profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

twitter

Over de voorbeeldfunctie van ouders, óók wanneer dat niet de bedoeling is… hetkind.org/2014/06/11/chi…

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Die zonnestraal, die mystiek en die leraar: ‘Natuurkunde werd mijn lievelingsvak’

25 augustus 2017

Geert Bors

Geplaatst in: Partnerschap, Legitimering

‘Als we lesgeven, brengen we onze leerlingen niet alleen kennis en vaardigheden bij. Het is misschien nog wel belangrijker dat we ze leren te herkennen wie en wat ze zijn.’ In onderstaande column laat de natuurkundeleraar zien hoe hij zich ontvankelijk toont voor zijn leerlingen en de situationele omstandigheden. In die zin laat hij de ‘wakkerheid’ zien, waartoe Désanne van Brederode – onze eerste spreker in de reeks dit jaar over volwassenheid – ons oproept in haar interview. Dit is een passage van pagina 170-171 uit het boek ‘Weten wat te doen, wanneer je niet weet wat te doen’ van Max van Manen, zoals vertaald door Geert Bors.

In het nu volgende voorbeeld begint de leraar met een vrolijke improvisatie, een grap die terloops en zonder al te veel consequenties lijkt, maar die een diepe indruk maakt op tenminste één van zijn leerlingen. Als we lesgeven, brengen we onze leerlingen niet alleen kennis en vaardigheden bij. Het is misschien nog wel belangrijker dat we ze leren te herkennen wie en wat ze zijn. We leren ze over zichzelf en over hoe wij ze beschouwen. Opvoeders beseffen niet altijd dat betekenisvol leren altijd ‘besmet’ raakt door het relationele en situationele moment waarop het leren plaatsvindt. Wat we leren wordt beïnvloed door de contextuele gegevenheden van de situatie en de relatie tussen leraar en lerende. Dat geldt zelfs bij een schijnbaar ‘abstract’ en ‘objectief’ vak als natuurkunde, zo blijkt uit dit verhaal:

Begin september, het schooljaar was net begonnen. Terwijl onze nieuwe natuurkundeleraar binnen kwam lopen, viel er een heldere bundel zonlicht op de voorste muur van het lokaal. De luxaflex was nog dicht en in het halfdonker kon je de lichtbundel dwars door het lokaal volgen naar zijn ‘bron’, een hoog en bijna onzichtbaar dakraam. Met een geamuseerde nonchalance nam de leraar het schouwspel in zich op. Hij liep langzaam de klas in, ging vooraan staan en staarde naar de scherpe baan van licht, die als de lange zijde van een driehoek door het lokaal sneed. De leraar begon zijn les. Hij sprak over reflectie, over prisma’s, over de breking van licht.

Na een paar minuten verdween de zonnestraal plotseling, alsof iemand een schakelaar had omgezet. ‘De volgende keer dat jullie deze zonnestraal precies onder deze hoek zien binnenvallen, is het lente’, zei de leraar, ‘Dan zit dit vak er bijna op en gaan we zien wat we in de loop van het jaar geleerd hebben.’

Hij wachtte even af. En vervolgde toen betekenisvol: ‘Tja, in deze lessen reizen we met kosmische tijd.’ Een glimlach rond zijn mondhoeken en in zijn ogen. Sommige kinderen lachten begrijpend. Ik was perplex. Ik snapte helemaal niet wat hij bedoelde, maar het klonk intrigerend, zoals bijna alles wat hij zei en deed in de klas.

Het jaar vloog om. Bijna iedereen genoot van de lessen en de opdrachten. Natuurkunde werd mijn favoriete vak. Het was nogal een schok toen we op een dag bij binnenkomst in het lokaal werden begroet door de schittering van een lichtstraal, die door het dakraam binnenviel. Met diezelfde fluorescerende helderheid als maanden eerder raakte hij op precies dezelfde plek de muur. Het deed me denken aan een gigantisch uitroepteken, een mysterieus symbool, een verborgen boodschap.  

Toen de leraar de klas in kwam, keek ook hij naar de reflectie van de zonnestraal op het bord. Hij lachte en wij ook. Het was alsof we deel uitmaakten van een geheim genootschap, de Samenzwering van de Zonnestraal. Eenmaal bij zijn lessenaar knikte de leraar kalmpjes zijn hoofd. Hij stak zijn hand in zijn bureau en begon, zonder een woord te zeggen, de oefenopdrachten voor het komende examen uit te delen. 

Ik voelde een droefheid in me opwellen, alsof ik op het punt stond de laatste bladzijdes van een geweldig boek uit te lezen.

Dit verhaal werd me verteld door een vijftigjarige leraar, die ik vroeg een herinnering op te schrijven aan zijn eigen schooltijd. Wat het verhaal ons laat zien is dat inspirerende leraren ook pedagogische contact met hun leerlingen kunnen maken door middel van het vak dat ze geven: we moeten leerlingen gelegenheid geven zich aan onze lessen te spiegelen, maar ook om zich er soms tegen af te zetten. Er is een ‘ontologie van mimesis’ aan het werk in de manier waarop onderwerpen als wiskunde, natuurkunde, literatuur, taal of kunst bezield kunnen raken door de leraar die de leerstof onderwijst.* Leraren, als de natuurkundeleraar uit het verhaal, doceren hun vak niet alleen; ze ‘zijn’ het. Ze belichamen hun vak met hun eigen wezen. Ze vallen er mee samen.

Wanneer dat gebeurt, kan ook de leerling geïnfecteerd raken door de stijl, het gedrag, de houding, de gebaren van de leraar. Want het verhaal toont ook aan hoe dit soort ervaringen latent, bijna onmerkbaar, kunnen doorwerken: pas veel later realiseerde de verteller zich wat zijn belevenissen in het lokaal van deze leraar betekend hadden voor zijn eigen levenskeuzes. ‘Door deze leraar heb ik ervoor gekozen om natuurkunde te gaan studeren en zelf natuurkundeleraar te worden’, zei hij. In een voorbeeld als dit worden de leraar, de leerstof en de leerling als het ware één: waar eindigt de charismatische inbreng van de leraar en waar begint de aantrekkingskracht van het vak zelf? En op welk punt neemt de nieuwsgierigheid van de leerling het over?

* De Franse fenomenoloog Maurice Merleau-Ponty beschrijft ‘mimesis’ zo: ‘Mimesis is wanneer mijn zelf bevangen raakt door een ander, wanneer ik me doordrongen voel van die ander; het is de toestand waarin ik me de gebaren, het gedrag, de favoriete woorden, de wijze van doen en laten eigen maak van hen die ik ontmoet. (…) Het is een manifestatie van een uniek systeem, waarin mijn lichaam, het lichaam van de ander en de ander zelf één worden.’ (1964, p. 145, onze vertaling)

Max van Manen is pedagoog, schrijver en grondlegger van het begrip Pedagogische Tact. Hij woont en werkt in Canada. 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie