inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jacqueline Rebers


Jacqueline Rebers
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nationale Onderwijsfilmprijs 2016: Een advies van leerlingen voor de zwevende kiezer hetkind.org/?p=54872

Ongeveer 7 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Pestkoppen en pispaaltjes

7 juli 2016

Jacqueline Rebers

Er wordt gepest in een groep. Jacqueline Rebers – schoolleider in Hellevoetsluis – weet dat er ergens in een kast een pestprotocol klaar ligt. Maar liever stapt ze zelf de groep in. Ze vertelt de kinderen dat ze verdrietig is en boos. Niet omdat ze foute dingen hebben gedaan of juist goede dingen. Maar omdat het wéér gebeurt. ‘Mijn moeder heeft het er nog wel eens over. Volgens haar ben ik directeur geworden om ervoor te zorgen dat elk kind erbij hoort.’ Haar blog en uitnodiging.

grandstand-330930_640‘Pestkoppen en pispaaltjes’. Het thema van deze ouderavond. Een heftig thema. Deze week is er gepest in een groep. Doordat er bij enkele kinderen luizen waren geconstateerd en door alle commotie die daarover ontstond, vonden een paar kinderen dat het gelegitimeerd was om uitspraken te doen als ‘ik speel niet met jou, want jij hebt vieze, vette luizen!’.

In mijn kast staat het pestprotocol. Een stappenplan hoe de school omgaat als er gepest wordt op school. Dat was zo’n tien jaar geleden een must voor iedere school. Deze discussie laaide weer op, toen de staatssecretaris vond dat elke school een methode moet hebben tegen het pesten. Het is een discussie. In een discussie gaat het meestal om goed of fout. Ik ga liever in gesprek over waarom en hoe anders. Dus in plaats van op zoek te gaan naar het pestprotocol in mijn kast, stap ik de groep in.

Binnen 15 seconden heb ik de kinderen in een kring. Gelukkig, dat kan ik nog! En ik vertel de groep dat ik verdrietig ben en boos. Niet omdat kinderen foute dingen hebben gedaan of juist goede dingen. Maar omdat het weer gebeurt. ‘Weer?’ vragen de kinderen. ‘Ja, weer.’

Ik vertel over toen ik klein was. Elf jaar. En dat ik werd gepest! Volgens mijn meester en de ouders van de andere kinderen uit mijn klas waren mijn ouders geen nette mensen. En dat was reden voor kinderen uit die klas om mij regelmatig een pak slaag te geven, met als gevolg blauwe plekken. Dat gebeurde tijdens de zwemles.

Ik vertel verder.

Over hoe ik probeerde om bij het zwemles weg te blijven. Ik zei tegen mijn moeder dat ik pijn in mijn buik had. En het lukte een paar keer om thuis te blijven. Maar mijn moeder was niet gek. Elke vrijdag pijn in je buik, dat valt op. Ik heb de groep verteld over hoe ik van ‘pispaaltje’ uiteindelijk zelf een ‘pestkop’ werd. Eén keer. Ik was het zo zat, dat ik een ander kind een zwieper met mijn tas heb verkocht. Een kind dat minder sterk was dan ik. Ik schaam mij diep. Toen en nu…

En nu, nu gebeurt het in ‘mijn school’. Tussen alle kinderen waar ik directeur van ben, zijn kinderen met blauwe plekken, kinderen die een zwieper verkopen, omdat zij het zat zijn en kinderen die pijn in hun buik hebben, omdat ze naar school moeten. En dat maakt mij boos en verdrietig.

Twee kinderen beginnen te huilen. Je zou ze een pestkop en een pispaaltje kunnen noemen. Ik doe dat niet. Ik zeg dat ik weet hoe lastig het is om gepest te worden en om te pesten. En dat ik weet dat je allebei eigenlijk maar een wens hebt: erbij horen! Gewoon om wie je bent en hoe je bent.

De groep maakt zich verantwoordelijk om daar voor te gaan zorgen, dat iedereen erbij hoort! En het lukt, hoor ik later van de juf, de kinderen en een ouder. Er is die dag niet meer gepest. Iedereen hoorde erbij.

De ouders en de meester uit mijn verleden hebben een rol in het geheel. Zij vonden dat hun kinderen het recht hadden om mij te pesten. Mijn ouders ‘deugden’ niet, dus ik zou ook niet ‘deugen’.

Ik reken op de leerkrachten en de ouders van mijn school. Als zij voorleven dat elk kind erbij hoort, met luizen, zonder luizen, met rood, groen, pimpelpaars haar, dik, dun, allemaal anders maar met één ding gemeen; de wens om erbij te horen! Als zij dit voorleven, dan organiseer ik, over 20 jaar als de kinderen van mijn school de ouders zijn van de kinderen van de toekomst, een ouderavond om te vieren dat we de wereld een stukje mooier hebben gemaakt! Zet ‘m alvast in de agenda van uw kind.

Mijn ouders zijn er nog, gelukkig. Liefdevolle ouders, die maar één ding willen, toen en nu: dat ik gelukkig ben. Ze zijn apentrots dat ik ben wie ik ben en dat ik doe wat ik doe. Mijn moeder heeft het er nog wel eens over. Over de tijd dat ik gepest werd. Volgens haar ben ik directeur geworden om ervoor te zorgen dat elk kind erbij hoort. Dat klopt! Helpt u mee?

Jacqueline Rebers is schoolleider/directeur van de Hendrik Boogaardschool in Hellevoetsluis.