inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Kim van Haeften


kimvh
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Ons magazine past docenten en leraren, als inspiratie om eigen praktijk te legitimeren. Een surprise aan einde jaar… twitter.com/i/web/status/8…

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Omdenken in de praktijk: ‘Het gaat niet om de vraag of het ooit goed zal komen, maar of het in het hier en nu goed is’

17 april 2015

kimvh

Geplaatst in: Opvoeding, Legitimering

Kim van Haeften belandt voor ze het weet in een discussie met haar zoon. Ze denk dat hij liegt en wil dat hij dat toegeeft. De situatie geeft haar een rotgevoel en herinnert haar aan het boek van Berthold Gunster over omdenken. Want wat is nu eigenlijk het probleem? En van wie is het probleem? Door zichzelf een aantal vragen te stellen, kan ze de situatie anders aanpakken. ‘Constateren dat in veel gevallen niet het kind, maar jijzelf het probleem bent is best bevrijdend.’

FullSizeRenderHet is zaterdagmiddag en mijn fles haarolie – nogal duur – is een stuk minder vol. Eerder die dag liet mijn zoon Sil trots zijn gekleurde en geurende gifmengsels zien. ‘Het voelt lekker olieachtig, hè mam?’, zei hij. ‘Is dat gemaakt met mijn olie?’, vroeg ik. ‘Nee hoor!’

Boven zie ik de fles, halfleeg. Ik vraag het Sil nogmaals, maar hij blikt of bloost niet en zegt dat de olie van de stampers van de bloemen afkomstig is. Goed bedacht, vind ik, maar ik baal flink. Eerder die week hebben we al gepraat over jokken en de waarheid. Nu blijft hij bij zijn standpunt. Ik ook.

Ik voel dat hij jokt, maar hij doet dat wel heel knap. Wat nu? Dit gaat fout. Ik voel alarmbellen rinkelen en denk aan later. Ik zie hele scenario’s voor me. Gedoe! Ik verlies m’n geduld, ik wil gelijk hebben en krijgen, mijn angst voor hem, voor later wil ik niet voelen. Ik verwacht dat hij aan mijn wens voldoet. Ik maak er een punt van. Ik begin een betoog over jokken, de waarheid, eerlijk zijn, controleren, hoe nu verder, geen brouwsels meer mengen. Punt uit!

Wijsheid van een zesjarige

Mijn jongste zoon Siem zit er bij en volgt het tafereel zonder zich ermee te bemoeien en zonder weg te lopen. Hij aanschouwt het hele gebeuren. Ik breng hem een beetje beteuterd naar bed.

‘Mama, weet je, soms gebeurt er iets naars en dan ga je alle twee roepen en dan roep je boze dingen, die je niet zo meent, maar die wel pijn doen. Even later kom je tot rust en dan ga je het goed maken, want dan heeft een van de twee meestal ook een beetje pijn of last of een traan in zijn oog en dan zeg je dat je het toch niet meende van die dingen die je riep en dan knuffel je elkaar en dan is het weer goed hè?’

‘Ach moppie, heb je er last van?’, is mijn reactie. ‘Ja, maar het is van jullie hè?’ zegt Siem. En dan lezen we een boek met mooie gedichten waar hij een beetje emotioneel (of tranerig, zoals hij het zegt), van wordt. We knuffelen extra. Oei! Dat geeft stof tot nadenken. Door je kind van zes jaar even teruggefloten worden. Geweldig!

Omdenken

Problemen hebben we elke dag. Thuis en op school. Het boek Lastige kinderen? Heb jij even geluk van Berthold Gunsterover omdenken in opvoeding en onderwijs, heeft mij daarover aan het denken gezet. Een probleem heeft veelal te maken met je eigen verwachtingen. Met het erkennen van jezelf en je kind. Met het erkennen en zien van een ander zijn drijfveren en die van jezelf.

Lastig gedrag kan een reactie op onze acties zijn. Een zichzelf versterkend proces dus. Constateren dat in veel gevallen niet het kind, maar jijzelf het probleem bent is best bevrijdend. Het geeft inzicht in wat je kind al wel heeft en kan en wat jij hebt en kunt. Je innerlijke wens bekijken en uitspreken is heel puur. Daar is ook niks tegenin te brengen. Wanneer je bedenkt dat een probleem dus een kans heeft om inkijkjes te geven in de binnenwerelden dan ervaar je momenten van liefde. Momenten die ertoe doen, die je bijblijven.

In het boek worden een viertal vragen gebruikt om om te denken. De eerste vraag gaat over wat het probleem is. De tweede vraag is: Is het echt een probleem? Daar sta ik nu bij stil.

Geen strijd, maar liefde

Als ik weer beneden ben, ga ik naar Sil en ik vertel dat het me schrik geeft dat hij kan jokken zonder dat ik dat doorheb. Daar word ik onzeker van en ik wil niet onzeker worden van mijn eigen gezin. Dat gevoel vind ik niet fijn. ‘En ik hou van je.’ Zo eindig ik voor dat moment. Ik wil geen strijd.

In het boek las ik ook dat het goed is bij jezelf te rade te gaan. Vraagt de situatie om liefde en aandacht of is het realistischer om te erkennen dat je de stijd aan moet gaan? Ik kies voor het eerste. Intuïtief. In het boek beschrijft Berthold welke strategieën je dan toe kunt passen.

Ben jij het probleem?, is de derde vraag.

Zittend op de bank (Sil leest in bed een boek) met een kop thee denk ik na. Van wie is het? Mijn zoon is gewoon bang dat ik boos word. Dat vindt hij echt naar. En ik, ik ben bang dat ik controle verlies denk ik. Dat ik mijn zoon niet meer kan lezen, dat ik onzeker ben over hem. Dat gaat ook over loslaten, geloof ik. Het is dus iets van mij, ik heb er last van. Ik heb gedachten over vroeger, uit mijn eigen biografie. Mijn zoon heeft alleen last van mijn onuitgesproken verwachtingen naar hem toe. Is dat wel aan hem of van hem? Hij heeft zijn eigen last. Last van mijn boos zijn. 

Is het probleem de bedoeling?, is de vierde vraag.

Mijn zoon wil graag in gesprek zonder dat ik boos word, zegt hij. Hij vindt het echt heel erg wanneer ik mopper. Daarom jokt hij, omdat hij bang is. Eerder hebben we al besproken dat ik op een gewone toon met hem in gesprek ga, óók als iets niet goed is gegaan naar mijn idee. Die wens heb ik niet vervuld. Om die reden is hij ander gedrag gaan vertonen. Logisch eigenlijk.

Een signaal dat ik iets anders moet doen. Eigenlijk dus een cadeau. Zonder dit voorval had ik niet nagedacht over hoe we op dit moment met elkaar communiceren. Even weer een soort van resetten.

Wat hebben we nodig?

Hier komen we uit, maar wat hebben we nodig? Voor het slapen bespreken we onze wens. Mijn zoon vraagt voortaan: ‘Wil je niet boos worden maar met een gewone stem vragen stellen?’, als hij iets heeft gedaan waarvan hij wel weet dat het niet helemaal de bedoeling is en ik vraag hem ‘Wat heb je nodig?’ en ‘Red je het zonder mij?’,  want dat is mijn achterliggende zorg.

Heel moeder-eigen vind ik. Het gaat niet om de fles olie, het gaat om ons en onze verbinding, onze autonomie en competentie en liefde voor elkaar. 

Is mijn haarolie daarmee weer gevuld? Nee! Weet ik nu precies hoe ik dat de volgende keer zou aanpakken of heb ik een te gekke oplossing? Nee! Maar ik heb er wel een goed gevoel over. 

Ik houd het dichtbij, dichtbij mezelf, eerlijk en puur en in het hier en nu. Zoals Berthold het boek afsluit: ‘Het gaat niet om de vraag of het ooit goed zal komen, het gaat om de vraag of het in het hier en nu goed is.’

Mijn zoon en ik hebben elkaar lief en op zulke momenten groeit dat. Dus in het hier en nu is het goed. 

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein