inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Dick van der Wateren


Dick van der Wateren
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Iedereen wilde wat zeggen, niemand wilde luisteren’ hetkind.org/?p=56228

Ongeveer 51 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Tom haalt slechte cijfers. Eén vraag kan alles veranderen: ‘Waar droom je van?’

16 april 2015

Dick van der Wateren

‘Alle jonge mensen hebben iemand nodig die om ze geeft en zegt dat alles mogelijk is als je maar in jezelf gelooft en je niet door anderen laat ontmoedigen. Iemand die niet neerbuigend doet over hun grote passies en zegt dat ze eerst school moeten afmaken, voor ze aan hun dromen kunnen beginnen.’ Dick van der Wateren – vo-docent en onderzoeker – schrijft over Tom, een leuke jongen,  die echter liever muziek maakt dan de lessen volgt gaat en dus slechte cijfers haalt. Over autonomie, de betekenis ervan in onderwijs. En over de waarde van dromen, hoe naïef ze misschien nog klinken: ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’

drrrrommmTom is de jongste van zijn klas. Hij kan moeilijk stil zitten in de les en zit vaker achterstevoren in zijn stoel dan met zijn gezicht naar het bord. Langer dan tien minuten kan hij zijn aandacht niet bij zijn werk houden. Elke les is hij de leukste en heeft het laatste woord. Zijn cijfers zijn beroerd, veel lager dan wat hij eigenlijk kan. Als hij zo doorgaat blijft hij zitten. Zijn docenten en zijn mentor vinden hem een leuk joch, maar weten niet meer wat ze met hem aan moeten. Minstens één keer per week wordt hij uit de les gestuurd, de straffen worden steeds hoger.

Een vraag kan alles veranderen: ‘Wat wil jij?’ Als iemand hem dat zou vragen kon hij vertellen wat hij het liefste wil, waar hij de rest van zijn leven mee bezig wil zijn. Wat zijn droom is. Laten we zeggen dat hij ervan droomt muzikant te worden. Hij speelt basgitaar en treedt met zijn vrienden af en toe op. Hij verdient er zelfs al geld mee. Al zijn vrije tijd besteedt hij aan muziek. Huiswerk heeft hij nog nooit gemaakt. Niemand heeft hem tot nu toe gevraagd: ‘Wat wil jij?’ En zo draait hij maar door in zijn cirkel van saaie lessen, geestdodend huiswerk, lage cijfers, klieren, strafwerk.
Als iemand nu zou vragen wat hij zou willen en zijn antwoord serieus nemen, zou alles kunnen veranderen. Zou die cirkel worden doorbroken. Tom is slim genoeg om met niet teveel inspanning goede cijfers te halen. Als hij het een beetje handig aanpakt met zijn schoolwerk houdt hij zeeën van tijd over om muziek te maken. Maar hoe krijgen we hem zover?

Autonomie
Het geheim is hem onder lestijd te laten doen wat hij het liefste wil. Dat lijkt tegenstrijdig. Als hij nog minder aan school doet gaan zijn cijfers verder achteruit, zou je zeggen. Maar zoals het nu gaat blijft hij in ieder geval zitten. Dus wat is het risico?

Hij zou onder lestijd zijn eigen nummers op muziek kunnen zetten, solfège oefenen, een effectpedaal voor zijn bas bouwen. Dat gaat ten koste van de lestijd ja, maar daar voerde hij toch al nauwelijks iets uit. Hij beslist autonoom over zijn eigen handelen, zet zich niet langer af tegen maatregelen en opdrachten die door anderen worden opgelegd en waarvan hij de zin niet ziet. Het is zíjn beslissing om de tijd die hij wel aan school besteedt zo effectief mogelijk te gebruiken. Het is allang bekend dat autonomie een van de belangrijkste factoren is die leerlingen op school motiveren. (Zie bronnen aan het eind van dit bericht en een post van mij op OnderzoekOnderwijs.net.)
Als het lukt, gaat hij inzien dat school hem wat te bieden heeft, dat hij een betere muzikant kan worden met de dingen die hij op school kan oppikken. En dat het handig is als hij school afmaakt. En anders vindt hij misschien de energie om harder te gaan werken, zodat hij zo snel mogelijk van die vreselijke school af is.
Als het niet lukt, blijft hij zitten en moeten we wat anders verzinnen om hem door de school heen te helpen. We zijn niet voor één gat te vangen. Als we maar met Tom in gesprek blijven en naar hem luisteren. Niet tegen hem aan praten met ongevraagde lessen en adviezen. Luisteren.
In veel gevallen lukt het zo om een kind, dat wegzakt in lethargie en weerzin tegen alles wat met school te maken heeft, contact te laten maken met zijn dromen en autonomie te geven. Dan vindt het de motivatie en de energie om zichzelf uit het moeras te trekken.
En als niets lukt wat we met de beste bedoelingen proberen, gaat zo’n kind zonder diploma van school. Hoe erg is dat? Hoeveel jongeren komen echt slecht terecht als ze zonder diploma de maatschappij in gaan? De meesten vinden wel een baan, gaan misschien later weer naar school of doen een avondcursus. Uiteindelijk komen ze goed terecht. Wanneer we als opvoeders hebben laten merken dat we in hen geloven, geven we hen een rugzak mee van liefde en vertrouwen, waarmee ze de wereld aankunnen en tegenslagen overwinnen.
Maar juist die lastige, drukke, eigenwijze, tegendraadse en brutale kinderen maken het ons ouders, opvoeders en onderwijzers moeilijk om die liefde en dat vertrouwen op te brengen die ze zo hard nodig hebben. Het zijn de kinderen die niet in ons systeem passen. Die niet netjes binnen de lijntjes kleuren. Die ons gezag ondermijnen. Die zich niets aantrekken van onze regels.
Als we goed zouden kijken, zouden we zien dat dit originele, vrije en creatieve geesten zijn die zich moeilijk kunnen aanpassen aan het keurslijf van de school. In plaats van hen te dwingen zich in dat keurslijf te schikken, kunnen we ook slim zijn en de zaak omdraaien. We kunnen proberen het systeem aan deze bijzondere kinderen aan te passen. Laten we beginnen met naar hen te luisteren. En laten we erkennen dat school niet belangrijk is in hun leven. Niet fijn voor onze ego’s, maar wel een mogelijkheid om in een serieus gesprek te blijven.

