inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob van der Poel


robvanderpoel
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
‘Gehechtheid, vertrouwen en leren als een driespan. Dat klinkt fascinerend’

2 mei 2016

robvanderpoel

Geplaatst in: Samenleving, Legitimering

Voor gezinspedagoge Lenny van Rosmalen begint vertrouwen bij onze eerste wezenlijke relatie – die met onze hechtingsfiguur of -figuren. Maar is er meer over te zeggen? Om los te komen van de pedagogische context van ons dagelijkse onderwijs en ouderschap, zijn we te rade gegaan bij andere denktradities en wetenschapsgebieden, in de hoop dat het ieders kritisch denken aanscherpt. Dat geldt voor ouders, leraren èn leerlingen. Interviews door Geert Bors, Gijs Verbeek en Nickel van der Vorm. Dit is een verhaal uit magazine #3 van hetkind , met als thema Vertrouwen.

GEZINSPEDAGOGE –> Lenny van Rosmalen

vertrouwenWelke rol en betekenis heeft vertrouwen in de pedagogiek?
Die rol begint bij het vertrouwen dat een kind moet hebben in ten minste één ‘gehechtheidsfiguur’, zoals we dat noemen. Vroeger werd er automatisch vanuit gegaan dat dat de moeder was, maar tegenwoordig weten we dat ook anderen, zoals de vader of een andere volwassene die veel met het kind te maken heeft, die rol kan vervullen.

Dan kom je bij die ‘veilige hechting’, waarover het vaak gaat?
Ja. De Amerikaanse Mary Ainsworth en de Engelse John Bowlby worden beiden gezien als grondleggers van de gehechtheidstheorie, zoals we die nu kennen en nog steeds gebruiken. Zij gaven hun theorie vorm in de jaren vijftig en zestig. Ainsworth deed dat vanuit haar jarenlange ervaring met het werk van William Blatz, die zo’n dertig jaar eerder de security theory ontwikkelde. Bowlby benaderde het via zijn werk met kinderen met scheidingservaringen.
De gehechtheidstheorie stelt dat kinderen een gehechtheidsfiguur nodig hebben om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen. Het gaat hierbij dan meestal over de ouder/kind-band, en die band zou je kunnen vertalen als vertrouwen. Het vertrouwen dat er iemand voor je is.
Om te kunnen meten of een kind al dan niet een veilige gehechtheidsrelatie heeft, heeft Ainsworth een test ontworpen: de Vreemde Situatie Procedure. Daar zie je gehechtheid, vertrouwen en leren samenkomen.

Gehechtheid, vertrouwen en leren als een driespan. Dat klinkt fascinerend.
In de Vreemde Situatie Procedure wordt onder andere gekeken of het kind in staat is zelf op onderzoek uit te gaan, naar speelgoed te kruipen om het te onderzoeken, of niet. Als het kind veilig gehecht is, dan zie je dat het kind dat veel makkelijker doet, en bijvoorbeeld zijn moeder gebruikt als veilige basis. Vanuit dat vertrouwen kan het kind de wereld gaan ontdekken. Door het spelen en ontdekken leert het kind steeds meer, en hoe meer een kind leert, hoe meer zelfvertrouwen het krijgt. Dat zelfvertrouwen begint klein, maar groeit uit, zodat uiteindelijk het vertrouwen in de gehechtheidsfiguur overgaat in een vertrouwen in zichzelf. Hoe meer je leert, hoe groter je zelfvertrouwen op het betreffende gebied.
Vanuit pedagogisch oogpunt komt het er vooral op neer dat die basis het liefst al gedurende de eerste paar levensjaren wordt gelegd, zodat het kind zich geestelijk gezond kan ontwikkelen. Als je in het begin al steeds bang bent, en er is niemand om op terug te vallen, dan heb je die veilige basis niet. Dat zal dus uiteindelijk ook het zelfvertrouwen schaden, omdat zich dat niet goed kan ontwikkelen.

Is die relatie hechting, (zelf)vertrouwen en leren ook te trekken in het onderwijs?
Zeker. We weten inmiddels dat een kind meerdere gehechtheidsfiguren kan hebben, onder wie een leerkracht of een groepsleidster bij een kinderdagverblijf. Veilige gehechtheid kan tot stand komen met een volwassene die veel aanwezig is en sensitief reageert op het kind. Sensitief wil zeggen dat je tijdig en adequaat reageert op signalen. Dat geldt voor de opvoeding binnen het gezin, waar het kind moet kunnen vertrouwen dat de ouder van hem houdt en dat hij belangrijk is voor die ouder, maar ook dat het kind erop vertrouwt dat de ouder grenzen aangeeft wanneer dat nodig is. Het betekent dat je soms zegt, als een kind huilt: ‘Kom maar even op schoot zitten’ (jij bent verdrietig, ik ga jou troosten), en op een ander moment kan het betekenen dat je zegt: ‘Nu mag je ophouden,
het is nu even klaar.’ Dat geldt ook voor leerkrachten, die ook zoveel mogelijk sensitief zouden moeten reageren op kinderen.

Hoe kun je als leraar sensitief zijn voor alle kinderen in een klas?
Met dertig kinderen in de klas is dat inderdaad ingewikkelder dan voor een ouder met een kind. En toch: uit recent onderzoek – vooral ook in de kinderopvang – blijkt dat er zoiets bestaat als groepssensitiviteit, wat betekent dat je een groep als geheel goed leidt, terwijl je individuele signalen niet negeert of over het hoofd ziet. Wat ook naar voren komt, is dat kinderen beter gedijen als een leerkracht of groepsleidster ook sensitief reageert op de àndere kinderen.

Sensitiviteit is daarmee een sleutelbegrip voor vertrouwen in de klas?
Ja. En je ziet het ook terug in hoe veel ouders tegenwoordig graag opvoeden. Voor de opvoeding golden lange tijd twee uitersten: één zou getypeerd kunnen worden als autoritair opvoeden, terwijl de ander meer weg heeft van verwaarlozend opvoeden. Maar het is niet of/of. Opvoeden kan geen kwestie zijn van ‘kinderen hun gang laten gaan’ en alleen maar ‘lief zijn’, want je wil ook regels hebben. Anderzijds wil je ook niet te autoritair opvoeden, want het kind heeft ook behoefte aan liefde en warmte. Die combinatie van grenzen en warmte – dat heet de autoritatieve opvoeding – is een soort praktische vertaling van sensitief zijn, van kijken wat je kind nodig heeft, en er voor hem of haar zijn.

Lenny van Rosmalen is docent gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. Van Rosmalen promoveerde in juli 2015 op het proefschrift ‘From Security to Attachment. Mary Ainsworth’s contribution to attachment theory’, waarin ze aantoont dat Ainsworths bijdrage aan de gehechtheidstheorie aanmerkelijk groter is geweest dan tot nu toe werd aangenomen.

Lees het hele verhaal verder in PDF,  met een bijdrage van:

  • ECONOME –> Esther-Mirjam Sent
    Media en politiek houden van stevige statements, maar alomvattende duidelijkheid kùnnen wij als econoom niet leveren’
  • FILOSOOF –> Wouter Sanderse
    ‘Vertrouwen en kritisch denken staan eigenlijk op gespannen voet met elkaar’
  • RABBIJN –> Awraham Soetendorp
    ‘Compassie wakker roepen is misschien wel het belangrijkste dat er kan gebeuren in een klaslokaal’

 

CovergrenzentitelMagazine #4 Grenzen

Op 10 mei verscheen het volgende magazine van het kind. Het vierde nummer draagt het thema Grenzen. U kunt nu al een aantal exemplaren bestellen voor uw school, uw organisatie of uw collega’s. Klik dan op deze link. De kosten zijn gering. Het magazine wordt verkocht per 5 of 10 stuks, juist om het gesprek over goed onderwijs te stimuleren, om te inspireren en om jezelf en elkaar in de praktijk te legitimeren.