inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Baltus van Laatum


Baltus van Laatum
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Het jaar met gymnasium 3: ‘Hoe zou het mij vergaan? Ik wist één ding: orde dwing je niet af’

27 september 2015

Baltus van Laatum

Baltus van Laatum – docent natuurkunde – blikt terug op een jaar met zijn 3 gymnasium klas. Op de hobbels die zij met elkaar moesten nemen, om de gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen. Over de onrust die overwonnen moest worden, het demotiverende overgangsadvies en de onbenutte individuele talenten. ‘Ik richt me nu tot deze vijf leerlingen en zeg dat ik vooral van hun een groter besef van verantwoordelijkheid verwacht, omdat een aantal leerlingen die meer begeleiding nodig heeft te lijden heeft onder hun gedrag.’

Henrieke-Kruise-en-Robin-Band (1)De zomer vakantie. Zes weken vrij. Een periode waarin ik volledig tot rust kan komen. Rust die nodig is om meer tot mezelf te komen. Rust die nodig is om een open houding aan te nemen. Openheid die nodig is om bewust te worden van wie ik ben en hoe ik ben als leraar. Mijn gedachten gaan vaak naar het afgelopen jaar en de relatie met mijn leerlingen. Speciaal naar klas 3gym met wie ik veel gedeeld heb.

3G staat bij sommige docenten bekend als een moeilijke klas. In de tweede klas hadden ze natuurkunde van mijn collega. Die kon niet zo goed met ze overweg. Na het volgen van het traject pedagogische tact wist ik één ding. Orde dwing je niet af maar met rust en accepteren dat je niet op alle situaties hoeft te reageren kom je ver.

Kennismaking

In de eerste les stel ik me voor en vertel ik iets over mezelf en geef ik aan dat ik een plattegrond wil maken waaraan ze zich de eerste periode van het jaar houden. Die plattegrond helpt mij om de namen te leren kennen. De eerste reactie van de leerlingen is om zelf een plek uit te mogen zoeken. Ik vraag ze om in alfabetische volgorde te gaan zitten en ik geef aan dat ik het belangrijk vind dat iedereen met iedereen in de klas kan samenwerken. De volgende periodes passen we de klassenopstelling aan en werken we in groepjes van vier. In de laatste periode stellen de leerlingen de groepjes zelf samen.

Na een paar lessen waar ik ze aan het begin van de les vraag de klassenopstelling te respecteren ontstaat een klassenopstelling die niet helemaal volgens een alfabetische volgorde is maar waarmee we met elkaar kunnen leven.

Onrust en stilte

De lessen beginnen vaak rumoerig. Ik wacht dan net zo lang tot het stil wordt. Ook tijdens mijn uitleg hebben een aantal leerlingen de neiging spontaan te reageren. Een aantal reageert vervolgens daar weer op. Op zulke momenten stop ik met mijn uitleg en wacht ik tot het weer stil wordt. Vervolgens benoem ik wat er gebeurd is. Ik waardeer hun betrokkenheid bij de les maar zeg ook dat het ongeorganiseerd reageren op elkaar de les vertraagt en het voor een aantal minder interessant maakt.

Na een paar weken zeggen de leerlingen bij aanvang van de les dat ze tijdens een mentorles mijn aanpak als voorbeeld hebben genoemd als lessen waar het goed gaat. Dat ervaar ik als een groot compliment. Het is een des te belangrijker compliment omdat ik onvoldoende scoor in de leerling-enquêtes. Later dat schooljaar zullen die leerling-enquêtes een issue worden en heb ik daar met de rector gesprekken over. We komen dan uiteindelijk overeen dat als ik de scores van enquetes geen verbetering laten zien, ik ontslag zal nemen.

Ondertussen in de klas…

In de klas blijf ik benoemen dat het op elkaar reageren en door mijn uitleg heen praten niet kan. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het behouden van de rust.

Ik constateer dat een groep van vijf a zes leerlingen veel reageert en ook weer op elkaar reageert. Dat zijn – niet toevallig – leerlingen die het zich kunnen veroorloven om niet op te letten: zij hoeven niet zoveel te doen om toch een goed cijfer te halen. Ik vraag op een gegeven moment wie zich herkent in dat onoplettende gedrag. De vijf leerlingen die ik voor ogen heb steken hun vinger op. Ik richt me nu tot deze vijf en zeg dat ik vooral van hun een groter besef van verantwoordelijkheid verwacht, omdat een aantal leerlingen die meer begeleiding nodig heeft te lijden heeft onder hun gedrag. Langzaam zie ik veranderingen. Bij de start van een nieuwe periode ontfermen sommige leerlingen zich meer over anderen die meer ondersteuning nodig hebben.

