profiel

Gérard Zeegers


Gérard Zeegers
Bekijk mijn profiel

twitter

Moeilijke vragen voor de docent: ‘Hij heeft zichzelf die vragen nooit gesteld. Het antwoord is hem nooit geleerd.’ door @FransDroog hetkind.org/2018/01/19/moe…

Ongeveer 12 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter Web Client

facebook
De nieuwsbrief Passend Onderwijs: een ‘deraillerend exposé’?

4 februari 2017

Gérard Zeegers

Geplaatst in: Samenleving,

Dat oud-schoolleider Gérard Zeegers elk jaar met veel plezier meedoet aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal, bleek hem onlangs nog eens van pas te komen, toen hij een nieuwsbrief over passend onderwijs las en stuitte op een zee aan ingewikkelde vaktermen. Het zag er professioneel uit, maar waar ging het nog over de drijfveren?

Ik heb jaren met veel plezier deelgenomen aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Hoewel ik tijdens die dictees vooral gefocust was op de juiste weergave van elk gesproken woord, was ik ook altijd razend benieuwd naar de spitsvondigheden die de auteur van dienst te berde bracht. Prominente tekstschrijvers dreven jaarlijks tienduizenden taalvirtuozen en -puristen tot wanhoop met hun prozaïsche tierelantijnen. De vurige wens om te kunnen genieten van schier ondenkbare linguïstische verhaspelingen en de bittere noodzaak om scherp en alert te luisteren naar de eigenzinnige articulaties van spreekstalmeester Philip Freriks, zorgden ook bij mij steevast voor een verhoogde staat van paraatheid. Waar de juiste schrijfwijze van przewalskipaardenmiddel me nooit voor al te grote problemen stelde, ging ik bij de vreedzamestadssamenleving al prakkiserend de mist in. Heden ten dage laat ik spel en spelling aan mij voorbijgaan. Geen deraillerende exposés meer voor mij.

Tot vandaag. Ik bladerde digitaal door de jongste nieuwsbrief Passend Onderwijs en stuitte zo op de rubriek drie vragen aan de zorgcoördinator. ‘Hoe is je werk door passend onderwijs veranderd?’ was de eerste vraag die de zorgcoördinator van een vo-school kreeg voorgelegd. Dit was haar antwoord: ‘Wij werken tegenwoordig in een flexibel zorgactieteam: een schoolmaatschappelijk werkster, de zorgcoördinator, de begeleider onderwijs-zorg en een jeugdgezinshulpconsulent. Via teamleiders geven mentoren aan ons door wat ze denken dat een leerling nodig heeft en dan kijken wij of we die vraag kunnen honoreren. Dan kan een leerling bijvoorbeeld aangemeld worden voor een aantal gesprekken met schoolmaatschappelijk werk, of we vragen een advies van jeugdgezondheidszorg, als er veel ziekteverzuim is. Het kan ook zijn dat de jeugdgezinshulpconsulent hulpverlening in een langduriger traject voorstelt. Soms wordt er gezegd: deze ondersteuningsbehoefte kunnen we als school niet regelen. Dan is begeleiding in een time out-situatie mogelijk, of we vragen een toelaatbaarheidsverklaring aan voor een vso. Daarvoor moeten we dan via de mentor, in samenwerking met de zorgcoördinator, veel informatie aanleveren aan het samenwerkingsverband. Die informatie wordt vervolgens in een digitaal programma verwerkt, waarna het samenwerkingsverband er een besluit over neemt.’

Ik was met stomheid geslagen.

Op zoek naar inspirerende voorbeelden van maatwerk, kwam ik terecht in een vrijwel ondoordringbaar zorgactieteamidioomdoolhof. Ik liep vast en ondernam een tweede poging de tekst te decoderen. De stortvloed aan vaktermen in een lange reeks zorgvuldig geformuleerde zinnen legt de systemische ontkoppeling genadeloos bloot. Net als de leerlingen die het betreft, lijken ook de leraar en de zorgcoördinator in kwestie te zijn verworden tot object. En daar gaat het mis. Dat kan en dat mag niet gebeuren. De zorgcoördinator en haar team zijn met elkaar verantwoordelijk voor het onderwijs en mogen daar op worden aangesproken. Ik zou hen willen vragen wat de bedoeling van (passend) onderwijs is. Wat hun drijfveren zijn en waar het past, schuurt of knelt.

De belangrijkste actoren in de school, de leerling, de leraar en de ouders, worden hier – en dat zal niet de bedoeling zijn – door het systeem op afstand gezet. En dat is passend noch gepast. Als we willen dat onze kinderen de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen, dan zijn een andere denkwijze en een nieuw vocabulaire de eerste vereisten. Als ik het betreffende artikel nog een keer nalees, slaat de teleurstelling opnieuw toe. Ik realiseer me dat er ook een mooi dictee aan verloren is gegaan.

In juli 2016 nam Gérard Zeegers (1961) na veertien jaar als directeur afscheid van de Bonckert, om ruimte te maken voor BijZonderwijs.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie