inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Bas ter Avest


Bas ter Avest
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leerling groep 8: ‘Jullie denken dat wij niet meer willen spelen, maar dat is niet zo!’

17 maart 2015

Bas ter Avest

Geplaatst in: Partnerschap, Legitimering

‘Het is niet zozeer de kunst om de ‘aan-knop’ te vinden, maar om van de ‘uit-knop’ af te blijven’, sprak Robbert Dijkgraaf (2010) tijdens een lezing over het onderzoekende kind. Bas ter Avest werkt samen met een basisschool in Nijmegen om een atelier in te richten. Een plek waar de kinderen vrij en creatief kunnen zijn. Hij geeft een inkijkje in de afwegingen bij het inrichten van de ruimte. ‘Ik merk dat ik de neiging heb om te sussen, maar hou me in en laat het spel begaan. En wie heeft er eigenlijk last van bewegen?’

fullbirdsunsplashblogAfgelopen half jaar kreeg ik de kans om op openbare basisschool De Buut in Nijmegen een atelier in te richten. Omdat ik geloof in het kind als ontdekker, een in de kern nieuwsgierig wezen, wilde ik kinderen daar een rijke speelleeromgeving bieden waar ze alle ruimte krijgen. Faciliteer: geef kinderen tijd, ruimte en materiaal en kijk of ze daarmee tot rijk en diep spel komen. Dat was de opdracht die ik mezelf had gesteld.

In een half lokaal heb ik, samen met twee stagiaires, in eerste instantie niets neergezet. Een lege ruimte, met enkel zonlicht dat via spleetjes in de luiken naar binnenviel. In de loop van de weken ontstond er een atelier waarin gespeeld kon worden met licht. Kinderen van groep 1 tot en met acht hebben er gezamenlijk tijd doorgebracht, zonder dat zij een opdracht of een vraag kregen. Ik heb gezien en ervaren hoe waardevol vrij spel in een rijke omgeving is voor kinderen, niet alleen voor kleuters. Een bovenbouwleerling (groep 8) vertelde na afloop ‘Jullie denken dat wij niet meer willen spelen, maar dat is niet zo.’ Dat heb ik gezien!

Aanloop

Het atelier had ik in eerste instantie ingericht voor kinderen uit de onderbouw, geïnspireerd door het atelier van licht dat ik enkele jaren geleden in het Stedelijk Museum heb bezocht. Licht fascineert jonge kinderen.

In de kleuterklassen had ik aan het begin van het jaar een verhaal verteld, dat kinderen met zelf uitgeknipte figuren op de overheadprojector mochten naspelen. Een groot succes! De hele groep om de projector heen, niet te stoppen tijdens de werkles. Tijdens de herfstachtige weken, waarin zonlicht schaars is, merkte ik dat kinderen aangetrokken werden door zonnestralen op het plein en in de klas. Reden voor mij om te kiezen voor een atelier van licht.

Ruimte

In het half lege klaslokaal dat ik verduisterd had met vuilniszakken voor de ramen, vielen nog enkele zonnestralen naar binnen. Er lagen fietslampjes en zaklampen op de grond. Verder niets. Fascinerend om te zien hoe gemakkelijk kleuters hier tot spel wisten te komen. Binnen korte tijd ontstond er een bewegingsspel, waarbij kinderen elkaars voeten beschenen met een zaklamp. Een licht-tikspel dat van geen ophouden wist.

Niet alle kinderen werden aangetrokken tot het bewegingsspel, merkte  ik. Om meer speelmogelijkheden te bieden, besloot ik om drie open hoeken te maken. Een bouwhoek, waar een diaprojector met oranje licht schijnt op reageerbuisjes, petflessen, doorzichtige gekleurde plastic bakjes en bekers. Een overheadprojector met fijne materialen (knoopjes, lint uit een casettebandje, draad, enz) en een lichtbak. Daarnaast werden de fietslampjes en zaklantaarns aangevuld met een loep en verschillende lenzen. De hoeken werden open om zo voldoende ruimte te bieden om te kunnen wisselen van activiteit, materialen samen te brengen, te verschuiven, om met elkaar te kunnen overleggen en om te bewegen.

Bewogen wordt er! Telkens als ik in het atelier werk, zie ik dat vooral de jongste kinderen een flinke beweegdrang hebben en dat het schijnen met zaklampen op elkaar en in de ruimte veel beweging uitlokt. Ik merk dat ik de neiging heb om te sussen, maar hou me in en laat het spel begaan. Gelukkig maar, want telkens zie ik een zeer hoge betrokkenheid. Als ik had ingegrepen, had ik gestoord. En wie heeft er eigenlijk last van het bewegen?

Materialen

Hoewel we enkel gebruik hebben gemaakt van kosteloos materiaal en al op school aanwezige materialen (diaprojector, overhead) zie ik dat het materiaal grote aantrekkingskracht uitoefent op de kinderen. Het materiaal biedt uiteenlopende manieren om te verkennen. Het mag op verschillende manieren worden ingezet en gemanipuleerd, verschuiven van hoek.

Een rijkdom aan mogelijkheden dus, misschien is dat wel de kracht. Ook esthetiek speelt een rol, merk ik. Bij binnenkomst in het lokaal zie ik kinderen met grote ogen en een verwonderde blik kijken naar de kleuren van het licht en weten ze even niet in welke hoek te beginnen. De allereerste aanblik van het atelier daagt uit en ‘roept’ de kinderen.

Ik zorg ervoor dat alles er goed geordend en gesorteerd uitziet wanneer kinderen binnenkomen. Een goed voorbereide omgeving werpt zijn vruchten af. In Reggio Emilia spreekt men over de omgeving als ‘derde pedagoog’ (Edwards et al, 2010). Een goed ingerichte speel-leeromgeving maakt het mogelijk om de plannen van kinderen te verwezenlijken en brengt ze op nieuwe ideeën (Brouwers, 2010). Op initiatief van kinderen uit de bovenbouw wordt een bak water toegevoegd aan de hoek met de overheadprojector. Later krijgt dat water ook nog een kleur. Ik voeg meer spiegeltjes toe wanneer ik zie dat dat het spel van kinderen uitdaagt.

Tijd

‘Het is niet zozeer de kunst om de ‘aan-knop’ te vinden, maar om van de ‘uit-knop’ af te blijven’, sprak Robbert Dijkgraaf (2010) tijdens een lezing over het onderzoekende kind.

In het atelier mogen de kinderen net zo lang in een hoek spelen, als ze willen. Sommige kinderen wisselen een aantal keren van hoek, anderen verdwalen in bijvoorbeeld de constructiehoek met de diaprojector en komen daar niet meer uit. Er zijn geen regels over het wisselen van hoek. Het reguleert zich vanzelf.  Spelen doe je niet in een kwartiertje, maar kost tijd, wanneer we het serieus nemen. We gebruiken de tijd van de werkles van de kleuters. Ik heb jonge kinderen anderhalf uur geconcentreerd zien werken in dit atelier. Kinderen uit de bovenbouw en middenbouw moesten vaak eerder weg en konden niet de gehele werkles aanwezig zijn, maar werden daarmee eigenlijk gestoord in hun ontdekkingstocht en hadden nog veel langer willen blijven.

Opbrengst

Wat levert het op, zo’n atelier waar vrij spel de ruimte krijgt? Allereerst ontspanning door inspanning. Van de stoel af, met de knieën op de grond, voelen, ervaren. Elke wetenschapper, kunstenaar, schrijver of ondernemer heeft het nodig: ‘aanrommeltijd’. Tijd om nieuwe ideeën op te doen, tot inzichten te komen. Tijd om energie op te doen, jezelf te herontdekken. Dat begint met spel. Ik geloof dat ook kinderen dat nodig hebben. Wij leerkrachten zijn in staat om rijke speel-leeromgevingen in te richten waar het ‘aanrommelen’ kan leiden tot ontdekkingen en verwondering. En is dat niet de basis van een leven lang leren?

Daarnaast leren kinderen dat experimenteren gewaardeerd wordt. Ik zag kinderen regelmatig tijdens het spel naar mij kijken: mag dit? Ja, dat mag. Zo lang er betrokkenheid is, er geen gevaar ontstaat voor anderen en materiaal, mag alles. De tijd vergeten en je fascinatie volgen. Kinderen vertrouwen geven dat dat mag en goed is.

Ten slotte leidt het exploratieve spel tot leervragen en ontdekkingen. Een actief kind dat opgaat in intense, betrokken activiteiten is een kind dat zich ontwikkelt. Zo lang er betrokkenheid is, wordt er geleerd. Het werken in het lichtatelier leidde tot hoge betrokkenheid. In veel gevallen wisten de kinderen uit de hogere groepen goed aan te geven wat ze na het werk in dit atelier nog wel eens verder zouden willen onderzoeken.  Na experimenten met een prisma en licht in de waterbak: ‘Ik wil leren hoe een regenboog precies in elkaar zit.’ Of: ‘Ik zou een doolhof willen maken met spiegels en lichtstralen’.

Mogelijkheden zien

Ik weet het. Er moet veel op scholen. De druk op leerkrachten is hoog. Er is weinig tijd.

En toch… met simpele middelen (op elke school aanwezig), een half klaslokaal, wat vuilniszakken en de hulp en inzichten van stagiaires lukt het om kinderen van groep een tot en met acht samen tijdvergeten te laten spelen, ontdekken en leren.  Natuurlijk kan er niet elke dag zo gewerkt worden. Maar wat als we een klein deel van de tijd reserveren om kinderen op te laten gaan in rijk spel? En  welke rijke speelomgevingen kunnen we op het schoolplein inrichten? Mogen kinderen in de pauze in een hoek? Welke mogelijkheden zien we? Het is zo waardevol, opgaan in je spel en je fascinaties volgen, ik gun het iedereen.

Bas ter Avest werkt op de Pabo van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN Pabo) en is daarnaast actief op verschillende basisscholen. 

Referenties:

  • Dijkgraaf, R. (2011). De wereld van begrip en verwondering. Symposium Toeval Gezocht.
  • Edwards, C. et al. (2010). De honderd talen van kinderen. Amsterdam: SWP.
  • Brouwers, H. (2010).  Kiezen voor het jonge kind. Bussum: uitgeverij Coutinho