inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Alexander Geraedts


Alexander Geraedts
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Children see, children do: over de modelfunctie van ouders

11 augustus 2015

Alexander Geraedts

Geplaatst in: Opvoeding,

‘Wij vormen kinderen in belangrijke mate door wat we ze laten meemaken, zien, horen en ontvangen. Ieder moment opnieuw hebben wij de keuze wat dat gaat zijn.’ Alexander Geraedts ziet een filmpje op YouTube, dat hem aan het denken zet over hoe opvoeden in essentie werkt. ‘Zoals ik het zie zijn opvoeders net als tuinmannen (en -vrouwen). Een tuinman weet dat zijn tuin net zo mooi zal worden als de kwaliteit en kwantiteit van de aandacht die hij erin stopt.’

Af0sF2OS5S5gatqrKzVP_SilhoutteEr is een prachtig filmpje op youtube te zien: ‘Children see, children do’. De volwassenen in het filmpje laten gedrag zien dat de gemiddelde burger af zal keuren maar dat toch veel voorkomt. Door de niet mis te verstane beelden is de boodschap voor de opvoeder snel helder: let goed op welk voorbeeld je geeft aan kinderen!

Het filmpje is voor mij zo raak omdat het de rol van de opvoeder op subtiele en tegelijkertijd confronterende manier duidelijk maakt. Na het zien ervan kan iedere twijfel over de rol van opvoeding op de ontwikkeling van kinderen de prullenbak in: dit is inderdaad hoe het werkt!

Cognitief referentiekader

En het laat zich ook verklaren. Het brein is namelijk nog lang niet af bij de geboorte (op zich al een enorm belangwekkend gegeven dat mijns inziens meer aandacht verdient dan het krijgt in opvoedingsland). Ik wil er nu een aspect uitlichten en dat is dit: als het wordt geboren heeft een kind nog geen cognitief referentiekader.

Daarmee bedoel ik dat een kind nog niet weet wat wel en niet ‘hoort’ of ‘mag’. Het weet nog niet wat verantwoordelijkheden en grenzen zijn noch heeft het al besef van de waarde van dingen. Het jonge kind heeft van deze, en heel veel andere zaken, nog geen weet. Er bestaan geen aangeboren concepten van. Deze concepten kunnen pas gevormd worden als het brein hierover informatie krijgt. En die krijgt het, via de zintuigen, uit zijn omgeving. Uiteindelijk zal het brein alle indrukken die het hierover binnenkrijgt omzetten in een eigen referentiekader. Het kind ontwikkelt zijn referentiekaders dus door wat het meemaakt, ziet en hoort in en ontvangt van zijn omgeving.

En de belangrijkste personen daarin zijn wij uiteraard, de opvoeders. Wij zijn hun voorbeelden, zoals in het filmpje zo mooi tot uitdrukking komt. Wij vormen kinderen in belangrijke mate door wat we ze laten meemaken, zien, horen en ontvangen. Ieder moment opnieuw hebben wij de keuze wat dat gaat zijn.

Dus de prangende vraag is: wat gaat dat zijn?

Tuinmannen en -vrouwen

Even een klein uitstapje.

Zoals ik het zie zijn opvoeders net als tuinmannen (en -vrouwen). Een tuinman weet dat zijn tuin net zo mooi zal worden als de kwaliteit en kwantiteit van de aandacht die hij erin stopt. Hij weet dat sommige plantjes meer water nodig hebben en andere meer zonlicht. Weer andere plantjes geeft hij een stokje om langs te groeien. Er zullen plantjes zijn die op hun plek blijven en andere zullen blijven proberen om buiten de perken verder te groeien. Elk plantje is uniek. En alle unieke kwaliteiten van het plantje zaten al besloten in het zaadje dat het ooit was. De tuinman weet dit en hij weet ook wat nodig is om de unieke kwaliteiten eruit te laten komen. Hij verdiept zich, hij observeert en hij heeft geduld. En hij leert. Hij leert van de plantjes. Hij staat open om zelf ook te groeien. Om een betere tuinman te worden. Hij heeft de plantjes dus nodig, net zoals de plantjes hem nodig hebben. Hun relatie is gelijkwaardig.

Zo denkend in deze metafoor van de tuinman, kom ik terug bij het brein dat nog niet af is als kinderen geboren worden, het ontbreken van een cognitief referentiekader en dat wij opvoeders de belangrijkste mensen zijn van wie zij dat kader aangereikt zullen krijgen.

Een tuinman weet: ‘Wat je zaait is wat je oogst’. Als je een tomatenplantzaadje in de grond stopt kan je niet verwachten dat er een aarbeienplantje uit de grond omhoog komt. Hetzelfde principe gaat op in de opvoeding. Als we zelf rommel op straat gooien (zaaien) kunnen we niet verwachten dat een kind dat nooit zal doen. En dus oogsten we kinderen die rommel op straat gooien. Wij geven het kind namelijk de informatie (of boodschap): ‘Rommel op straat gooien kan je gewoon doen’ en dat wordt dus het aangereikte referentiekader. Het is een vorm van zaaien. Er komt uit wat je erin stopt.

Goed, fout en normaal

Door wat we doen en niet doen richting kinderen, zaaien we allerlei boodschappen bij ze. Boodschappen over ‘goed’, ‘fout’, wat ‘normaal’ is, hoe de wereld in elkaar zit, hoe je met elkaar omgaat, hoe je voor jezelf zorgt, hoe je samenwerkt, hoe je met je emoties omgaat, enzovoort. Maar we zaaien ook boodschappen over hoe we over ze denken of wat we voor ze voelen. Dit gaat vaak onbewust en meestal bedoelen we het ook niet zo. Maar het gebeurt wel, door hoe we reageren (of juist niet reageren), door onze blik, door de toon in onze stem, door de kwaliteit en kwantiteit van onze aandacht.

Ga bijvoorbeeld maar na hoe het voor jezelf zou voelen als je leidinggevende je plotseling, zonder enige toelichting, op strenge toon vertelt dat je moet meekomen, en wel nu. Hoe voel je je dan behandeld? Wat ben je dan in de ogen van je leidinggevende? Eenzelfde boodschap krijgen kinderen van ons als we zo met ze omgaan.

Alle boodschappen tezamen, of we ze nou bewust, onbewust, bedoeld of onbedoeld op de kinderen hebben gericht, vormen het referentiekader vanwaaruit het kind zichzelf in de wereld zal neerzetten. Vanuit dit kader gaat het naar zichzelf en de wereld kijken en het zal overeenkomstig gedrag laten zien.

Iets om bij stil te staan. Niet alleen om de mogelijke negatieve gevolgen van het referentiekader dat we aanreiken, maar juist ook vanwege de positieve. Want als het zo werkt, dan werkt het dus ook de positieve kant op! Dit besef biedt enorme kansen en opvoeden kan – eenmaal van dit besef doordrongen – enorm vervullend worden. En dat is toch een welkom perspectief, zeker wanneer je opvoeden vooral associeert met stress, conflicten, strijd, discussie en orde handhaven.

Dus hoe mooi zou het zijn als we ons vaker bewust zijn van de boodschappen die we zaaien? Als we vaker bewust de keuze zouden maken wat we onze kinderen laten meemaken, zien, horen en ontvangen? Zo kunnen we een referentiekader meegeven waar de wereld sterker, mooier, blijer, liefdevoller, gezonder en lichter van wordt.

Opvoeden als tuinman dus, dat is wat ik probeer te doen!

Alexander Geraedts is trainer en therapeut. Dit is zijn website.