op school wilde doen. Hij wilde op de gang blijven. Zijn antwoord verbaasde haar. Had ze hem gestraft met iets wat hij eigenlijk fijn vond? Ze ging de klas in. Een van de kinderen vroeg verbaasd of hij nu al straf had. Ze riep de kinderen in de kring. En vertelde over haar besluit om niemand er meer uit te sturen. De kinderen wilden weten wat hij op de gang deed. Ze vertelde dat hij hier zelf voor gekozen had. Omdat hij zich vandaag niet zo fijn voelde. Een jongetje stond op. Zonder iets te vragen liep hij naar de deur. Bij de deur draaide hij zich om. “Dus hij is boos en verdrietig en hij zit alleen op de gang?” In de gang ontfermde hij zich over zijn vriend. Een half uur later kwamen ze samen weer terug in de klas.

Dit voorbeeld laat zien dat gaan staan, niet makkelijk is. En dat je misschien mensen tegenkomt die het je afraden. Of dat het anders loopt dan je had bedacht. Maar het is een begin. Een begin om te laten zien wie je bent en waar je voor staat. Om echt te zijn en om op zoek te gaan naar de relatie met de kinderen. Soms weet je niet waar je moet beginnen. Maar op het moment dat je gaat staan, ben je begonnen. En als je (nog) niet weet waar je voor wilt staan, kun je beginnen om meer van jezelf te laten zien. Door iets te gaan doen wat jij leuk vindt. En dit samen met de kinderen te ervaren. Vanuit het plezier van samen iets leuks doen ontstaat ruimte om het gesprek aan te gaan. Over wat de kinderen willen. En wat jij zou willen.

Een ander voorbeeld.

Jeannette nam een klas over van een zieke collega. Ze riep de kinderen in de kring en wilde met hen gaan bespreken hoe ze samen er een fijne groep van zouden kunnen maken. Al snel kwam zij erachter dat het niet mogelijk was om hierover een fijn gesprek te voeren. De kinderen luisterden niet naar elkaar, praatten door elkaar heen, bleven niet zitten, praatten elkaar na en lachten elkaar uit. Als Jeannette even de aandacht had en een voorstel deed, maakten een paar kinderen dit belachelijk waardoor ze al snel de lachers op hun hand hadden.
Ik vroeg me af waarom deze kinderen de autoriteit van deze leerkracht, die bekend stond als goede leerkracht, niet accepteerde. Na wisselingen en slechte ervaringen moeten kinderen een reden hebben om zich te laten verleiden met jou in een nieuw patroon te stappen. Daarvoor moet jij jezelf laten zien en als leider in je kracht neerzetten. Ik vroeg Jeanette daarom waar zij van geniet, waar haar talenten liggen,  wat zij de kinderen gunde. Toen kwam haar muzikale talent naar boven. De volgende dag startte zij met haar gitaar, de kinderen kwamen binnen en zagen een stralende leerkracht, al snel kwamen ze bij haar in de kring zitten en had ze alle aandacht…

Het gaat er in dit voorbeeld om dat een leerkracht doet wat nodig is om de situatie in een groep of met een bepaald kind weer vlot te trekken. Soms is het daarvoor nodig dat je zelf uit je comfortzone stapt, dat je iets doet wat niet bij jou past, maar wel bij de leerlingen. Daar hoort bijvoorbeeld bij dat je je scherpe humor wat beteugeld voor een gevoelig kind. En dat je je chaotische aard bedwingt, zodat je helderheid kunt bieden aan een kind dat dat nodig heeft.

boosssAchter het gedrag van kinderen kijken

Hoe zou jij het vinden als een kind jou ineens “Kutjuf” noemt? Misschien word je boos. En heb je de neiging om gelijk te reageren.  Want wat zou er gebeuren als je dit liet gaan? Wat is het ergste dat jij je daarbij kunt voorstellen?

Een leerkracht is ook maar een mens. Als je geraakt wordt door een kind ben je wellicht geneigd om vanuit die boosheid te reageren. Maar wat zou het mooi zijn als je eerst afstand kon nemen van wat er gezegd wordt. Zodat je kunt kijken waarom het kind dit zegt. Door dit te doen, keur je het woord af, maar niet het kind. En heb je ruimte om te achterhalen wat er in het kind omgaat:

‘Jij moet wel heel erg boos zijn om zo’n woord te gebruiken, kun je me daar meer over vertellen?’
‘Jij moet je wel heel naar voelen als je dat tegen mij zegt, want dat doe je niet zomaar’

Zodra je het gedrag van een kind ziet als een aanval tegen jou, ben je verloren. Zie het liever als een vraag, soms zelfs een schreeuw om hulp. Charlotte Visch noemt het gedrag dat kinderen laten zien een ‘kluitje’ dat ze naar je gooien. Hoe groter het kluitje, hoe meer pijn van binnen. Daarom is het nodig dat je het gedrag van leerlingen je niet persoonlijk aantrekt en dat je er van uit gaat dat kinderen het niet doen om jou te pesten, maar de woorden niet kunnen vinden om uit te leggen wat ze van je nodig hebben.

