profiel

Jan Bransen


Jan Bransen
Bekijk mijn profiel

twitter

‘Wat missen we als de pedagogische dimensie bij onderwijsonderzoek uit het zicht verdwijnt?’ hetkind.org/?p=64508

Ongeveer 10 uur geleden op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Masterclass Jan Bransen: ‘Zouden volwassenen maar zo krachtig durven vertrouwen als onze kinderen…’

5 maart 2018

Jan Bransen

Geplaatst in: Partnerschap, Opvoeding,

Het natuurlijk bestaan toont twee gezichten van de liefde: aan de kant van kinderen een groot vermogen om zich aan hun ouders te hechten, aan de kant van ouders een even groot vermogen om voor hun kinderen te zorgen. Jan Bransen vindt het jammer dat  de emotionele, liefdevolle kant in de eerste twintig levensjaren zo weinig aandacht krijgt. Ze biedt volwassenen en kinderen namelijk uitstekende mogelijkheden om van elkaar te leren. Een voorproefje op zijn masterclass op 29 maart in Driebergen. ‘Zouden volwassenen maar zo krachtig durven vertrouwen als onze kinderen…’

Het is een bekend antropologisch gegeven dat van geen enkele diersoort de nakomelingen zo lang zo volstrekt hulpeloos zijn als die van ons, als menssoort. Kijk hoe snel jonge vogeltjes, katjes, of lammetjes op eigen benen kunnen staan. En vergelijk dat dan eens met die jongeren van ons die tegenwoordig tot ver in de twintig van ons afhankelijk blijven. Vaak wordt dan gezegd dat het menselijk bestaan ook wel veel en veel ingewikkelder en complexer is dan dat van de meeste beesten. Onze kinderen moeten zó verschrikkelijk veel leren en worden feitelijk zó prematuur geboren, dat ze die eerste twee decennia ook echt niet veel anders kunnen dan door ons gevoed en onderwezen te worden.

Het geeft ze – en ons – overigens ook bijzondere kansen. Wij staan immers zelf ook al op de schouders van intellectuele reuzen, en kunnen daardoor onze kinderen een kick-start geven die zijn weerga nergens in de natuur kent!

Deze nadruk op de cognitieve noodzaak van een lange kindertijd hindert ons echter een heldere kijk te ontwikkelen op een ander aspect van de bijzondere relatie tussen de oudere en de jongere generatie  homo sapiens. Want wat zou ons nog meer moeten opvallen aan die lange periode waarin ouderen en jongeren op elkaar zijn aangewezen?

Op de eerste plaats dit: dat er blijkbaar ook geen enkele diersoort is waarvan de volwassenen zo lang zo volstrekt toegewijd zijn aan hun nageslacht als die van mensen. Ouders moeten wel erg veel van hun kinderen houden om zo lang voor ze te willen en te kunnen zorgen. En daar hoort dan ook een onvermoed vermogen van onze kinderen bij: want kinderen zijn niet alleen hulpeloos, overgeleverd aan de wispelturigheid van hun ouders. Zij blinken onmiskenbaar ook uit in loyaliteit en vertrouwen. Ze moeten wel. Kinderen moeten zich op een buitengewoon krachtige manier aan hun ouders kunnen hechten. Daar moeten ze blind op durven vertrouwen. Want anders overleven ze het niet.

Deze kant van ons natuurlijke bestaan is eerder emotioneel dan cognitief van aard. Ze toont twee keerzijden van de liefde: aan de kant van de kinderen een groot vermogen om zich aan hun ouders te hechten, aan de kant van de ouders een even groot vermogen om voor hun kinderen te zorgen.

Ik vind het eigenlijk wel jammer dat we deze emotionele, liefdevolle kant van ons bestaan in die eerste twintig jaar zo weinig aandacht schenken. Ze biedt volwassenen en kinderen namelijk uitstekende mogelijkheden om van elkaar te leren. Zouden volwassenen namelijk maar zo krachtig durven vertrouwen als onze kinderen… Dat zou een factor van betekenis zijn in de huidige door wantrouwen gedomineerde risicosamenleving. En ook andersom: als kinderen toch eens zo volstrekt toegewijd zouden kunnen zijn als volwassenen… Dan zou niemand zich meer zorgen hoeven maken over de gebrekkige intrinsieke motivatie van leerlingen.

Dat volwassenen zich wel zorgen maken over die motivatie – en zelfs denken dat ze zich daar terecht zorgen over maken – heeft, vermoed ik, overigens vooral te maken met het negeren van de liefdescomponent in de langdurige intergenerationele afhankelijkheid. We hebben die afhankelijkheid in ons huidige onderwijsbestel helaas vervormd tot een eng cognitieve en individualistische competitie.

Daardoor blijft er van die kick-start in maatschappelijke zin niets over. Met anderen leren omgaan moet na de school helemaal opnieuw beginnen. Allemaal met ons eigen diploma, dat wel. Maar zonder vertrouwen en zonder toewijding.

Over onvolwassenheid gesproken.

Jan Bransen is hoogleraar filosoof gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit schooljaar schrijft hij opiniestukken voor NIVOZ en columns zoals deze. Op 29 maart a.s. verzorgt Jan Bransen een Masterclass: Onvolwassenheid als excuus, Deze bijeenkomst is bedoeld voor leraren en schoolleiders en andere onderwijsbetrokken in PO, VO, mbo en hbo.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie