inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Kim van Haeften


kimvh
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer 10 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Excuses van de juf: ‘Sorry, Jan, ik was even te druk’

12 november 2015

kimvh

‘Het is mijn wens dat ik jou kan helpen en dat lukte me nu niet, dat spijt me.’ In de klas van Kim van Haeften zitten allemaal kinderen die ze al aardig kent. Toch is er dat ene kind, Jan, een kind dat uitnodigt om beter te leren kennen. Daar is een bijna knappende liniaal voor nodig. Dan is er contact. Contact en verbinding en leren over het eigen handelen. ‘Wij prikkelen elkaar en ik ben degene die er meer aan kan doen dan hij.’

liniaalDoor de dag heen wandelt, roept en beweegt Jan door de klas. Net na de vakantie, de routines bekend, de klas gesetteld, de kinderen mij aardig bekend, maar toch is er dat ene kind dat ik nog niet goed genoeg ken. Hij kent mij wel al aardig, want thuis vertelde hij zijn moeder dat ik zijn stress had gezien en dat ik daar zelfs een keer een blos van op mijn wangen kreeg. Hij prikkelt mij op meerdere manieren. Hij is bijzonder, zit zomaar in mijn hart, maar ik krijg geen grip op zijn leren, op zijn gedrag. Dat doet iets met me, maar niet alleen positief. Ik voel me onzeker in mijn handelen. Ik weet het niet.

Wanneer de dag vordert merk ik dat ik harder aan het werk ben dan de kinderen. De klas maakt een rekenles, ik neem tussendoor de tafel van zes af en maak praatjes met wat kinderen en geef extra instructie aan een leerling. Ergens aan het einde van de les wordt het drukker en drukker. Ik kijk en zie steeds in mijn ooghoeken Jan. Jan wiebelt harder en harder en hij werkt niet. Hij gooit een balletje op en buigt zijn liniaal tot hij bijna knapt. Ik roep naar hem. Niet een keer, maar een paar keer. ‘Jan, wil je verder gaan met je rekenles en de liniaal laten liggen.’ Hij gaat er alleen maar meer geluiden en bewegingen bij maken. Ik mopper en waarschuw hem. Het helpt niets. Ik krijg het er warm van maar leg het bij hem neer. Eerder hebben we al gesproken over wat hij nodig heeft. Een aparte plek, gesprekjes, korte werkmomenten, een maatje, wandelen. En toch werkt het nog niet. Hij werkt te snel en slordig en hij oogt ongelukkig. Ik mopper nog eens en ik word er ook ongelukkig van.

Ik rond de les af en bedenk dat het mijn probleem is, niet dat van hem. Hij heeft het al moeilijk en ik help hem niet. Het leren gaat niet vanzelf, het werken geeft hem frustratie, zijn lijf werkt ook niet goed mee. Hij heeft alleen geen baat bij een juf die tegen hem tettert. Ik ben te druk en hij voelt mij aan. Wij prikkelen elkaar en ik ben degene die er meer aan kan doen dan hij. We zijn samen twee stuiterballen en we hebben beide nog genoeg te leren.

Ik bied mijn excuus aan, hardop voor de klas. “Het spijt me Jan, dat ik zoveel op jou let, dat ik zo vaak jouw naam heb genoemd terwijl ik zelf te druk was. Dat is mijn probleem en dat weet ik en daar werk ik aan. Het is mijn wens dat ik jou kan helpen en dat lukte me nu niet, dat spijt me.’

‘Het spijt mij ook juf, dit wilde ik helemaal niet zo doen.’ Ik loop dichter naar hem toe en snikkend kruipt hij op schoot, tegen mij aan. Voor het eerst zo dichtbij in plaats van stoer tegenover me.

‘Wil je nadenken over wat je nu nodig hebt en het met mij delen?’ Hij weet het niet en we gaan door met wat er op het programma staat. Het is even genoeg, ook voor de groep. Ik vertel dat ik wat later nog eens langs loop en zelf ook even rustig ga zijn. Even ademhalen.

Een paar minuten later komt hij naar me toe en vraagt of ik zijn naam niet door de klas wil noemen. ‘Wil je me gewoon even een seintje geven als ik te druk word?’

De dagen erna kijk ik even naar hem wanneer hij te ver op zijn stoel wiebelt of zijn liniaal bijna laat knappen of hangt op de tafel van zijn buurman en hij kijkt. Ons sein is simpel, eigenlijk is het gewoon even kijken, even zien. Af en toe gaat hij dan even wandelen door de klas, heel zachtjes. Ik wandel ook meer naar hem, leg even m’n hand op zijn schouder.

Hij blijft roepen, op zijn geheel eigen wijze, want wijs is hij. Hij ziet veel en voelt veel en roept veel maar het liefst valt hij niet op. Daar kan ik hem en mag ik hem nu mee helpen. Hij mag er zijn, mijn gevoel mag er zijn. Ik leer van hem over mezelf en hij leert ook. Hij oogt gelukkig meer ontspannen en ik voel me er goed bij.

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein