inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Dit is de leraar die ik ben en dit is waar ik voor sta! hetkind.org/?p=55581

Ongeveer 5 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Over het blijvend belang van ‘Zin in Leren’

17 september 2016

Rikie van Blijswijk

In 2002 nam Luc Stevens afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Bij die gelegenheid sprak hij de afscheidsrede ‘Zin in leren’ uit, die als publicatie bij Garant verscheen. Het is daarna regelmatig herdrukt en wordt nog steeds gebruikt in lerarenopleidingen, met name op de pabo’s. Niet alleen daarom is het van belang deze tekst te bespreken. Het is ook een belangrijke bron, omdat Stevens hierin kernachtig zijn visie op de rol van de pedagogiek in het onderwijs weergeeft. Hij breekt een lans voor ‘schoolpedagogiek’, een bekwaamheidsgebied dat het onderwijsproces vanuit de praktijk bestudeert. Dat is volgens hem een belangrijke aanvulling op de moderne onderwijskunde, die vooral vanuit een rationeel perspectief naar het onderwijs als systeem kijkt. De beargumenteerde verbindingen die hij legt zijn sinds de eerste verschijning nog steeds actueel en bruikbaar.

Stevens begint zijn betoog door te stellen dat in gangbaar onderwijsonderzoek de ‘hoe’-vraag prevaleert, en de ‘waarom’- (of ‘waartoe-‘)vraag lucnauwelijks meer gesteld wordt. Het stellen van die vraag, naar de onderliggende zin van het onderwijs, is volgens hem echter cruciaal voor de motivatie van zowel leerlingen als leraren. Motivatie is een van de sleutelbegrippen in het werk van Stevens. Zijn visie daarop berust op de volgende drie uitgangspunten.

  • In de eerste plaats, in lijn met het onderzoek naar motivatie op basis van de Self Determination Theory van de psychologen Deci en Ryan (1985; zie ook Vansteenkiste et al., 2004) dat leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn, en dat die motivatie tot bloei komt als wordt voldaan aan drie psychologische basisbehoeften: autonomie, relatie en competentie.
  • In de tweede plaats, dat leerlingen volledig zijn toegerust om te leren. Ze zijn namelijk in staat om kritisch te reflecteren op hun eigen handelen en leerproces: ze zijn in staat tot meta-cognitie. Die kritische reflectie gebruiken leerlingen (en volwassenen) om voortdurend te bepalen of dat wat ze leren, in overeenstemming is met wat ze van belang achten.
  • En om die reden, in de derde plaats, is het van groot belang dat er sprake is van een goede relatie tussen de leraar en de leerling. Dat houdt in dat de leraar ruimte geeft aan dat kritische reflectieproces van leerlingen. Leerlingen moeten ervaren dat zij serieus genomen worden, als belangrijke voorwaarde voor het nemen van verantwoordelijkheid voor het leren.

De leraar kan dus belangrijke condities scheppen voor het leren van leerlingen, omdat leren gesitueerd tot stand komt in wederzijdse uitwisseling. De relatie tussen leraar en leerling is volgens Stevens immers ook een opvoedingsrelatie. Deze moet, net als de opvoedingsrelatie thuis, een veilige relatie zijn waarin het proces centraal staat, en niet bij voorbaat het resultaat. Van belang daarbij is dat leraar en leerling beseffen dat de leerling voor zichzelf leert; in een proces dat de leraar niet kan beheersen, maar wel kan faciliteren. Daarmee investeren leraren in respect met leerlingen, en krijgen dan, als ze de autonome ruimte bieden, respect terug.

Een van de problemen in het gangbare onderwijssysteem is volgens Stevens, dat te veel verantwoordelijkheid voor het leren exclusief bij de leraar terechtkomt. Daarbij wordt verondersteld dat de leerlingen volgen, maar Stevens laat zien dat dit noch vanzelfsprekend, noch wenselijk is.

Stevens identificeerde vijf (aandachts-)gebieden waarop de relatie tussen leerling en leraar in het onderwijssysteem bedreigd wordt. Hij duidt daarin de volgende vijf ‘ontkoppelingen’.

Relatie en prestatie

Prestaties van leerlingen worden vooral gezien als individuele cognitieve prestaties, en vervolgens in rangorde gezet. De leerling, en ook de leraar, staat er grotendeels alleen voor om te presteren in competitie. Daarmee wordt prestige belangrijker boven het bieden van een ‘herbergzame’ plaats om te leren.

Het is van fundamenteel belang te beseffen dat leren is ingebed in een relatie: de motivatie om te leren ontstaat voor een belangrijk deel in de verbinding die leraar en leerling aangaan (zie ook Belmont & Skinner, 1993).

Inspanning en resultaat

Er is volgens Stevens geen goede koppeling meer tussen de inspanning van de leerling, en wat hem of haar dat oplevert. Sommige leerlingen doen weinig en halen toch goede cijfers, andere leerlingen werken hard, maar het baat hen niet. Leerlingen leren calculerend te zijn, en met de minste inspanning een redelijk cijfer te halen. De intrinsieke motivatie van veel leerlingen blijft zodoende onaangesproken en onbenut. Toetsresultaten zijn steeds belangrijker geworden voor scholen om hun kwaliteit te tonen. Daarmee verdwijnt hun functie als bron voor leermotivatie voor leerlingen: zij voelen zich geen eigenaar van het resultaat dat ze op toetsen laten zien.

Proces en product

De focus ligt vooral op toetsresultaten en niet op het proces ernaartoe. Dit, terwijl onderwijs toch vooral gezien moet worden als een proces. Daarmee verdwijnt de aandacht voor de (inter-)actie, die belangrijker is dan het eindresultaat. Toetsen is nu vooral afrekenen geworden, en de functie van toetsen als feedbackinstrument, als didactisch middel om te leren, is sterk verminderd. Het lijkt erop dat het onderwijs in de ban van het ‘efficiency denken’ is geraakt: het enige dat telt is zoveel mogelijk product (succesvolle toetsen) in een zo kort mogelijke tijd, tegen zo laag mogelijke kosten.

Lees verder

 Het NIVOZ-Forum is een platform, waar onderwijsonderzoekers, schoolleiders, leraren, beleidsmakers en andere geïnteresseerden uit de onderwijspraktijk samenkomen, perspectieven uitwisselen en elkaar informeren. Onderwijsonderzoekers bespreken hun onderzoek en informeren zo de praktijk; en de onderwijsprofessionals presenteren good practices en vraagstukken die zij in hun praktijk tegenkomen. Het doel van het forum is om onderwijsonderzoekers en onderwijsprofessionals gezamenlijk aan te spreken, onderling te verbinden, en te ondersteunen in hun verantwoordelijkheid en interesse voor de ontwikkeling van leerlingen in brede zin. Kijk verder

U kunt zich hier inschrijven voor de nieuwsbrief van het NIVOZ Forum.