In mijn ogen hebben leerlingen niet alleen een verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwikkeling maar ook van die van hun klasgenoten. Het samen leren en het in dat samen leren ontdekken wat je talenten en die van je klasgenoten zijn is voor mij een belangrijke functie van een school.

Leraar Roeland

Roeland is een van de leerlingen die zich afzijdig houdt van gedoe in de klas. Aan het begin en aan het eind van elke les komt hij vaak met een natuurkundig weetje naar mij toe en vraagt dan of ik daar iets meer van weet. Ik vind het leuk dat hij zo bezig is met natuurkunde, maar aan zijn eigenlijke opdrachten doet hij te weinig. Hij kan mijn inziens veel meer wanneer hij meer tijd aan zijn schoolwerk besteedt.

Ergens halverwege het jaar loop ik door de klas en blijf ik bij zijn tafeltje staan. Ik vraag hem hoe ver hij is met het maken van zijn opgaven. Hij geeft een enigszins ontwijkend antwoord en ik zie in zijn schrift dat hij achterloopt. Als ik hem daarop wijs, vraagt hij wanneer we de laatste paragraaf van het hoofdstuk gaan bespreken over het binaire stelsel. Hij weet daar veel van omdat hij in zijn vrije tijd programmeert.

Op dat moment heb ik een ingeving en vraag ik of híj de les daarover misschien wil geven. Gelukkig neemt hij de uitdaging blij aan en twee lessen later zie ik hem – zonder aanwijzing van mij – aan het begin van de les al naar het bord lopen. Hij vraagt of zijn klasgenoten even naar hem willen luisteren en geeft vervolgens een geweldige les. Hij sluit af met een soort petje-op petje-af quiz. Zowel zijn presentatie als de inhoud zijn uitmuntend. Hij krijgt een groot applaus van de klas en ik geef hem een tien. Hij heeft ons laten zien dat hij grote kwaliteiten heeft. Daarna gaat het ook beter met zijn schoolwerk en haalt hij betere cijfers.

Demotiverende profieladviezen

Tijdens het derde jaar worden de beta docenten gevraagd een aantal keer een advies uit te brengen over welke leerlingen wel of niet jouw vak voor hun profiel kunnen kiezen. Wanneer ik mijn adviezen met de klas bespreek en uitleg hoe ik tot het advies ben gekomen reageert Nazli. Zij heeft al een aantal keer aangegeven dat zij mij een goede docent vindt, maar met de adviezen heeft zij problemen. Ik leg haar uit waar de adviezen toe dienen, wat ze begrijpt. Ondanks dat ervaart ze het advies dat door middel van een kleurencode wordt uitgebracht toch als iets negatiefs: niet motiverend en niet stimulerend.

Later dat schooljaar tijdens breng ik dit thema in bij een intervisie bijeenkomst met collega’s. Ik geef aan ook moeite te hebben met het  beoordelen van mijn leerlingen. Of ze het nu wel of niet kunnen en/of ze nu wel of niet hard werken: het wordt weergegeven in een enkel cijfer. Hoe doe ik daarmee recht aan de talenten die deze leerlingen hebben? Een collega reageert door te zeggen dat we van iemand die dokter wil worden wel mogen verwachten dat hij/zij goede cijfers kan halen voor zijn proefwerken. Maar wil iedereen doctor worden? En was Einstein ook niet een leerling waar de talenten op de middelbare school niet onderkend werden? Ik moet denken aan Nazli en Roeland uit 3 gym.

Ik en de ander

Er zijn meer verhalen te schrijven over wat zich afspeelde tussen mij als docent, mijn leerlingen en collega’s. Sommige publiceer ik, maar allen hebben tot doel bij mij een groter bewustzijn te creëren.

Twee jaar geleden las ik het boek pedagogische tact. Dat was voor mij aanleiding het gelijknamige traject te gaan volgen. Vervolgens bezocht ik regelmatig de Onderwijsavonden van hetkind en had ik contact met Martijn Galjé en Rob van der Poel. Steeds meer word ik me bewust van wie ik ben en hoe ik als leraar wil zijn. Essentieel in dat contact als leraar is voor mij dat wat er gebeurt tussen mij en de ander en dat je op zoek gaat naar de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het leerproces en de sfeer in de klas.

Baltus van Laatum is docent natuurkunde op het Spinoza Lyceum in Amsterdam.