Als begeleider kwam ik op een SBO-school. Bijna elke keer als ik kwam zat Nigel op de gang. Of hij liep op de gang, of zwierf, of lag op de grond, of deed gek op de gang… Ik vroeg aan de schoolleiding of Nigel altijd op de gang zat of dat het toeval was. De directeur vertelde dat het niet zo goed ging met Nigel in de klas. Hij was brutaal, klierde, speelde de clown en had zelfs een keer zijn broek naar beneden getrokken. Ten einde raad werd hij bijna elke dag naar de gang gestuurd. Tijdens een teamvergadering vroeg ik wat Nigel leerde over zichzelf en de omgang met anderen als hij in zijn eentje over de gang zwierf. De juf gaf aan dat zij zich totaal geen raad wist met Nigel, het ging van kwaad tot erger. Toen ik vroeg of iemand in het team wél goed met Nigel overweg kon, zei de onderbouw leerkracht: ik heb een goede band met Nigel, ik kan hem er wel bij hebben in mijn groep. Een aantal collega’s protesteerde: ‘Maar dan wordt Nigel beloond voor zijn slechte gedrag!’
Op het moment dat we ons inleefden in Nigel realiseerden we ons dat hij hoogstwaarschijnlijk niet ‘s ochtends zijn bed uit kwam met het voornemen ‘vandaag ga ik weer eens lekker vervelend doen in de klas, mijn juf het leven zuur maken en ervoor zorgen dat ik er zo snel mogelijk wordt uitgestuurd’. Nigel wil, net als elk ander kind, niets liever dan erbij horen, vrienden maken, een goede relatie met de leerkracht en zich ontwikkelen. Hierna kon Nigel in alle rust het jaar verder afmaken bij zijn favoriete leerkracht. Hij hoefde er geen minuut meer uitgestuurd te worden.

De gelukkige leerkracht weet dat alles twee kanten heeft. Ze zoekt bij kinderen steeds naar de andere kant, naar het licht. En ook bij zichzelf zoekt ze naar het evenwicht. Omdat ze weet dat je niet alleen maar lief kunt zijn. Of alleen maar streng. De gelukkige leerkracht heeft geen oordeel over het gedrag van kinderen. Ze is voortdurend bezig te onderzoeken wat het gedrag van kinderen van haar vraagt. En ze laat zien dat ze beschikbaar is, altijd.

Tip —>  Formuleer in je groepsplan wat je een kind gunt! De kans is groot dat je plan er dan anders uitziet dan wanneer je je beperkt tot belemmerende en stimulerende factoren. Hierbij word je vaak sterk geleid door je oordeel over het gedrag. Als je kijkt wat je het kind gunt, ontstaat er ruimte.

Een voorbeeld:

Zodra juf de klas verlaat, staat Job op de tafel. In haar groepsplan zoomde de juf vooral in op het (storende) gedrag van Job en noteerde in het groepsplan: “Heeft grenzen nodig”. Door zich in te leven in Job kwam juf erachter dat hij in de klas geen vriendjes heeft. Door op de tafel te gaan staan, hoopt hij indruk te maken en vriendjes te winnen. Gevraagd naar wat juf hem gunde, ging het gesprek niet meer over grenzen en structuur, maar over hulp bij het maken van vriendjes. In het groepsplan kwam dus te staan: heeft ondersteuning nodig in het maken van positieve contacten.

Het  boek ‘De Gelukkige Klas begint bij de leerkracht’ is na de zomervakantie verkrijgbaar via www.248media.nl. Lees meer achter deze link. De kosten zijn: €21,95

Natasja de Kroon, Ingrid Nagtzaam en Merlijn Wentzel vormen samen Geluksvogels. De Geluksvogels zijn er voor iedere leerkracht, die samen met de kinderen een groep wil zijn waar het voor iedereen fijn is om te zijn. Ze zijn opgeleid aan de Nederlandse Academie voor Psychotherapie in Amsterdam.