inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Joyce van den Bogaard


Joyce van den Bogaard
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Dolf van den Berg: ‘Recht doen aan de waardigheid van de ander’

6 oktober 2015

Joyce van den Bogaard

“Stellen wij wel de juiste vragen? Zijn we bereid onze uitgangspunten te bevragen en mogelijk te herzien?” Dolf van den Berg, emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, verkentde kwestie van onze verhouding tot onszelf en de ander. Daarbij betrekt hij diepgaande maar toch weinig verkende denkkaders. Hij stelt vast dat dit nodig, is, want ‘in het onderwijs kunnen we alleen maar verder komen door onze referentiekaders grondig te bevragen, door groots te denken: Wie zijn we? Waarom en waartoe bestaan we? Wat betekent dat voor ons onderwijs?’ De vraag ‘wie ben ik?’ of ‘wie ben jij?’ is daarbij voor hem fundamenteel: ‘Een metafysische vraag die voor iedereen van belang is.’  ‘Waardigheid’ blijkt voor hem een centraal concept om die grote vragen met een persoonlijk perspectief te verbinden.

Dolf van den Berg jezelf zijn25 jaar geleden werd de Hubble gelanceerd. Met behulp van deze telescoop kon de Tarantulanevel steeds beter in beeld worden gebracht. De Tarantulanevel, tienduizend keer zo groot als de Orionnevel, is meer dan 150.000 lichtjaren verwijderd van onze planeet. In deze nevel worden sterren ‘geboren’ die driehonderd keer zo zwaar zijn als de zon.

‘Het licht afkomstig van de Grote Beer doet er al minstens dertig jaar over om de aarde te bereiken. De poolster staat op 466 lichtjaar afstand. En dat zijn nog sterren binnen ons eigen Melkwegstelsel. Kijk je naar de sterren in buurvrouw Andromeda, dan zie je licht dat maar liefst 2,5 miljoen jaar geleden vertrok op zijn reis naar de aarde’ (Fritschy, 2015, pag. 30).

De ruimtetelescoop van NASA heeft in juli 2015 de eerste exoplaneet ontdekt die overeenkomsten heeft met de Aarde. Een exoplaneet is een planeet die om een ster draait buiten ons zonnestelsel. De afstand van deze exoplaneet tot de ster is zodanig dat de planeet in een bewoonbare zone ligt. Deze ontdekking is volgens NASA een ‘mijlpaal in de zoektocht naar een tweede aarde’. De planeet bevindt zich op een afstand van 1400 lichtjaar van de Aarde (zie ook: http://www.nasa.gov/kepler).

Behoefte aan ‘groots’ denken
De drie voorbeelden illustreren hoe sterrenkundigen, natuurkundigen en kosmologen op zoek zijn naar buitenaards leven, uitgaande van de veronderstelling dat het leven elders in het heelal niet gelijk behoeft te zijn aan het leven op Aarde. Ze durven vragen te stellen, los van vastliggende denkkaders. Hun durf om ‘groots’ te denken, bepaalt mede de wetenschappelijke voortgang die ze boeken.

In het onderwijs kunnen we een voorbeeld aan hen nemen. Want, stellen wij wel de juiste vragen? Zijn we bereid onze uitgangspunten te bevragen en mogelijk te herzien? In het onderwijs hebben we dezelfde relativering, nieuwsgierigheid en ambitie nodig als waarmee de natuurwetenschappers zo veel succes boeken. Ook in het onderwijs kunnen we alleen maar verder komen door onze referentiekaders grondig te bevragen, door groots te denken: Wie zijn we? Waarom en waartoe bestaan we? Wat betekent dat voor ons onderwijs?

De vraag ‘wie ben ik?’ of ‘wie ben jij?’ is daarbij fundamenteel. Het is een basale, pedagogische vraag; een metafysische vraag die voor iedereen van belang is. Niet gemakkelijk om te stellen, nog moeilijker om te beantwoorden, maar wel een vraag om de mogelijkheden en grenzen van jezelf en die van de ander te verkennen. Het is de vraag naar het scheppings- en wordingsproces van een ieder die bij de ontwikkeling van zichzelf, de ander en de wereld betrokken is. Wanneer we begrippen als schepping of wording gebruiken, voel ik me thuis bij de moderne natuurwetenschappers, die woorden als ‘spiritueel’ en ‘onderlinge verbondenheid’ in de mond nemen om de werkelijkheid te verklaren. De schepping is volgens hen zeker niet afgesloten; iedereen heeft naar hun mening de opdracht aan de schepping mee te werken. Het bevragen van het onderwijs vanuit dat gezichtspunt is een uitdaging, vooral als het gebeurt vanuit onze eigen ervaringswerkelijkheid, mijn en jouw existentie.

Jezelf zijn
Voor de ontwikkeling van mens en wereld is het van belang jezelf te mogen en kunnen zijn. Dat is een van de centrale stellingen in mijn voorlaatste boek Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs (2014) en mijn jongste boek Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld (2015). Jezelf kunnen zijn, dát is vrijheid. In mijn studies gebruik ik hiervoor ook het begrip tegenwoordigheid. Volgens Peter Bieri (2007) betekent tegenwoordigheid dat je jezelf mag zijn, dat je authentiek kunt zijn, dat je jezelf wilt ontwikkelen en dat je datgene wilt denken, voelen en doen waartoe jouw eigen persoonlijke en professionele identiteit je aanzet. De sleutel tot jouw tegenwoordigheid is de wijze waarop je jezelf verstaat.

Op basis van het werk van Böhm (2007) gebruik ik hiervoor ook het begrip roeping. Je roeping is dat je persoon moet worden. De mens ‘kan zich alleen maar zelf bepalen als hij, in het concrete “hier” en “nu” handelend, een antwoord probeert te geven op de situatie die hem uitdaagt’ (Böhm, pag. 119). ‘Het persoon-zijn is een wezensbestemming van de mens’ (pag. 121). De persoon, dus ook het kind of de leraar, moet vanaf het begin als persoon begrepen en gewaardeerd worden (pag. 124). Jezelf zijn behelst dan een viervoudige opdracht, een opdracht waar we niet altijd bij stilstaan:

  • word wie je bent;
  • beslis over jezelf;
  • erken en vervul je roeping;
  • word wie je behoort te zijn.

Willen mensen zichzelf kunnen zijn, dan is het belangrijk dat zij elkaar accepteren en respecteren. Dat vraagt om wederkerigheid: de mens is niet autonoom, maar hij bepaalt zichzelf mede door de ander en de gemeenschap waarin hij leeft en werkt. Maar ook de ander heeft de roeping persoon te worden en te zijn. De ander is ook een mens, die zichzelf wil, kan en mag zijn. De lemniscaat symboliseert deze wederkerige relatie (Van den Berg, 2014, pag. 33; 2015, pag. 131). Jezelf zijn betekent dus ook ‘diep dialogisch zijn’. Je bestemt je voor de ander, versterkt vanuit de dialoog. Dit geldt dus ook voor de ander. Er is met andere woorden sprake van een balancerende beweging tussen de ontwikkeling van jezelf en van de ander. Existentie is een uit-jezelf-treden, ex-sistentie, een aan-de-wereld-zijn. Het voorzetsel ‘aan’ duidt op een intentie, een bedoeling er voor de ander te zijn. Het zijn-in-de-wereld is een mede-zijn. Iedereen heeft deel aan het leven van anderen. De ander is daarmee dus echt een ander en geen afgeleide van jezelf.

Lees verder op de website van het NIVOZ Forum

Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen