Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martijn Galjé


Martijn Galjé
Bekijk mijn profiel

twitter

‘Juf, ik vind je lief’ – over de kracht van een glimlach hetkind.org/?p=58723

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leraar Martijn, over jezelf als belangrijkste instrument: ‘Het verschil soms tussen het goede doen, of hinderlijk in de weg lopen…’

16 maart 2017

Martijn Galjé

Wanneer ben je als leraar of als schoolleider de beste versie van jezelf? Hoe zie je er dan uit? Wat doe je dan? Wat merken we dan aan jou? De leraar, schoolleider, opvoeder die je graag wilt zijn: Martijn Galjé spreekt erover op een Onderwijsavond in Driebergen. Ook over die momenten dat hij dat niet die leraar, die opvoeder was die hij graag wil zijn. Want ook die ervaring is de moeite waard. Want wanneer we herkennen wie we wel en niet willen zijn, kan daar ook de motivatie ontstaan om zo snel mogelijk weer de leraar te worden we wél willen zijn. Galjé is docent bij het NIVOZ, maar – zo blijkt uit zijn verhaal – neemt zichzelf overal mee. De vraag aan de lezer: ‘Hoe ontmoet een kind jou, als leraar, als opvoeder, als begeleider?’ 

Jij bent je belangrijkste instrument, jij doet ertoe. Jij met je goede intenties, met je biografie, je idealen, met je struggles en struikelpunten, jij. Helemaal, van boven tot onder en van binnen en buiten. Al die prachtige materialen, methodes, werkvormen en inrichting: het wordt pas iets als jij eraan vast komt te zitten.

Maar hoe ontmoet een kind in jouw klas jou, als leraar? Hoe ontmoet een leraar jou, als schoolleider? Als degene die je echt wilt zijn? Of juist vaker een versie van jezelf die je liever niet wilt zijn? Wat kun jij zijn voor die ander? Waar kun jij, met alles wat je bent, hebt, van betekenis zijn?  Durf je bijvoorbeeld, al is het ten koste van regels of protocollen, dit kind voorrang te geven? Wat heb je daarvoor nodig?

Martijn over jezelf als instrument

Ik heb de afgelopen jaren op vele verschillende manieren gewerkt met vragen die voor mij een fundamentele rol spelen in een traject ‘pedagogische tact’. Welke leraar wil ik zijn? Wanneer ben ik de leraar die ik wil zijn? En wanneer niet? Hoe staat het met mijn eigen drijfveren? Mijn welbevinden en motivatie? Hoe staat het met de vervulling van mijn eigen basisbehoeften? Voel ik me competent? Verbonden? Autonoom?

Ik heb door die vragen en mijn antwoorden daarop meer zicht gekregen op mijn eigen verhaal, op waarom ik doe wat ik doe. Ik begin makkelijker te herkennen hoe ik gedreven raak van het één, en angstig wordt van het ander. Hoe ik als persoon vastzit aan het werk wat ik doe en hoe ik dat doe.

Mijn eigen geschiedenis en mijn drive zorgen ervoor dat ik me moeilijk kan onttrekken aan het ‘echte’ werk. Voor mij is het echte werk het opzoeken van de plek waar kinderen het niet goed maken om daar mijn bijdrage te leveren. Dat gaat vaak over fijne ervaringen, zichtbaar gewone ervaringen en ook nare ervaringen. Omdat kinderen die mij het hardst nodig hebben er vaak het meest liefdeloos om vragen of zomaar stilletjes uit mijn blikveld kunnen verdwijnen…

Jullie begrijpen meteen dat ik het daar lang niet altijd comfortabel bij heb, laat staan dat het altijd goed afloopt. Dat overkomt jullie namelijk ook. Risico van het vak. Het kan dus ook allemaal erg ongemakkelijk zijn en schuren. Het hoort erbij, zeker als we er echt willen zijn voor kinderen en met nadruk voor kinderen die het niet goed maken. Ik beschik niet over ‘de oplossing’, maar met mijn beste intenties en dito inspanningen doe ik wat ik kan. En die ervaringen, zowel de positieve als de negatieve, zijn eindeloos waardevolle ervaringen.

Het doorwroeten van die ervaringen, met de steun van collega’s, geven mij het idee dat wij, zoals we hier zitten, het verschil kunnen maken in situaties waarin deze kinderen verkeren. Door er op onze eigen unieke manieren te zijn voor onze en alle kinderen. En daarbij de existentiële keus te maken tussen het goede doen of simpelweg jezelf en daarmee anderen hinderlijk in de weg te lopen. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Dat wil ik illustreren door twee persoonlijke ervaringen met jullie te delen die gaan over ‘het goede doen’ of ‘hinderlijk in de weg lopen’.

Gegaan

Een crisisaanmelding (namen zijn veranderd): Rosalie van 16 is er bij moeder thuis uitgezet. Het gaat echt niet meer. Ruzies, wegblijven en vanmiddag de druppel. Moeder en Rosalie zijn in een stevig handgemeen verzeild geraakt, waarbij Rosalie moeder tot bloedens toe heeft gekrabd. Rosalie wil zelf niet, maar toch wordt ze naar onze opvang toegestuurd. Of ik haar wil proberen over te halen….

Op het moment dat Rosalie voor mijn neus staat na een reis van Den Helder naar Haarlem, zie ik een strijdbaar meisje met een koffertje en stevige tegenzin. Het is inmiddels 0:15 ‘Ik ben Rosalie en ik ga hier echt niet blijven’. ‘Ik ben Martijn en ik wel, kom binnen, we kijken wel waar we op uit komen, oké?’

In ons gesprek gaat het eigenlijk best gemoedelijk en ze praat vrijuit naar aanleiding van mijn intakevragen. Vragen die gaan vooral over wat er is gebeurd, hoe het met haar gaat en wat ze hoopt dat er gaat gebeuren de komende periode. Rosalie is vooral angstig en onzeker over wat komen gaat. Met haar moeder, met de politie (moeder heeft aangifte gedaan) en hier in de opvang. Een vreemde man voor haar neus in een vreemd huis met vreemde jongeren.

Ik ga volgens de procedure door met de opnameafspraken. Over drugs (contra-indicatie), bedtijden, bezoekmogelijkheden en andere zaken die haar vooral zullen beperken in haar dagelijkse leven de komende periode, als ze besluit ‘ja’ te zeggen tegen deze opname. ‘En je moet dan ook akkoord gaan met het inleveren van je telefoon als je binnenkomt…..’ En ik voel zelf eigenlijk al nattigheid op het moment dat ik het uitspreek. Hoogstwaarschijnlijk omdat ik het zelf een afspraak van niets vind. Diep van binnen vind ik het iets wat ik niet kan vragen van kids die zo van hun eigen wereldje worden afgesloten…

En laat dat nu de enige afspraak zijn waar ze echt op afhaakt. Op al het andere heeft ze schoorvoetend akkoord gegeven. ‘Mijn telefoon kan ik echt niet inleveren, want dan kan ik helemaal geen contact hebben met mijn vriendje…..’ De aantekening in de overdracht over een duidelijkere opstelling met betrekking tot  handhaving van de telefoonregel doet me het zweet uitbreken. Als ik nu toegeef vinden mijn collega’s me een slappeling. Niet geschikt voor het echte werk.

‘Sorry Rosalie, maar dat is echt niet onderhandelbaar’, zeg ik strijdlustig. Dat is blijkbaar taal die ze goed verstaat, want ze zegt: ‘Oké, dan ga ik weer’. En voordat ik goed en wel besef dat ik de plank volledig heb misgeslagen loopt ze met haar koffertje de deur uit. De nacht in. Om 00:45 uur. Zonder ook maar één vage bekende in een stad die ze niet kent…..

Rosalie heb ik nooit meer terug gezien.

Gebleven

Kim van 15 is er bij opa en oma thuis uitgezet. Het ging echt niet meer. Kim luistert naar niemand meer en doet alleen nog maar wat ze zelf wil. Ze negeert oma volledig en opa kan alleen nog maar boos op haar worden. Ze doet in ieder geval nu niet meer wat zij van haar vragen. Ze bepaalt zelf hoe laat ze naar bed gaat, of ze wel of niet mee eet, of ze wel of niet gaat douchen, etc…. Ze gaat ook niet meer naar school.

Onder druk van school en dreiging van inspectie en een daar aan gekoppelde gesloten plaatsing heeft men nu eindelijk genoeg drukmiddelen gevonden om haar akkoord te laten gaan met een traject in de hulpverlening.

In de opvang blijft Kim doorgaans kalmpjes haar gang gaan ondanks alle druk die ze voelt dat er op haar uitgeoefend wordt. Slechts heel af en toe komt het tot een uitbarsting, waarbij vooral alle spulletjes in haar nabijheid het moeten ontgelden. Zoals die laatste avond bij opa en oma. In razernij heeft ze alles op haar kamer wat ze in of onder handen kon krijgen gesloopt. Toen opa haar wilde stoppen heeft ze daarbij ook opa uitgescholden voor alles wat mooi, maar vooral lelijk is. Vervolgens is ze het huis uitgerend. Dat zal zo’n beetje het laatste contact geweest zijn wat ze vooralsnog met opa en oma gehad heeft.

Tot nu toe heb ik hier na een week op de opvang, alleen nog maar de ‘ik-ga-mijn-gang’-Kim gezien. Ze lijkt wat rust gevonden te hebben. Ze heeft nog nauwelijks iets willen of kunnen vertellen over wat er allemaal gebeurd is en wat haar bezig houdt. Het is ook duidelijk dat ze zich daarin ook echt niet laat haasten. In die wetenschap hoor ik boven, na een aantal flinke schreeuwen, een deur met een enorme klap dichtgaan. Ik sjok naar boven, want er wordt wel eens vaker geschreeuwd en met deuren gegooid, maar boven gekomen zie ik geen strijd, maar vier meiden voor de gesloten deur van Kim.

