profiel

Joyce van den Bogaard


Joyce van den Bogaard
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Masterclass Daan Roovers: wat doe je als een situatie in je klas plots escaleert?

15 februari 2018

Joyce van den Bogaard

Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste kinderen van de wereld,  zo bleek vorig jaar uit een Unicefstudie. We doen het dus lang niet slecht met de volgende generatie. Het antwoord op hoe we dat misschien wel met elkaar voor elkaar hebben gekregen, is opvallend genoeg al te vinden bij driehonderd jaar oude filosofen. ‘Bemin de kindertijd’, zei Rousseau al, en dat doen we. Filosofe Daan Roovers maakte in haar masterclass vol passie duidelijk hoeveel we eigenlijk nu nog te danken hebben aan die opvoedideeën en vooral ook hoe relevant ze nog altijd zijn.

Al een poosje heb ik het boek van Jean Jacques Rousseau, Emile, of Over de opvoeding in mijn kast staan, maar erin beginnen, dat is me nooit gelukt. Die malle, romantische Rousseau, zou die nu werkelijk nog relevant zijn? Daan Roovers zette datzelfde vooroordeel, zoals het een filosoof betaamt, opzij en las het wel. Gelukkig maar, want het leidde tot haar boek ‘Mensen maken: Nieuw licht op opvoeden’ en tot het inzicht dat veel al wat oudere filosofen prachtige en vooral zinnige dingen over opvoeding hebben gezegd.

Opvoeden zonder straf
Zo poneerde Rousseau de tamelijk onmogelijk lijkende stelling dat de ideale opvoedmethode voor een kind is om ver van de boze buitenwereld en andere mensen, in de natuur, op te groeien tot het volwassen is. In de vrijheid die het nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen, zonder ‘verpest’ te worden door de harde samenleving daarbuiten (want die komt later vanzelf wel), maar vooral ook zonder straf. Want, zo stelde hij, als je een kind straft, hinder je hem in zijn morele ontwikkeling, in het zelf gaan ontdekken van wat het goede is om te doen en dat dan ook van binnenuit te wíllen gaan doen. Als een kind (of een leerling) uit angst voor een straf iets achterwege laat, is dat voor Rousseau eerder een inperking van zijn ontwikkeling dan een bijdrage daaraan. Als moeder vind ik dat fijn om te horen: straffen behoort ook niet tot mijn repertoire, mijn kinderen “harden” omdat de buitenwereld hard is, past me gevoelsmatig ook al niet, en ik voel me opvallend genoeg wel gesterkt door het feit dat niet alleen in de pedagogiek, maar ook in de filosofie belangrijke mensen die opvatting met me delen.

“Ik wil mijn kinderen opvoeden tot geïnteresseerde en verantwoordelijke burgers, maar ik wil ze ook beschermen tegen nieuws dat hun misschien wat naïeve, maar optimistische wereldbeeld definitief krassen toebrengt”
(Uit: Mensen Maken: Nieuw licht op opvoeden – Daan Roovers, uitgeverij Ambo Anthos)

Ontwikkeling van het geweten
Even later blijk ik me ook helemaal te kunnen vinden in Immanuel Kant. Hij onderscheidde in zijn Über Pädagogik (1803) eigenlijk vier elementen in de opvoeding van een kind, die wat mij betreft oplopen in moeilijkheidsgraad:

  1. Disciplinering, het temmen van de driften
  2. Cultivering, leren lezen, schrijven, musiceren
  3. Civilisering, manieren, smaak en omgangsvormen, goed gedrag aanleren en
  4. Moralisering, ontwikkeling van het geweten, leren denken.

Voor mijn gevoel blijven we in Nederland, met bijvoorbeeld opvoedprogramma’s als Triple P en televisieprogramma’s als de Supernanny, nog te vaak hangen bij die derde, het aanleren van goed gedrag. Dat wat Micha de Winter al vaker de ‘puppytraining’ noemde. Terwijl volgens Kant dat vierde onderdeel zo belangrijk is met het oog op het ‘maken van een mens’, om het in de wereld te brengen. Als een kind leert om zelf te denken, zelf te voelen wat het betekent om het goede te doen voor jezelf en de mensen om je heen, ben je werkelijk aan het opvoeden.

