inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 6 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De uitgangspunten van school zijn pas echt van betekenis als de kinderen in hun gedrag én in hun verhalen ‘hetzelfde verhaal’ vertellen

5 september 2016

Ellen Emonds

Geplaatst in: Partnerschap,

Twee keer per jaar laat Ellen Emonds de kinderen uit groep 8 van De Bonckert in Boxmeer een ‘ontwikkelverslag’ schrijven. Daarin vertellen zij hoe het met hen in de klas gaat (welbevinden) en hoe zij hun eigen ontwikkeling zien (betrokkenheid). Het verslag is vervolgens het uitgangspunt voor het gesprek dat zij met de leerling en zijn/haar ouders heeft. Het kind bepaalt dus de agenda en is full-partner. ‘De uitgangspunten van een school zijn pas echt van betekenis als de kinderen in hun gedrag en in hun verhalen hetzelfde verhaal vertellen’. Een aflevering uit een eerdere serie: ‘Kind aan het woord: Britt.’

Een inleiding van Ellen:
De uitgangspunten van een school zijn pas echt van betekenis als de kinderen in hun gedrag en in hun verhalen ‘hetzelfde verhaal moe-595961_960_720vertellen’.

Een kind is pas full partner als het zichzelf ook als zodanig ervaart. Twee keer per jaar schrijven mijn leerlingen een ontwikkelingsverslag. Daarin vertellen zij hoe het met hen in de klas gaat (welbevinden) en hoe zij hun eigen ontwikkeling zien (betrokkenheid). Kinderen die van zichzelf zijn, kunnen als geen ander hun eigen ontwikkeling in beeld brengen. Zij kennen hun sterke kanten en weten ook hun aandachtspunten te vinden. Het verslag is vervolgens het uitgangspunt voor het gesprek dat ik met de leerling en zijn/haar ouders heb. Het kind bepaalt dus de agenda en is full partner. Het verslag en het proces wat daar aan vooraf is gegaan, maakt dat we snel tot de kern kunnen komen en kunnen praten over wat er echt toe doet in de ogen van de leerling.

Hieronder lees je het ontwikkelingsverslag van Britt, leerling van mijn groep 8.

Hoe voel ik mij in de klas?

Ik ga iedere dag met veel plezier naar school, omdat ik veel vriendinnen heb die graag aan mijn ideeën willen mee doen en ik aan die van hen.  Maar ook omdat ik het leuk vind om te leren. Ik word goed uitgedaagd in groep 8. Ik vind het werk leuk en de instructies erg duidelijk. En ik heb naast het werk ook nog genoeg tijd om mijn eigen plannen uit te voeren. Plannen zoals de modelijn van Noa en mij en een boekje waar we dingen in schrijven over nu en die mensen een paar jaar later kunnen opgraven. Dat kan ik goed doen onder portfoliotijd, maar ook als ik al wat taken af heb van mijn contract.

Als er bij mij iets dwars zit, wil ik het eerst zelf op lossen. Meestal gaat degene met wie ik ruzie heb eerder naar de juf. Maar als het echt niet goed gaat, ga ik natuurlijk ook zelf. Ik kan goed voor mezelf op komen en laat dat ook merken ik de klas. Ik heb mijn eigen mening en vind het heel leuk om te debatteren. Ik heb een groot inlevingsgevoel. En daarom kom ik ook vaak op voor anderen. Maar ik doe dan niet gemeen tegen degene waar ik het niet mee eens ben. Ik zal niet snel iemand kwetsen.

Hoe ga ik aan het werk?

Ik let goed op en luister goed, extra goed naar de dingen die ik interessant vind. Ook ben ik betrokken bij de uitleg, maar ik luister ook wel eens alleen maar. En dan doe ik even niet actief mee. Maar meestal is dat niet zo. Na een uitleg kan ik zelf snel verder met mijn eigen werk.

Ook kan ik zelf dingen vertellen, dat vind ik heel leuk om te doen. Dan heb ik ook een eigen mening. Of ik stem mee met iemand waar ik het mee eens ben (met een goed argument).

Als ik wil, kan ik goed door en geconcentreerd werken. Dat is ook heel vaak zo. Maar als het een onderwerp is wat ik al snapte of wist, vind ik het alleen leuk om er over te praten in een instructie. Het werk dan nog gaan maken, vind ik eigenlijk niet nodig. Maar als dat het geval is, zeg ik het wel eerst tegen de juf en luister naar wat zij er van vindt.

Tijdens mijn werk vind ik het heel leuk om er plaatjes en mooie letters bij te maken. Ik denk dat ik dat ook goed kan, omdat ik best creatief ben. En ik kan ook goed binnen de tijd werken. Dat zorgt ervoor dat ik soms tijd over heb. Die kan ik zelf goed invullen. Graag doe ik dat in samenwerking met andere kinderen Dat vind ik heel leuk.

Het samenwerken tijdens een opdracht vind ik ook fijn. Dan kies ik mijn vriendinnen, maar ook vaak iemand anders. Ik heb het nog niet zo vaak nodig gehad, maar ik ben wel een doorzetter. Als ik iets echt wil dan komt het er uit. Ik doe er dan heel veel voor om het voor elkaar te krijgen, dat kond je wel zien toen ik mijn verhaal/boek voor de kinderboeken schreef.

Britt, 11 jaar

Ellen Emonds, leerkracht OBS de Bonckert, leraar van het Jaar in 2012 en docente Pedagogische tact.