Dromen
Misschien zijn de dromen van onze pubers niet allemaal even praktisch of haalbaar. Maar wie zijn wij om daarover te oordelen? Er was ooit een jongetje dat astronaut wilde worden. En raad eens wat. 30 jaar later draaide hij een half jaar lang rondjes om de Aarde in het Internationale Ruimtestation. Zijn droom was uitgekomen.

Mijn eigen droom was ontdekkingsreiziger worden. Met een kano de Amazone op en diep in het regenwoud onbekende indianenstammen ontmoeten. De indianen en de Amazone heb ik nooit gezien, maar ik ben wel als geoloog vijf keer op expeditie in Antarctica geweest en heb mijn eigen expedities georganiseerd in de woestijn van Namibië. En nu ben ik onderwijzer. Een andere droom. Het leven kent onvoorspelbare wendingen.
Dromen kunnen steun geven in moeilijke tijden en ons helpen de moeilijkheden van het leven overwinnen. Ze geven doel en richting aan ons leven, niet alleen als we jong zijn, maar ons hele leven lang. En die dromen kunnen wij als opvoeders gebruiken om een kind zijn weg te laten vinden.
Een kind kan ervan dromen een beroemde musicalster te worden. Misschien heeft het helemaal geen mooie stem, zingt het zelfs vals. Dan kunnen we twee dingen doen. We kunnen haar dromen ontmoedigen, zeggen dat ze helemaal geen talent heeft en dat ze maar beter een opleiding kan doen waarmee ze een baan kan vinden. We kunnen haar dromen ook serieus nemen en haar zoveel mogelijk stimuleren om zich te ontwikkelen. Misschien wordt ze wel nooit de musicalster die ze oorspronkelijk voor ogen had, maar wordt bijvoorbeeld cabaretière. Schor als een kraai, maar met een ijzersterke podiumprésence.
Bob Dylan kan immers ook niet zingen.
Alle jonge mensen hebben iemand nodig die om ze geeft en zegt dat alles mogelijk is als je maar in jezelf gelooft en je niet door anderen laat ontmoedigen. Iemand die niet neerbuigend doet over hun grote passies en zegt dat ze eerst school moeten afmaken ,voor ze aan hun dromen kunnen beginnen.
Dat is wat wij aan onze kinderen kunnen meegeven.
Dick van der Wateren is docent op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem. Daarnaast heeft hij jarenlange ervaring als wetenschapper (geologisch onderzoek o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Van der Wateren is betrokken bij The Crowd en was een van de initiatiefnemers van het eerste EdCampNL en is onderdeel van het blogcollectief OnderzoekOnderwijs.

Bronnen

  • Black, A. E., & Deci, E. L. (2000). The effects of instructors’ autonomy support and students’ autonomous motivation on learning organic chemistry: A self-determination theory perspective. Science Education, 84, 740-756.
    PDF
  • Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2009). Promoting self-determined school engagement: Motivation, learning, and well-being. In K. R. Wentzel & A. Wigfield (Eds.), Handbook on motivation at school (pp. 171-196). New York: Routledge.
  • Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Intrinsic and extrinsic motivations: Classic definitions and new directions. Contemporary Educational Psychology, 25, 54-67. PDF
  • Dirk van der Wulp, 2011. Meer motivatie door meer autonomie. Bij de Les, oktober 2011, pag. 40-41.http://www.vanderwulp.eu/artikelen/Meer%20motivatie%20door%20meer%20autonomie.pdf