“Je wilt dat een kind een eigen geweten ontwikkelt. Je wilt dat kinderen leren ‘uit vrije wil het goede te doen’. Niet omdat ze gehoorzamen, maar vanwege het goede zélf.”
(Uit: Mensen Maken: Nieuw licht op opvoeden – Daan Roovers, uitgeverij Ambo Anthos)

Amor mundi
Hannah Arendt trok dat nog weer wat verder door. Met haar begrip ‘Amor mundi’ (te vertalen als ‘liefde voor de wereld’) stelde zij: ‘In de opvoeding wordt beslist of we genoeg van de wereld houden’. Opvoeden is het begeleiden van een nieuwe generatie mensen die in de wereld komt. In elke generatie zit hoop voor de nieuwe wereld en wij als volwassenen moeten niet onze problemen afwentelen op onze kinderen, via de opvoeding of op scholen. Wel moeten we ze helpen om later zelf hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen. De (eet)tafel is volgens Daan Roovers bijvoorbeeld een mooie plek om daarover met kinderen het gesprek te voeren en gezichtspunten met elkaar uit te wisselen.

“De school moet volgens Arendt een oefenruimte zijn, een tussenruimte. Tijdens deze overgangsfase krijgen kinderen de kans om zich in de luwte te ontwikkelen, zonder dat ze daarbij verantwoordelijkheid dragen. De school is geen verlengstuk van het gezin, noch van de openbare ruimte, van de politiek. Het is de tussentijd, de overgang van kindertijd naar volwassenheid.”
(Uit: Mensen Maken: Nieuw licht op opvoeden – Daan Roovers, uitgeverij Ambo Anthos)

De casus
Hoe moeilijk dat morele stuk soms kan zijn, wordt duidelijk in de casus die we na de pauze met elkaar bespreken. Het voorval is ingestuurd door een van de deelnemers aan de masterclass en vond eind vorig jaar plaats in zijn klas. Daar ontstond een situatie tussen hem en een leerlinge die pertinent weigerde te doen wat haar gevraagd werd. Het meisje werd boos en de situatie dreigde te escaleren, ook omdat de docent ingreep op een manier waarbij hij voelde dat hij niet trouw was aan zichzelf. In de tussentijd werd dat stiekem gefilmd door haar klasgenoten en binnen een half uur stond het filmpje op internet. Een pijnlijk en verdrietig verhaal om aan te horen, maar ook een moeilijk verhaal om uit te pluizen als het gaat om de morele ontwikkeling van zowel het meisje als de filmers. Want als er regels zijn die worden overtreden door leerlingen, en je voelt als leerkracht dat je ook iets niet hebt gedaan zoals je dat had gewild, hoe los je dat dan op met elkaar? Heeft schorsen dan bijvoorbeeld zin, om dit meisje te leren dat zulk gedrag niet getolereerd wordt, en in hoeverre help je daarmee haar morele ontwikkeling op weg? Zodat ze in het vervolg niet meer doet wat ze deed, vanuit de realisatie dat dat het goede is om te doen en niet uit angst voor weer een schorsing? Wat doe je met de filmers uit de klas? En hoe ga je aan de slag met je eigen handelen als leerkracht?

Hier is geen definitief antwoord op te geven; wel kunnen de opvattingen van filosofen gidsend zijn bij het oplossen ervan. Ik was aanwezig bij de masterclass, maar laat je als lezer graag zelf bedenken hoe jij bovenstaande situatie opgelost zou hebben met de standpunten van Rousseau, Kant en Arendt in je achterhoofd. Deel je je gedachten hierover met ons en de lezers?

Joyce van den Bogaard is redacteur bij hetkind en moeder van twee kinderen.

Meer lezen?
Mensen Maken: Nieuw licht op opvoeden – Daan Roovers
Emile, of Over de Opvoeding – Jean Jacques Rousseau
Über Pädagogik – Immanuel Kant
Aan het werk met Hannah Arendt – Joop Berding

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie