inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jack Provily


Jack Provily
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer een uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Oprechte excuses aan mijn leerlingen: ‘Ik heb jullie totaal niet begrepen’

23 november 2015

Jack Provily

Jack Provily heeft zelf jaren voor de klas gestaan. In zijn tijd dacht hij dat-ie het wel aardig deed. Maar als ouder van zijn 16-jarige zoon merkte hij pas hoe slecht leerkrachten zich soms kunnen verplaatsen in hun leerlingen. ‘Ik denk vaak terug aan leerlingen waarvan ik achteraf denk dat ik de plank volkomen mis geslagen heb. Kinderen die ik, denk ik, totaal niet begrepen heb. Met wat ik nu weet, zou ik het anders hebben aangepakt. Oprechte excuses aan hen. Het viel allemaal dus niet mee… Zijn blog.

Mijn zoon is nu 16 jaar en roept dezelfde dingen over school als ik toen ik 16 was. Laat ik zeggen dat dat niet echt stimulerende factoren zijn. Gelukkig kunnen  we hem nog motiveren door uit te gaan van zijn (mogelijke) examen in 2014. Nog maar anderhalf jaar, dan mag je er van af…

Ik denk dat zijn zoon geen uitzondering is in het VO. Ik hoor het wel meer. School sluit niet aan bij hun belevingswereld, heeft te weinig echte aandacht voor de leerlingen. Leerlingen als echte partners gaan zien is iets anders dan het opleuken van het jaar door feesten en landentrips.

Van leerkrachten uit het VO hoor ik vaak dat deze houding nu eenmaal de huisstijl is van middelbare scholieren. Het valt allemaal dus wel mee. Maar als ik terugdenk aan de basisschool, herinner ik me een jochie dat met vlagen niet naar school toe wilde. Buikpijn, slecht slapen, etc. Maar ja, als je leert schaken, leert rekenen en letters en woordjes leert met een computer voordat de juf op school daar met jou mee bezig is, is de school nou niet echt een plek waar je huppelend naar toe gaat. Scholen doen hun best door de leerstof te ‘compacten’ of de leerlijn te versnellen, maar is dat wat deze kinderen nodig hebben?

Van leerkrachten uit het basisonderwijs hoor ik dat ouders vaak denken  dat hun kind hoogbegaafd is! Het valt allemaal dus wel mee…

Ik heb zelf jaren voor de klas gestaan. Ik dacht in mijn tijd dat ik het wel aardig deed. Als ouder merkte ik pas hoe slecht leerkrachten zich soms kunnen verplaatsen in hun leerlingen. Ik denk vaak terug aan leerlingen waarvan ik achteraf denk dat ik de plank volkomen mis geslagen heb. Kinderen die ik, denk ik, totaal niet begrepen heb. Met wat ik nu weet, zou ik het anders hebben aangepakt. Oprechte excuses aan hen. Het viel allemaal dus niet mee…

Waarom is het soms zo lastig om je te verplaatsen in de belevingswereld van leerlingen? Het draait uiteindelijk toch om hen? Het gaat toch niet om de leerstof? Of om de leerkracht? School zou een plek moeten zijn waar leerlingen graag naartoe gaan omdat ze iets komen leren, omdat ze zich ontwikkelen, cognitief, creatief en sociaal-emotioneel. Elk kind dat met tegenzin naar school gaat is er één te veel en dat moeten leerkrachten zich aantrekken.

Met kleine stapjes kunnen scholen al grote vooruitgang boeken. Door in gesprek te gaan met leerlingen en ik bedoel dan echt in gesprek, door te luisteren naar wat ze te vertellen hebben, wat hen bezig houdt en naar hun mening te vragen, komen we een stapje dichterbij. In het VO liggen kansen door leerlingen meer te betrekken in de organisatie van het onderwijs, met behoud van doelstellingen. In het PO door proberen te begrijpen wat kinderen nodig hebben om de gestelde doelen te halen.

Dit kan in individuele gesprekken maar ook met kleinere of grotere groepen. Laat ze debatteren, laat ze stukken schrijven, maar zorg ervoor dat je uiteindelijk weet wat er nodig is om de leerlingen meer bij de school te betrekken.

Als leerkrachten beter willen afstemmen op de onderwijsbehoeften van hun leerlingen, zal zelfreflectie een grote rol spelen. In een alsmaar veranderende samenleving kunnen leerkrachten niet blijven lesgeven zoals ze dat 15 jaar geleden deden. Als een leerkracht dit lastig vindt, zou in de persoonlijke professionele ontwikkeling hier aandacht voor kunnen zijn.

Het valt me op dat de grens tussen wie jij bent en wat je doet bij leerkrachten vaak niet even scherp is. Dat is logisch, omdat veel leerkrachten hun werk doen met ‘hart en ziel’. Dat betekent echter niet dat kritiek op het werk gelijk staat aan kritiek op de persoon! Feedback over het lesgeven van een leerkracht door ouders, leerlingen, collega’s en/of buitenstaanders zou niet persoonlijk opgevat moeten worden.

Een prachtige manier voor feedback is om aan je leerlingen te vragen wat ze van jou als leerkracht vinden, zoals Ellen Emonds – Leraar van het Jaar – dit eens vertelde. Zij vroeg aan haar vertrekkende groep om een handleiding over haar te schrijven zodat haar nieuwe groep daar voordeel mee kon doen!

Met elkaar als schoolteam benoemen dat onderwijs anno 2012 lastig is, is belangrijk. Het delen van zorgen, twijfels maar ook de frustraties helpt om te beseffen dat je er niet alleen voor staat als leerkracht. Maar vervolgens direct met elkaar bespreken hoe je elkaar kunt versterken en verbeteren door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten,  is een volgende stap. Tenslotte zullen we met elkaar moeten bedenken wat de samenleving in 2025 vraagt van het onderwijs van nu.  In relatie met de onderwijsbehoeften van vandaag kunnen scholen daar hun onderwijs op richten.

Dat bovenstaande stappen niet gemakkelijk zijn, zal ik direct erkennen.
Maar als kinderen je echt lief zijn, is er volgens mij geen andere keuze.

Jack Provily