inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Ongeveer 52 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Marcel van Herpen: ‘Het leven laat zich niet standaardiseren. Waarom doen we dat wel in ons onderwijs?’

4 februari 2016

Marcel van Herpen

‘Yes! Onze groep had een 8,5 voor het werkstuk. En ik heb er helemaal niks aan gedaan.’ Marcel van Herpen hoorde een student aan een lerarenopleiding dit zeggen. Hoe kan een leraar-in-wording tevreden zijn over een waardering die niets voorstelt? Het brengt Marcel op de vraag wat het betekent om pedagoog te zijn: ‘Net als een chirurg, doet een pedagoog specialistische ingrepen, maar in plaats van onder narcose te brengen, probeert de pedagoog de student juist te wekken én de instrumenten in eigen hand te geven.’

Marcel-van-HerpenLaatst was ik getuige van een gesprek, waarbij een student van een lerarenopleiding vertelde dat hij blij was met een 8,5 voor een werkstuk. Het betrof een opdracht die hij had moeten uitvoeren in groepsverband en binnen dat groepje had hij eigenlijk niets uitgespookt, zo vulde hij aan. Ik vat het nog even samen: een student op een lerarenopleiding, die blij was met een 8,5 voor een werkstuk waarvoor hij niets had gedaan.

Dan gaan er bij mij alarmbellen af. Hoe kan het dat een student die een opleiding volgt om leraar te worden, zijn blijdschap relateert aan een cijfer en niet aan een ervaring of een persoonlijke ontwikkeling? En ten tweede: hoe is het mogelijk dat hij tevreden is met een waardering die niets voorstelt? In welk deel van zijn mentale portfolio bewaart hij dat? Hoe vind je daarin de handgrepen om straks als leraar de wereld in te stappen? Wie ben je dan, als je de volgende generatie moet gaan opvoeden en inspireren?

Het kan zijn dat dit een momentopname was. Misschien moet ik dit voorval scharen onder de breed herkenbare tendens onder jonge studenten, die hun eerste studiejaren vaak meer bezig zijn met ‘student zijn’ dan met ‘studeren’. Ik neem deze uitspraak wel als aanleiding om het te hebben over de manier waarop een student als deze jongen wordt aangesproken door zijn opleiding – en de grotere samenleving – in zijn hoedanigheid als ‘student’ of ‘lerend mens’.

Nu ik het gesprek terughaal, begin ik me af te vragen waar de opleider was in dit voorval. In wat ik de student hoorde vertellen, kwam die niet in beeld. De student beschreef zijn connectie tot het vak in termen van het cijfer. Het vak als hinderpaal, als een te passeren station, liefst met zo min mogelijk inspanning. Daarmee kwamen er ook vragen op over de manier waarop deze opleider de studenten ziet. Ziet hij de studenten daadwerkelijk? En hoe beziet hij zichzelf in de klas?

Als er iets in dit verhaal ‘verschijnt’, is het dat cijfer zelf, als scharnierpunt van communicatie, als het brandpunt waar alle aandacht van opleider en student zich op richten. Dat is iets dat we best normaal vinden, maar waarover ik me grote zorgen maak. Noem het standaardisatie: er is een vaststaand aanbod, dat wordt overgedragen door instructie, waarna het overgedragene wordt getoetst en de waardering voor hoeveel er is overgekomen, tot uitdrukking wordt gebracht in een cijfer. Op dat moment – zo lijkt het – is er iets te zeggen over de verworven competenties van de student, bezien vanuit een vooraf opgestelde, gestandaardiseerde matrix. Wat heeft dat met ontwikkeling te maken? Wat heeft dat te maken met wat het leven van ons – als mens, als professional, als leraar – vraagt?

 

Marcel van Herpen standaardiseringOpvoeder, emancipator, in-de-wereld-brenger

Begrijp me niet verkeerd. Want als je me de vraag stelt: zijn er dan geen zaken waarvan je weet dat ze geleerd moeten worden? Natuurlijk wel. Beroepen vragen om vaardigheden, om kennis, om competenties. Dat is zo evident dat je het curriculum in bijna alle gevallen aan het begin van een schooljaar of semester kan voorleggen aan je studenten. Met daarbij de vraag: hoe zorgen we samen dat we deze stof en deze vaardigheden aan het eind van het jaar niet alleen tot ons genomen hebben, maar ook beheersen? Dan kun je samen aan de slag.

Een curriculum is meestal inhoudelijk goed te doen voor de mensen die voor een bepaalde studie kiezen, mits ze met plezier naar school gaan, worden uitgedaagd en een mate van zelfsturing ervaren in wat hen te doen staat. Maar standaardiseer je de stof en ga je het aanbieden in kleine brokjes die in de ogen van de leerling onsamenhangende eenheden vormen, waartoe ze zich niet persoonlijk mogen of kunnen verhouden, dan wordt het lastiger. Dan krijg je het principe dat kinderen thuis of in hun eigen omgeving allerlei zaken gaan organiseren en ontwikkelen met elkaar – wedstrijdjes, games, bedrijfjes, en zullen ze vinden dat ze op school kinderlijk aangesproken worden.

Het valt niet mee om een goede pedagoog te zijn, en toch is dat wat er van iedere leraar, opleider, sportcoach of leerkracht gevraagd wordt. Je wordt geacht inhoudelijk sterk te zijn, je kennis en vaardigheden op orde te hebben, je vak bij te houden en het didactisch over te kunnen brengen. Maar dan ben je er nog niet. Een pedagoog is een opvoeder, een emancipator, een in-de-wereld-brenger. En dat vraagt meer dan het overbrengen van kennis.
De chirurg en de pedagoog

Vergelijk het eens met een chirurg. Geen chirurg haalt het in zijn of haar hoofd om de patiënt op de operatietafel de instrumenten in handen te geven om zelf de operatie te verrichten. De specialistische ingreep is van de chirurg zelf. Een pedagoog doet ook specialistische ingrepen in het leven van een student, maar in plaats van die student onder narcose te brengen, probeert de pedagoog de leerling juist te wekken én de instrumenten voor de ‘behandeling’ – zo veel mogelijk – in eigen hand te geven.

Leren als leerling, groeien als mens, is een ingreep die je bij jezelf doet. De ingreep van een pedagoog is namelijk nauwelijks technisch van aard, maar ligt erin dat hij of zij het ‘zijn’ van de student weet te beroeren – die totale ervaringsstroom waardoor de student prikkels krijgt, waardoor er beelden, verlangens, dromen, aspiraties, maar ook angsten, zorgen en twijfels worden aangewakkerd. Het is op dat moment dat de student zichzelf begint te leren verstaan. Het moment dat het leren zinvol wordt. De leerling leert en de leraar biedt ondersteuning. Niet alleen als ‘coach’, maar zeker ook in de vorm van het openbaren van onvermoede kennisgebieden of nieuwe diepere lagen van weten, waar de leerling op dat moment aan toekomt.

Als wij het leven serieus nemen, dan vertelt het ons dat het fundamenteel onvoorspelbaar is. Het laat zich niet standaardiseren. Waarom doen we dat dan toch? Omdat we voor de vrijheid die ons onderwijsbestel in hoge mate toelaat een politieke prijs betalen: aan het eind van de streep – in eindtoetsen – moet worden aangetoond dat de onderwijsinspanning aan alle kinderen gelijkelijk gerendeerd heeft voor iedereen. Uiteindelijk, zoals ik in een eerdere bijdrage over de infantilisering van ons onderwijs al eens betoogd heb, is de tol voor de vrijheid en diversiteit, dat je uiteindelijk langs dezelfde meetlat gelegd wordt. En dat kan niet. Zo zit menselijke ontwikkeling niet in elkaar.

Niet alleen leerlingen hebben last van standaardisering. Curricula zijn veelal vormgegeven in methodes, die door anderen dan degenen die ze uitvoeren zijn ontwikkeld. Voor veel leraren is het moeilijk om contact te maken met die methodes, ze aan te passen en er je eigen inbreng in te tonen. Als je van leerlingen wilt dat ze aan het eind van hun tijd met jou, behalve kennis van de wereld, een fikse dosis zelfkennis en eigen verantwoordelijkheid hebben verworven, zal je moeten beginnen bij jezelf. Wat je de leraar ontneemt aan vrijheid, creativiteit en eigen inbreng, kun je niet opwekken bij de leerlingen. Sta je wel in je groep mét kennis van zaken, mét pedagogische finesse, mét jouw eigen inbreng, mét jezelf als persoon, dan is de kans groot dat voor je klas geldt dat ‘student zijn’ en ‘studeren’ één onverbrekelijk geheel wordt.

Marcel van Herpen
i.s.m. Geert Bors

Marcel van Herpen is sinds 2006 verbonden aan het NIVOZ, initiatiefnemer van platform hetkind, auteur en veelgevraagd spreker op onderwijsavonden en studiedagen. Dit artikel over de standaardisering van ons onderwijs maakt deel uit van een reeks spraakmakende artikelen, waarin Marcel eerder de thema’s: economisering, medicalisering, radicalisering en infantilisering besprak.