Achter de deur hoor ik die zeldzame versie van Kim die de boel aan het slopen is. Ze heeft haar deur niet op slot gedaan, ik klop en vraag of ik binnen mag komen. Dit vraag ik een paar keer met steeds luidere stem. Ze hoort me natuurlijk niet. Dan besluit ik dat ik naar binnen moet gaan. Meteen vliegt er een potje van het een of ander op me af en ik weet het net te ontwijken. Ik kijk haar aan en ik kijk daarmee in een lijkbleek gezicht met woeste ogen. Ze heeft in de ene hand een schaar en in de andere een bus haarlak. Ik moet mijn angst voor de schaar en de neiging om haar fysiek te stoppen onderdrukken. Ik zeg maar niks, ze gaat me toch niet horen. Daarbij heeft ze me al eerder in die week aangegeven helemaal zat te zijn van het gepraat.

Terwijl ze met haar bus haarlak een gat in de muur begint te slaan probeer ik opnieuw haar aandacht te trekken. Ik ga dicht bij haar zitten en zeg: ‘Kim, ik ben hier, als ik iets voor je kan betekenen, dan ben ik hier. Ik blijf bij je, oké?’ Ik vraag aan de anderen, die nu natuurlijk met argusogen naar mij kijken, of ze ons even willen laten en dat verstaan ze meteen. Iedereen trekt zich terug op zijn kamer. In een uren durende vijf minuten lijkt Kim het hele gipsmuurtje te slopen. Terwijl zij het gevecht met de muur voert, voer ik vooral een heel gevecht om niks te doen. De aandrang om in te grijpen en de gedachten aan de angst van de andere jongeren en de kosten van mijn non-interventie dringen zich met grote kracht op, maar ik voel dat ik er alleen maar voor haar wil zijn. Dat het naast haar zitten het enige zinvolle en liefdevolle is wat ik haar te bieden heb. Langzaam stopt haar uitbarsting en ze begint zachtjes en steeds heviger te snikken. Ik heb nog steeds niet zo veel zinnigs te zeggen, dus ik blijf naast haar op de grond zitten. Het wordt stil en het blijft stil. Opnieuw gedurende een paar hele lange minuten. Niet veel later begint Kim tegen me te praten.

Kim is in het crisiscentrum gebleven en na twee weken teruggekeerd onder de vleugels van haar opa en oma.

Het verschil tussen de avonturen met Rosalie en Kim kenmerkt het verschil tussen de Martijn die ik wil zijn en de Martijn die ik niet wil zijn. Op het ene moment kwam ik niet verder dan de voorwaardelijke acceptatie van Rosalie en daarmee de voorwaardelijke acceptatie van mezelf en mijn kernwaarden. Ik bleef hangen op mijn eigen angsten en oordelen en kwam daardoor niet bij het perspectief van Rosalie. En zonder dat perspectief deed ik niet het goede, zeker niet in haar ogen. Pas achteraf bij het beschrijven van deze ervaring was ik in staat om ook vanuit haar perspectief te kijken. Vandaar dat ik nu kan zeggen dat ik het liever anders had gedaan…

En op het andere moment neem ik 100% verantwoordelijkheid voor verbondenheid met mezelf en dus mijn waarden en Kim. Hoe kort ook ons moment, ik schat nu in dat het voor ons beiden van significante betekenis was.

De video en de trajecten

De Onderwijsavond waarop Martijn Galjé sprak is in zijn geheel hier terug te zien.  In een videodrieluik behandelen we drie essentiële elementen van een leraar met tact. Marleen van der Krogt, Merlijn Wentzel en Martijn Galjé – docenten van de trajecten bij NIVOZ – vertellen over zichzelf, hun ervaringen en hun ontwikkeling. Ellen Emonds legt de verbinding.

Stichting NIVOZ sterkt leraren en schoolleiders in de uitvoering van hun pedagogische opdracht. Het biedt al vanaf 2008 ontwikkeltrajecten aan, onder de naam Pedagogische tact en leiderschap. Deelnemers ontdekken dat ‘tactvol handelen’ daarin meer is dan het verbeteren van de relatie of het hebben van een pedagogisch kompas.

Maand juni, doe mee aan een proeverij
In de maand juni kun je nog twee keer (6 juni en 14 juni) kennismaken met stichting NIVOZ, in het bijzonder met onze docenten en onze werkwijze. Op onze eigen locatie in Driebergen – op landgoed De Horst, gebouw Vossesteyn – zetten we de deur open voor een aantal proeverijen. Leraren, schoolleiders en bestuurders (in zowel PO, VO als mbo/hbo), dan wel andere onderwijsbetrokkenen of leerlingbegeleiders zijn van harte welkom.

Voor data en info, zie deze link. Deelname is gratis, maar alleen na inschrijving.

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie