profiel

Maartje Janssens


Maartje Janssens
Bekijk mijn profiel

twitter

Over de voorbeeldfunctie van ouders, óók wanneer dat niet de bedoeling is… hetkind.org/2017/11/18/chi…

Ongeveer 5 uur geleden op hetkind's Twitter via Echofon

facebook
Geluk is datgene wat normaal is. Dat kun je misschien begrijpen, maar wat gebeurt er als je het ook kunt voelen?

20 oktober 2017

Maartje Janssens

Geplaatst in: Legitimering

Ontspannen en gelukkig voor de klas staan, hoe doe je dat? Op 26 september gaf Suzanne Niemeijer een NIVOZ-masterclass met die titel. Maartje Janssens schoof aan en deed/schreef mee. De Masterclass in Driebergen was onderdeel van een eerste verkenning van het NIVOZ-jaarthema Volwassenheid. In de maand september keken we vooral vanuit een spiritueel perspectief. Daarover verscheen ter afsluiting een e-book.

Het wat abstracte begrip spiritualiteit werd door Suzanne Niemeijer vertaald naar de dagelijkse onderwijspraktijk, naar het handelen in relatie tot de leerlingen die je als leraar voor je hebt, en de wereld waartoe je behoort.   

Eerder schreef Suzanne Niemeijer dit artikel ter inleiding: ‘Spiritualiteit zweverig? Nee hoor, het is aan de orde van de dag’  

In deze masterclass bleek dat gespannen voor de klas staan voor een ieder herkenbaar is, en dat dit het contact met de leerlingen en collega’s in de weg staat. Suzanne herkent wat ze hoort bij de deelnemers. Het valt haar de laatste tijd op dat er in het onderwijs veel druk wordt ervaren, dat mensen wegraken van datgene waarvoor ze het werk doen – veelal de liefde voor het kind. De bevlogenheid en betrokkenheid van leraren is groot, maar tegelijkertijd doet de stress zijn intrede. Suzanne vraagt zich af wat zij kan betekenen voor leraren, om hen meer zekerheid van binnenuit te geven. Afgelopen zomer ontwikkelde ze een leergang die in deze masterclass met de deelnemers wordt gedeeld, en geoefend.

Gelukslichtje en dankbaarheid

Een eerste oefening is om even stil te staan bij hoe je erbij zit: hoe gaat het met me? ‘Dit moet ik vaker doen!’, zegt een deelnemer. De deelnemers realiseren zich dat hun aanwezigheid nog niet altijd een bewuste aanwezigheid impliceert, waarbij het hele lijf meedoet.

Suzanne vervolgt haar inleiding met het ‘gelukslichtje’ van haar oma. Zij had veel pijn, maar er was voldoende veerkracht om die pijn te laten voor wat het was, en volledig aanwezig te blijven. Ze kon iets in zichzelf cultiveren – het gelukslichtje – wat onafhankelijk was van omstandigheden.
Tijdens een retraite in een klooster – opgericht door Thich Nhat Hanh ontdekte Suzanne verschillende betekenissen van geluk. Er is geluk dat buiten onszelf ligt, bijvoorbeeld wanneer je je lievelingseten mag eten. Maar volgens de Boeddhisten is er ook een vorm van geluk die onafhankelijk is van condities. De abt van het klooster leerde haar dat alle condities voor geluk al aanwezig zijn: Geluk is datgene wat normaal is. Dat kun je mentaal misschien begrijpen, maar wat gebeurt er als je het ook kunt voelen?

Om dit te gevoel te benaderen doen de deelnemers een oefening in dankbaarheid. Wanneer je deze oefening 45 seconden per dag doet, wordt volgens Sam Crowell (emeritus-hoogleraar aan de California State University en auteur van het boek ‘Emergent Teaching’) je hele zenuwstelsel gereset. Daarmee is het de meest directe en krachtigste weg naar een ontspannen lichaam. De deelnemers maken een zo lang mogelijke lijst met dingen die in hun leven voorhanden zijn en een reden zijn om geluk of dankbaarheid te ervaren. Hoe is het om daarbij stil te staan, wat gebeurt er als je dat écht binnen laat komen?

Een van de deelnemers merkt op dat naarmate ze de dingen waarvoor ze dankbaar is concreter benoemt, ze het dan ook direct voelt. En dat geluk vaak in de kleine dingen zit. Een volgende deelnemer verwijst naar de meest recente NIVOZ-onderwijsavond, waar Désanne van Brederode over drie verschillende leerkrachten vertelde: één juf was heel betrokken, één juf was heel ervaren, en één juf was niet betrokken. Daarvan leerde ze hoe belangrijk betrokkenheid is; het geluksgevoel samen met de groep ervaren. Voor weer een andere deelnemer gaat de oefening in dankbaarheid over wakker worden. ‘Als ik dat meer cultiveer, zal ik ook meer alert zijn op wat er bij anderen gebeurt.’

Verbondenheid, energie en beweging

Na de maaltijd legt Suzanne de verbinding tussen spiritualiteit en wetenschap. De verbondenheid met de wereld (met de geschiedenis, met de evolutie, met elkaar) is een wetenschappelijk feit, zo vertelde de bekende wetenschapper Robbert Dijkgraaf in het tv-programma De Wereld Draait Door. Ervaringen van eenheid en heelheid zijn natuurkundig te onderbouwen. En, aan dergelijke ervaringen houd je een nietig gevoel over, ze zorgen ze voor een enorme relativering: je hebt je bijdrage aan jouw eigen kleine stukje, meer is het niet. We komen als mensen uit dezelfde bron en materie is energie; wij zijn energie. En die energie is constant in beweging. Dit geeft een ingang om te kunnen rusten, ontspannen, en relativeren.

Maar het gaat mis bij gedachtes en overtuigingen (oordelen, angsten, cynisme etc.) waarmee je jezelf ‘vastzet’. In het onderwijs ziet Suzanne dat het verantwoordelijkheidsgevoel van leraren en schoolbegeleiders vaak doorslaat. Je vindt dat je verantwoordelijk bent, terwijl het je invloed overstijgt. Je haalt je dingen op de hals waar je niet over gaat. Als je weet dat het goed is zoals het is, dan geeft dat innerlijke zekerheid en kun je ervaren dat je verbonden bent.

Spiegelneuronen en sfeer

Ook Suzanne verwijst naar de onderwijsavond, waarin Désanne aan de hand van het voorbeeld van de drie verschillende leerkrachten over spiegelneuronen vertelde. Juist vanwege deze spiegelfunctie is het zo belangrijk om aandacht aan ontspannen docenten te schenken. Dat wat je doet is vele malen groter van invloed dan wat je zegt. Met elkaar creëer je een energie. Je voelt het onmiddellijk; een klas waar het goed toeven is. Daar hangt een ander soort energie dan waar stress is. Kinderen pakken de sfeer in de klas op.

Suzanne gebruikt de metafoor van een kopje. Als je gelukkig bent, dan ben je als een leeg kopje. Als je kopje (hoofd) vol zit, en er komt nog iets bij – bijvoorbeeld een kind dat je uitscheldt –, dan loop je over. Maar als je in staat bent om te voelen dat je aanwezig bent en er plezier in hebt, dan heb je meer ruimte om te reageren wanneer zich iets moeilijks voordoet.

Emoties en verbindingen

Suzanne legt het Boeddhistisch model uit. Prikkels komen binnen via de zintuigen. In het onderbewuste liggen alle zaadjes besloten van emoties die er bestaan. Als die liggen te slapen is er niks aan de hand, maar als er een prikkel van buiten komt waarmee het zaadje voeding krijgt, dan komt het in het bewustzijn naar boven. Volgens de Boeddhisten zijn alle zaadjes van belang. Waar het om gaat is: kun je kiezen, en leren van de emoties waar je last van hebt.

We hebben twee reflexmatige reacties op emoties. De eerste: we hebben het naar ons zin, en willen meer. De tweede: we vinden het niet prettig, en duwen het weg. Beide reacties worden gemakkelijk gevoed. Het idee van het Boeddhistisch model is: ben en blijf er met je volle bewustzijn bij. Duw het niet weg, maar maak het ook niet groter. Omarm je emoties als zijnde een baby. Dan komt het tot rust.

Als je een moeilijke ervaring hebt, dan ontstaat er een neurologische verbinding. Als je erover blijft praten en denken, dan wordt die verbinding almaar sterker. Het is belangrijk om er een nieuwe neurologische verbinding naast te leggen. Positieve emoties zijn daarin behulpzaam. Je kunt de zaadjes voeding geven van schoonheid, plezier en ontspanning. Het is heel begrijpelijk dat je jezelf beschermt (beschermingsmechanismen), maar daar zit niet het gevoel van verbondenheid, van leven. Je komt daar niet als je in je hoofd blijft zitten, blijft nadenken. Daar is je lijf voor nodig. Dit vergt constant onderhoud. Stel jezelf voortdurend de vraag: hoe gaat het nou eigenlijk met mijn lichaam?

Een oefening in het aanleggen van een nieuwe verbinding

De deelnemers krijgen de opdracht om zich een situatie te herinneren waarin ze een onprettige emotie hebben ervaren. In groepjes vertellen ze elkaar waar dat was, met wie ze waren, welke emotie ervaren werd, wat ze deden en voelden. Vervolgens stellen ze zich voor dat in die situatie hun kopje leeg is. Er is bijvoorbeeld sprake van humor of zelfvertrouwen. Dan proberen ze zich voor te stellen hoe dat was voor de ander. Ze doen deze oefening fysiek in de ruimte, aan de hand van twee papieren. Het ene papier is hoe de situatie in werkelijkheid werd beleefd. Door daarop te gaan staan voelen ze de betreffende emotie. Het andere papier is het lege kopje. Deelnemers kunnen voelen dat op die plek zelfvertrouwen, rust etc. ontstaat. Van hieruit stappen ze terug in de oude situatie. Wat gebeurt er nu?

Deze oefening brengt veel. Een deelnemer vertelt hoe het haar verbaast dat je je zo kunt laten ‘vangen’ door iemand. Dat je op dat moment niet uit die emotie kan, en hoe anders het is als je er letterlijk anders instaat. Een andere deelnemer besefte door deze oefening dat je invloed hebt op je omgang met emoties, en daarmee verantwoordelijkheid kan nemen. Een volgende deelnemer merkt dat ze na de oefening met enige compassie naar zichzelf kan kijken en zich kan hernemen in haar eerste reactie. Een andere deelnemer ervaart de kracht van het delen met een ander: er glijdt een stuk spanning van haar af. En weer een ander ervaart dat als je fysiek op een andere plek gaat staan, dat ondersteunend werkt om de emotie te voelen. Er gebeurt veel meer als je met je hele lijf bezig bent.

Suzanne vult aan dat we in deze oefening gebruik hebben gemaakt van ons voorstellingsvermogen: als je je bijvoorbeeld kunt voorstellen dat je ontspannen reageert op een kind, dan kun je dat ook worden. Een deelnemer merkt op dat het relatief makkelijk is als je deze oefening achteraf doet. Op het moment zelf schiet je in die bepaalde emotie – en hoe kom je er dan uit? Dat is hoe we leren, zegt Suzanne. Je begint met in de situatie je emotie er te laten zijn, jezelf niet op de kop geven, en te onderzoeken wat de kern is van je emotie – bijvoorbeeld boosheid. Dat zijn vaak niet de kinderen. Onder de boosheid zit iets anders – verdriet, angst etc. Daar probeer je contact mee te maken. Je omarmt het liefdevol. Op een dag ga je merken dat je niet meer in die boosheid terecht komt.

Nieuwe neurologische verbindingen aanleggen is een kwestie van oefenen. Doen, doen, doen. Met compassie voor jezelf.

Maartje Janssens is verbonden aan NIVOZ-platform hetkind, NIVOZ-denktank en NIVOZ-podium.

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie