inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Ons magazine past docenten en leraren, als inspiratie om eigen praktijk te legitimeren. Een surprise aan einde jaar… twitter.com/i/web/status/8…

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Marcel ziet infantilisering in het onderwijs: ‘Kinderen wíllen met jou op pad. Daarvoor moet je wel jezelf laten zien.’

21 december 2015

Marcel van Herpen

‘Wat ik wil bespreken is een weeffout waardoor het emancipatieproces, dat onderwijs ten diepste zou moeten zijn, gedwarsboomd wordt’, zegt Marcel van Herpen. Het onderwijs kent een controledrang die infantiliserend werkt: met regeltjes en codes houden we onze kinderen klein. En daarmee ook onszelf. ‘Dat heeft effect op onze mogelijkheden tot zelfsturing en zelfdeterminatie’, stelt Marcel. ‘Het is niet eerlijk’, hoorde hij een leerling tegen zijn leraar zeggen: ‘Als wij te laat komen, moeten we een pasje halen; als u te laat komt, mag u met een goed argument komen.’

Infantilisering Marcel van HerpenOp een vo-school zag ik twee leerlingen te laat de klas binnenkomen. De docent overwoog om ze, uit routine, een pasje te laten halen. Want dat was er de afspraak, zoals op veel plekken: ben je te laat, dan haal je bij de conciërge een te-laat-briefje. De docent zei even niets. Hij had net met mij gesproken over de gevolgen van buitensluiten en deelde zijn twijfels met de klas. ‘Het is ook niet eerlijk,’ flapte een van de leerlingen eruit: ‘Als wij te laat zijn, moeten we een pasje halen en als jullie te laat zijn, mag je met een goed argument komen.’ De leraar luisterde, schatte het beginnende betoog van zijn leerling op waarde en kreeg een heel ander gesprek dan gewoonlijk met zijn klas.

In een kleuterklas had de leerkracht een regel verzonnen voor haar leerlingen. Als op de juffenstoel een beertje was neergezet, mocht niemand van hoek veranderen. Een kleuter liep op de stoel af, gaf de beer een knal, zodat de knuffel een paar meter verderop landde en zei: ‘Ik ga nú naar de bouwhoek!’

Ik zou zeggen: twee keer de vinger op een zere plek. Die zere plek is de infantilisering van ons onderwijs. Dat is misschien niet het prettigste begrip om het over te hebben in onderwijsverband. Ik bedoel het allerminst beledigend ten opzichte van al die leraren die iedere dag zo veel goed werk doen, soms tegen de verdrukking in. Wat ik wil bespreken is een weeffout in hoe we het onderwijs georganiseerd hebben en waardoor het emancipatieproces, dat onderwijs ten diepste zou moeten zijn, gedwarsboomd wordt.

De tol van onderwijsvrijheid
Infantilisering gaat letterlijk over kleinhouden. Het kleinhouden van onze kinderen, maar ook het kleinhouden van onszelf, als volwassenen. Het kleinhouden van onze mogelijkheden tot zelfsturing en zelfdeterminatie. We doen onszelf en onze kinderen tekort door niet dagelijks aan elkaar te laten zien wie we zijn en wat we kunnen.

In Nederland heerst onderwijsvrijheid, maar uiteindelijk heeft het onderwijs zich nooit fundamenteel emancipatoir mogen ontwikkelen, omdat de politiek de samenleving een tol laat betalen voor die vrijheid: die tol is een gezamenlijke eindtoets. De toegelaten diversiteit – op schoolniveau, in de klas en voor ieder individu – moet toch gemeten worden langs één meetlat. Daaruit spreekt een wantrouwen en een daaruit voortvloeiende controledrang vanuit de overheid, die zich vertaalt naar het bevoegd controlerend gezag en naar de individuele opvoeder. Terwijl kinderen ten diepste vragen om vertrouwen: ‘vertrouw me en help me ontwikkelen’ is wat ze van hun leraren willen.

In plaats daarvan mogen kinderen onvoldoende laten zien wat ze kunnen. Ze zitten te wachten op elkaar en worden collectief onderpresteerder. Of ze moeten zichzelf juist tot het uiterste inspannen om dingen te doen, waarin ze niet sterk zijn, ten koste van spel en ontdekken, ten koste van wie ze wel zijn en wat ze wel kunnen. Kinderen voelen te vaak dat het niet om hen gaat, maar dat ze zichzelf passend moeten maken aan de machinerie die onderwijs heet. Je zou kunnen zeggen dat het onderwijs daar de ordeproblemen zelf gecreëerd heeft: kinderen laten met hun gedrag zien dat ze verder zijn of anders willen dan ze mogen laten zien. Onderwijs en opvoeding worden vaak versimpeld tot het signaleren van lastig gedrag en ordeproblemen, waarvoor remediëring of medicalisering dan als oplossingen aangedragen worden.

Infantilisering Marcel van Herpen 02Regeltjes en codes: wil je communiceren via symbolen of via personen?
Behalve door beertjes op een stoel of een pasjessysteem uit zich infantilisering op vele manieren, in vele tekens, regeltjes en codes. Verkeerslichtjes bijvoorbeeld, waarbij kinderen bij ‘rood’ niet mogen praten en waardoor ze geleerd wordt niet via personen, maar via symbolen te communiceren. Of denk aan vaste looproutes van de leraar door de klas. Aan plaskettingen. Aan het aanstellen van een vertrouwenspersoon, aan wie de leerlingen voorbijlopen op weg naar degene die ze echt vertrouwen. Het zijn allemaal te managen uitingsvormen, die de indruk wekken dat we het allemaal in de hand hebben en kunnen houden, maar die ons vooral klein houden – onvolwassen.

Ik was op een lerarenopleiding, waar ik mocht werken met een enthousiaste groep jonge mensen, die op het punt stond om af te studeren. Het viel me op hoeveel psychologische, didactische en onderwijskundige kennis ze hadden opgedaan. Jarenlang waren ze bezig geweest met hoe je goed moet lesgeven, hoe je het efficiëntst werkt met de methode en hoe je resultaten in kaart brengt. ‘Beschrijf eens een les. Hoe doen jullie het?’, vroeg ik hen. Ze vertelden hoe hun gebruikelijke les zou beginnen met een klassikale instructie, gevolgd door vijf minuten waarbij de leerlingen het zelf mochten uitzoeken en dan nog aanvullende individuele instructie voor wie dat nodig had. Die vijf minuten waren psychologisch onderlegd met het concept ‘uitgestelde aandacht’. Ik was benieuwd of de studenten in hun stages tijdens die vijf minuten wel eens leerlingen gezien hadden waarvan ze dachten: die kan niet vooruit. ‘Heel vaak’, antwoordden de meesten. ‘En hoe ga je daarmee om?’ Het viel stil. Er kwam geen suggestie, geen begin van een antwoord. Uitgestelde aandacht was immers precies dat: vijf minuten het zelf uitzoeken. De bijna-leraren hadden niet geleerd om te onderkennen wie zíj in dat proces waren en wat zij konden doen om na te gaan wat de leerlingen nodig hadden.

Natuurlijk, ze waren jong en onervaren. En toch schrok ik en vond ik dat de onderwijsinstelling hier tekortschoot: al in de opleiding begin je de infantilisering te voeden. Infantilisering is het tegenovergestelde van elkaar vertrouwen. Kinderen willen heel graag op pad met hun leraar, maar om zich daarvoor te openen moeten ze weten wie hij of zij is. Er zijn vele manieren om als kind in de wereld gebracht te worden door je leraren en opvoeders. Ik heb les gehad van een bioloog en van een leraar biologie. De bioloog liet meisjes van 14 in een varkenshart snijden, en had intussen niet in de gaten dat er kinderen in zijn klas zaten. Als de bevlogen vakman die hij was, introduceerde hij ons tot nieuwe werelden en wij lieten ons meeslepen. De leraar biologie gaf ook mooie lessen, maar kon ook maatschappijleer of Engels geven, als dat zo uitkwam. Ook dat was fantastisch: hij keek als pedagoog met ons mee en bemiddelde in het leren maken van eigen keuzes.

Gelijken zijn we niet, gelijkwaardig wel
Daarin schuilt zelfkennis, het zien van de ander, het spel van reageren op wat zich voordoet, in instant reflecties en tactvol handelen. Dat kan alleen als je jezelf en de ander steeds beter wilt leren verstaan. Of je nou bioloog of biologieleraar bent, dat bewustzijnsproces sluit het denken in ‘het systeem onderwijs’ en daarmee infantilisering uit. Het brengt jezelf, je beroepseer, je vak en het kind in beeld.

Ik heb velen te danken voor de leraar die ik geworden ben. Eén van de eersten was pedagoog Jan van der Crabben op mijn Pabo, die ons tijdens de eerste les zei: ‘Je bent hier voor jezelf. Als je iets belangrijkers te doen hebt, hoef je voor mij niet te komen.’ Hij kon van alles pedagogiek maken: een krantenbericht, een film die we gezien hadden. We deelden het met elkaar en keken wat het betekende voor onszelf in pedagogische zin. Soms werd het filosofisch of psychologisch, en onderzochten we onbehaaglijke kanten van onszelf, maar nooit is er iemand niet geweest.

Gelijken waren we niet, gelijkwaardig wel. Net als ik zag dat die leraar werd, die in gesprek ging met de twee laatkomers en de rest van de klas, en geen interesse meer toonde in het kustmatige gedragsregulerende systeem. In plaats daarvan verschoof hij de aandacht naar zijn leerlingen en daarmee ook naar zichzelf.

Marcel van Herpen
i.s.m. Geert Bors

Marcel van Herpen is sinds 2006 verbonden aan het NIVOZ, initiatiefnemer van platform hetkind, auteur en veelgevraagd spreker op onderwijsavonden en studiedagen. Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie, waarin Marcel eerder economisering, medicalisering en radicalisering in relatie tot onderwijs besprak. Die verhalen zijn hier terug te lezen: