inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Suzanne Niemeijer


Suzanne Niemeijer
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
‘In deze eerste schoolweken zet jij als leraar een toon’

26 augustus 2015

Suzanne Niemeijer

Van de eerste schoolweken hangt veel af. Pedagoge Suzanne Niemeijer wijst op de betekenis (en de valkuilen) in Psychologie Magazine. ‘Aan een eerste indruk van een kind kun je niet ontkomen. Maar zo’n oordeel kan ook schade aanrichten.’  Ze wijst op de verantwoordelijkheid van leraren en het belang om jezelf te kennen. Immers: ‘Een groep vormt zich in zes of zeven weken. Na die periode zijn de rollen verdeeld, de normen gesteld, is de sfeer bepaald.’ Lees verder.

Gespannen koppies, vriendinnen die elkaar in de armen vallen, gestoei in de gang en gestaar uit het raam: op de eerste schooldag van het nieuwe jaar is er veel te zien in de klas. En dat ‘zien’ is dan meteen ook een van de belangrijkste taken voor de leerkracht. Hebben de kinderen er zin in? Is er een prettige sfeer? Geven de kinderen elkaar de ruimte? Want van de eerste schoolweken hangt veel af: een groep vormt zich in zes à zeven weken. Na die periode zijn de rollen verdeeld, de normen gesteld, is de sfeer bepaald, zo vertelt een klassiek onderzoek van de onderwijspsycholoog Bruce Tuckman

De eerste indrukken zijn dus heel belangrijk, zegt René van Engelen, leerkracht en waarnemend schooldirecteur, ‘Ze geven een leerkracht aanwijzingen of er een positieve groep aan het ontstaan is, waarin ruimte is voor verschillen en waarin prettig wordt samengewerkt, of een negatieve groep, waarin veel strijd is om de macht. Dat speelt vooral vanaf groep 5, wanneer kinderen uit de egocentrische ontwikkelingsfase komen en meer op de groep gericht raken. In de eerste schoolweken kun je als docent het makkelijkst invloed uitoefenen op dat groepsproces.’

Pedagoog Suzanne Niemeijer, docente  Pedagogische Tact bij het NIVOZ, waarschuwt juist voor een te snel oordeel op die eerste schooldagen. ‘Aan een eerste indruk van een kind kun je niet ontkomen. Maar zo’n oordeel kan ook schade aanrichten. Vindt een leerkracht een kind wat lastig en verwacht hij er niet al te veel van, dan doet hij ook minder zijn best voor dat kind – of hij nou wil of niet. En het ergste: een kind gaat zich ernaar gedragen.’

Wat roept een kind bij míj op?

‘Kinderen kunnen leerkrachten een – soms confronterende – spiegel voorhouden,’ zegt Niemeijer. ‘Een docent die bijvoorbeeld zelf als kind gepest is, heeft als eerste reactie de gepeste in bescherming te nemen en de pester af te wijzen. Daarmee kan hij of zij die pester niet helpen; om zijn gedrag te veranderen moet ook hij gezien worden. Het helpt al als je je bewust bent van je eigen projecties.’

Hoe beter kinderen elkaar kennen, hoe beter ze elkaars perspectief kunnen innemen. ‘Dat helpt om een positieve sfeer te creëren in de klas,’ stelt Niemeijer. ‘Kinderen die weten dat een klasgenoot ergens mee worstelt, reageren veel empathischer als die eens boos of verlegen is. Je begrijpt elkaar beter.’

Deze tekst is (deels) afkomstig uit een artikel van Peggy van der Lee in Psychologie. 

Bronnen: L. Stevens, Naar een ander begrip van ‘Prestatie’ in de school, Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen, 2002 / B. de Fraine, Geboortemaand en schoolloopbaan, proefschrift Katholieke Universiteit Leuven, 1997